dinsdag, juni 20, 2017

Jean Echenoz: Hardlopen

Hardlopen gaat over hardloper Emil Zátopek, bijgenaamd De Tsjechische Locomotief, en is de tweede in een korte reeks van drie biografische romans van Jean Echenoz. De eerste gaat over de Franse componist Maurice Ravel en heeft diens achternaam als titel, de laatste, Flitsen, gaat over de uitvinder Nikola Tesla. Na het lezen van de eerste van deze serie over de laatste jaren van Ravel in de Verenigde Staten, haakte ik af als volger van het werk van Echenoz. Ik vond dat boek te somber en het kon me maar niet boeien. Au piano, de dikke roman die er aan voorafging vond ik fantastisch en misschien had dat er mee te maken dat de opvolger alleen maar kon tegenvallen.

Pas met 14 dat ik moest lezen omdat ik bezig was met een theaterstuk over de Eerste Wereldoorlog haakte ik opnieuw aan als fan van Echenoz waarvan ik tot dan toe van Lac tot en met Ravel alle zeven achtereenvolgende romans had gelezen.

De carrière van Zátopek begint in de Tweede Wereldoorlog tijdens de bezetting van Tsjechië door de Duitsers. In eerste instantie heeft hij helemaal geen zin om hardloper te worden maar langzamerhand krijgt hij er steeds meer zin in en ontdekt hij dat hij bijna alle wedstrijden waaraan hij meedoet wint. Tot woede van de Duitsers die graag gezien hadden dat de Germaanse renners de beste zouden zijn. Na de oorlog wordt Zátopek een held van de communistische heilstaat, een voorbeeld. Dit hindert hem soms in zijn carrière omdat de leiders bang zijn dat hij tijdens een wedstrijd in het buitenland zal overlopen naar het westen.

Geraffineerd beschrijft Echenoz hoe de geheime dienst hem voortdurend in de gaten houdt, zijn interviews censureert of op essentiële punten anders weergeeft en hem woorden in de mond legt die hij nooit heeft uitgesproken. Ook een hoogtepunt is de pagina met beschrijvingen van diverse wijzen van hardlopen en de manier waarop de held van het verhaal loopt. Tegen alle regels in, alhoewel, dat moet gezegd, hij de uitvinder is van de eindsprint.

Nadeel van dit boek is dat de geschiedenis uiteindelijk toch teveel een 'en toen, en toen' verhaal blijft. Zoals verwacht bereikt de hoofdpersoon op een gegeven moment het hoogtepunt van zijn loopbaan waarna het alleen nog maar bergafwaarts kan gaan, zoals in de loopbaan van elke sportman of -vrouw. Wat Echenoz wel doet is sympathie opwekken voor de hardloper en tonen wat voor innemende man Zátopek was.

dinsdag, juni 13, 2017

Dave Eggers: A hologram for the king

Een man, Alan Clay, een consultant, wordt in A hologram for the king naar Saoedi Arabië gestuurd om een hologram te verkopen aan een koning. Hij is een mislukkeling en dit is zijn laatste kans. Ooit werkte hij voor een grote Amerikaanse fietsenfabriek die onder zijn leiding en als gevolg van de globalisering verplaatst werd naar China, hemzelf werkeloos achterlatend. Hij kan het collegegeld voor zijn dochter niet meer betalen en daarom moet er iets gebeuren. Maar de koning laat hem wachten en wachten. Hij raakt bevriend met een chauffeur, komt in contact met een dame van de Deense ambassade waar hij in een orgie terecht komt, en met een knappe vrouwelijke dokter die hem verlost van een vreemd gezwel in zijn nek.

Terwijl Clay dagen lang wacht in gezelschap van drie nerds met laptops, twee vrouwen en één man, in een grote witte tent in de woestijn, begint hij steeds opnieuw aan een brief aan zijn dochter om te vertellen dat hij haar niet meer kan onderhouden. Ook zijn er flashbacks naar thuis waar zijn buurman vlak voor zijn vertrek het meer is ingelopen en daar dood weer uit opgetakeld.

De figuur van Clay zou weggelopen kunnen zijn uit een roman van Arnon Grunberg zoals hij worstelt om iets van zijn leven te maken. De situatie, het verdwijnen van de industrie in de Verenigde Staten, de globalisering, is een van de veroorzakers van het succes van Donald Trump. De ouderwetse arbeiders zijn werkeloos geworden als gevolg van het verplaatsten van de productie naar lage-lonenlanden door consultants zoals Clay.

Ik was behoorlijk onder de indruk van What is the what het enige andere boek van Dave Eggers dat ik tot nu toe gelezen heb. Een heel bijzonder boek. Dat was een documentaire roman en ik was benieuwd naar een geheel zelfverzonnen boek van Eggers. Maar ook dit boek raakte een snaar, de steeds mislukkende pogingen van de vader een brief te schrijven aan zijn dochter, de met tederheid en humor beschreven mislukte seks met de vrouwen die hij ontmoet, en uiteindelijk het ontroerende van het verhaal van Alan Clay met wie je je verbindt en van wie je hoopt dat het hem toch lukt.

vrijdag, juni 09, 2017

Operomanija: Confessions

Confessions, a spatial opera in the dark is een bijzondere opera. Je moet hem geblinddoekt ervaren. Bij binnenkomst in de halfduistere ruimte in één van de Noletloodsen in Schiedam staan de stoelen rondom opgesteld rondom een stoel op een verhoging in het midden. Op elke stoel ligt een venetiaans masker waarvan met doek de gaten waardoor je zou moeten kijken zijn dichtgemaakt. Eén geselecteerde bezoeker neemt plaats op de middenste stoel, de zogenaamde pink chair, krijgt een doek omgeslagen en de rest zit rondom zonder iets te zien naar dat midden gericht.

Vervolgens worden alle zintuigen geprikkeld behalve het zicht. We horen muziek van alle kanten, elektronica, aria's, ik voel een jurk langs mijn been strijken, er wordt in mijn oor gefluisterd, ik krijg waterdruppels over me heen, ruik parfum. Een totaalervaring.

De inhoud van de voorstelling valt me jammergenoeg tegen. De zeven delen van de voorstelling gaan over de zeven hoofdzonden, iets wat me tijdens het luisteren niet is opgevallen. Toch het programma van te voren moeten bestuderen, iets wat ik meestal voor achteraf bewaar. In dit geval was het waarschijnlijk beter geweest die volgorde om te keren.

Maar hoewel de elektronische muziek mij niet zo kan bekoren, dat is een kwestie van smaak, is het een fantastisch concept. Een geweldige ervaring die ik niet graag had willen missen.

zondag, mei 28, 2017

Simenon: Maigret en de varkentjes zonder staart

De titel Maigret en de varkentjes zonder staart is enigszins misleidend. In het verhaal De varkentjes zonder staart komt Maigret niet voor. In slechts twee verhalen gaat het over Maigret en dat zijn nu juist niet de beste verhalen in deze bundel. Sowieso zijn de langere verhalen, vertelt in korte hoofdstukken, de beste. Eigenlijk lijkt de lengte van een novelle van tussen de 125 en 180 pagina's de ideale lengte voor Simenon. Het lijkt er op dat hij gewend was aan het vertellen van een verhaal binnen die beperkingen.

Het mooist en het spannendst vond ik het verhaal van Het kleine kleermakertje en de hoedenmaker. Vanaf het begin weet Kachoudas, een arme vluchteling uit een onbekend land, dat zijn overbuurman, de hoedenmaker, de seriemoordenaar is die de stad in zijn ban heeft. Maar hij durft de hoedenmaker niet te beschuldigen, die is veel machtiger dan hij en gaat om met de notabelen van de stad. Bovendien weet de hoedenmaker dat het kleermakertje het weet en dat deert de hoedenmaker niet eens. Een geweldig kat-en-muis-spel volgt.

De andere twee langere verhalen zijn het titelverhaal en Op straffe des doods. Beide zijn een staaltje van zwarte humor. In De varkentjes zonder staart is Germaine getrouwd met Marcel, een man die ze nauwelijks kent. Hij is journalist en als hij op een avond weggaat om een reportage te maken over een bokswedstrijd, keert hij 's nachts niet terug naar huis. Dan vindt ze in de zak van zijn jas een porseleinen varkentje zonder staart. Dankzij dat mysterieuze varkentje vindt Germaine uiteindelijk haar man terug.

In Op straffe des doods ontvangt Oscar Labro ansichtkaarten van een zekere Jules vanuit allerlei exotische oorden. Ethiopie, Dzjibouti, Port Said. De boodschap is telkens dat ze elkaar zullen terugzien, op straffe des doods. Langzamerhand komt de onbekende Jules dichterbij, soms met grote omwegen via Genua, Antwerpen. Ten slotte komt Jules bij Oscar aan, op het eilandje Porquerolles. Het blijkt dat Oscar jaren geleden in de moerassen van Oembole een boot heeft gestolen. Bij deze boot hing een bordje: "Verboden deze boot weg te kapen, op straffe des doods. JULES." En nu is Jules hier, gekomen om zijn straf uit te voeren, maar voordat hij dat doet teert hij wekenlang op de zak van Oscar, die rijk geworden is, in tegenstelling tot Jules.

Deze drie verhalen tonen het meesterschap van Simenon in het beschrijven van de levens en de gedachten van gewone mensen, hun drijfveren en hun remmingen. Vooral in de twee verhalen over Maigret, allebei de reconstructie van een misdaad, is dat helaas precies wat mist.

donderdag, mei 25, 2017

Arthur Polspoel: Het was toch een mooi leven

Dit boek kreeg ik van een vriendin naar aanleiding van het overlijden van mijn moeder in september. Ik had niet verwacht dat ik het uit zou lezen. Ik ben sowieso niet zo van de non-fictie boeken. Meestal begin ik enthousiast omdat een onderwerp me aanspreekt maar vaak kom ik niet tot de laatste pagina.

Dit is weliswaar een dun boekje maar het zet alle gedachten over rouw en rouwverwerking mooi op een rijtje. De essentie is dat iedereen op zijn of haar eigen manier rouwt. Er is niet een standaard manier.

Een goed voorbeeld daarvan las ik ooit in Lessen voor acteurs van Stanislavsky. Hij stelde dat slechte acteurs altijd gaan huilen als een dierbare is gestorven. Hij geeft het voorbeeld van een vrouw die na de dood van haar man het linnengoed begint op te vouwen en netjes een voor een in de kast legt. In de manier waarop ze dat doet toont ze haar verdriet, niet met tranen. Arthur Polspoel geeft in Het was toch een mooi leven op dezelfde manier in korte verhaaltjes tal van voorbeelden van rouw.

Ik vond het een fijn boek om te lezen want het toont aan dat je de rouw van een ander nooit helemaal kunt begrijpen, maar dat je je daarom ook niet schuldig hoeft te voelen. Niemand kan in de huid van een ander kruipen. Je kunt je best doen om een rouwende te begrijpen, te steunen, mee te leven, hetzelfde voelen kan niet en misschien is dat maar het beste. Uiteindelijk krijgt iedereen toch te maken met rouw, want geen enkele geliefde heeft het eeuwige leven.

Ook moeders niet. Gelukkig denk ik nog regelmatig aan haar, aan de dingen die ze zei, uitdrukkingen die ze gebruikte. Nu ze er niet meer is is ze niet meer een oude vrouw in een rolstoel, maar de essentie van haar persoonlijkheid geworden. Zoals ze haar hele leven is geweest. Een prachtige vrouw waar ik net als mijn vader onmiddellijk verliefd op had kunnen worden.

zondag, mei 14, 2017

Theater Utrecht: Hedda Gabler

Hedda Gabler van Henrik Ibsen is het eerste stuk dat ik regisseerde als eindexamen van mijn regieopleiding aan het Rotterdams Centrum voor Theater. Dertig jaar geleden, in 1987. Daarvoor had ik al drie versies gezien.

Het is één van de eerste stukken die ik me herinner als jong volwassene gezien te hebben in een echt theater. Het was in Enschede tijdens mijn studietijd eind zeventiger jaren in de Twentse Schouwburg en werd gespeeld door een repertoiregezelschap uit die tijd, ik weet niet meer welk. Ik kende het verhaal niet en was aan het einde verpletterd. Geïntrigeerd door het stuk zag ik in ongeveer in dezelfde tijd een eveneens indrukwekkende BBC-versie uit 1972 op mijn zwart/wit-televisie met Janet Suzman in de hoofdrol. (Op YouTube staat trouwens een filmversie met Ingrid Bergman als Hedda Gabler, ook in zwart/wit, die ik nog niet heb bekeken.)

Daarna zag ik begin jaren tachtig in Rotterdam in theater Lantaren/Venster de anarchistische versie van Jan Decorte met een dubbelrol voor Decorte zelf als Tesman en Lövborg en Sigrid Vinks als Hedda Gabler. Nadat ik het stuk zelf een keer onder handen had genomen zag ik in ieder geval nog de magistrale versie in de regie van Marcelle Meuleman met Catherine ten Bruggencate (mijn favoriet tot nu toe) en de Ro theater versie met Marieke van Leeuwen. Daarna reisde ik nog naar Den Haagvoor een kille punkversie van Suzanne Kennedy met Çigdem Teke bij het Nationale Toneel. Opgeteld zag ik het stuk dus meer dan acht keer en was deze Hedda Gabler van Theater Utrecht geregisseerd door Thibaud Delpeut de negende. Ditmaal met Karina Smulders in de titelrol.

Karina Smulders speelt Hedda als een verwend kreng dat haar zin wil hebben, I want it all and I want it now lijkt haar credo. Net als bij Suzanne Kennedy is het decor een grote legen en kille ruimte waar de personages ver van elkaar verwijderd blijven. Delpeut heeft meer nadruk dan gewoonlijk gegeven aan de seksuele insinuaties van rechter Brack, de huisvriend van Hedda en Jurgen, gespeeld door Peter Blok. Daarmee maakt hij dat seksuele explicieter dan zoals het oorspronkelijk door Ibsen impliciet beschreven is. Dat vind ik een klein minpuntje in een verder uitstekende Hedda Gabler.

maandag, mei 01, 2017

Arnon Grunberg: Moedervlekken

Afgelopen week las ik mijn zoveelste Arnon Grunberg uit. Moedervlekken, zijn nieuwste roman. Van Vestdijk werd altijd gezegd dat hij sneller schreef dan god kon lezen, maar ook Grunberg heeft daar een handje van. Ik hoef en wil niet alles van Arnon Grunberg lezen maar zijn romans probeer ik bij te houden. Tot nu toe heb ik die op één na, Het bestand, allemaal gelezen. Of eigenlijk twee, want Gstaad 95-98 dat hij schreef onder het pseudoniem Marek van der Jagt heb ik ook nog steeds niet gelezen.

Een lange inleiding voor dit stukje over Moedervlekken.

Kadoke is psychiater en werkt bij de crisisdienst voor suïcidepreventie. Zijn oude moeder heeft zorg nodig en die krijgt ze van twee Nepalese vrouwen die illegaal in het land zijn. Als één van de twee op een dag de deur opent slechts gekleed in een handdoek vergrijpt hij zich aan haar. Is het een verkrachting of is het liefde? Als gevolg hiervan moet Kadoke nu de verzorging zelf regelen. Hij doet dat op onconventionele wijze door een patiënte in huis te halen om voor zijn moeder te zorgen. Als grensoverschrijdende behandeling voor de patiënte, een jonge vrouw die aan zelfmutilatie doet. Zo helpt de vrouw hem en hij de vrouw. Alles uit liefde voor zijn moeder.

Recensies roemen het boek als 'krachttoer', 'intiem portret van de liefde tussen zoon en moeder' en inderdaad is dit een indrukwekkend verhaal dat alle kanten op slingert als een botsautootje of een karretje in een achtbaan op de kermis. Aan de ene kant volkomen absurd, aan de andere kant realistisch. Een geweldig boek dat ik iedereen kan aanraden om te lezen.

vrijdag, april 14, 2017

Niña Weijers: De consequenties

Het debuut van een mooie jonge blonde schrijfster, gelijk een bestseller, overal lovende recensies (nou ja, behalve dan de zure opmerking 'prietpraat' van Arjan Peters) en een omslag met een naakte vrouw er op. Dat is De consequenties van Niña Weijers. Ik moet zeggen dat ik er sceptisch aan begon.

Het is een ideeënroman over moderne kunst over een jonge kunstenares, met de wonderlijke naam Minnie Panis, die gelijk na haar opvallende afstudeerproject wordt benaderd door een agent. Haar kunst gaat over verdwijnen, over onthechten en dat heeft raakvlakken met haar persoonlijke geschiedenis. Het centrale verhaal in het heden van het boek (2012) gaat over haar ontmoeting en relatie met een fotograaf. Hij fotografeert haar terwijl ze slaapt en verkoopt de foto's voor veel geld aan de het Engelse modetijdschrift Vogue. Foto's waar ze wel en niet op aanwezig lijkt te zijn.

Minnie Panis is woedend. Ze roept de fotograaf op het matje en doet hem een voorstel. Hij zal haar drie maanden lang volgen en haar fotograferen, als een privédetective die iemand volgt, of een geheim agent. Aan het einde van de periode zal hij de foto's inleveren bij de notaris waar ze de afspraak contractueel hebben vastgelegd.

Op ongeveer een derde van het boek neemt de geschiedenis een bijzondere wending als Minnie een brief ontvangt met datumstempel 12 januari 2012 met het motto: Het enige wat de vis hoeft te doen, is zich verliezen in het water. Een nogal wazig verhaal over een behandeling die Minnie heeft ondergaan, met verwijzingen naar het einde van de twintigjarige cyclus in de Maya-kalender en het voorspelde einde van de wereld op 12 december 2012. Wat is er in het verleden van Minnie gebeurd?

Later gaan we terug naar 1984, het geboortejaar van Minnie en komen we meer te weten over wat er in 1991 is gebeurd. Al met al is het een fascinerend verhaal dat stukje bij beetje en heen en weer springend in de tijd wordt verteld met vele verwijzingen naar moderne beeldende kunst. Soms noemt ze de kunstenaar bij naam, soms moet je raden over wie het gaat.

In het verleden had Minnie een verhouding met een student die promotieonderzoek deed naar de verdwijning van kunstenaar en cultfiguur Bas Jan Ader. Op pagina 254 begint een lang verhaal in een afwijkend lettertype over de geschiedenis en achtergronden van Ader onder de titel All is falling. Is het een fragment uit het onderzoek van de student?

Ook Minnie Panis is een verdwijningskunstenaar. De eerste regel van het boek is "Op de dag dat Minnie Panis voor de derde keer uit haar eigen leven verdween stond de zon laag en de maan hoog aan de hemel." Ze realiseert zich vreemd genoeg wat het betekent om afwezig te zijn als ze plaatsneemt op de stoel tegenover Marina Abramović bij haar performance The Artist is Present in het MoMa. "Twee mensen staarden naar elkaar, maar alleen om zichzelf los te maken van de ander, van zichzelf, op te lossen in de tienduizend dingen."

Niña Weijers nam met dit debuut veel hooi op de vork maar ze slaagt met vlag en wimpel voor haar meesterproef.

donderdag, april 13, 2017

H.M. van den Brink: DIJK

Een vergelijking is de ondertitel van DIJK. Het is het verhaal van een vriendschap. De vriendschap tussen de schrijver en Karl Dijk. Twee mannen die in 1961 beginnen bij het ijkkantoor aan de Brouwersgracht te Amsterdam. Twee verschillende mannen die je met elkaar zou kunnen vergelijken. Dijk is streng en rechtlijnig, een man die geen fouten lijkt te kunnen maken. Hij komt over als een monnik in een cel die leeft voor het ijken. Ongehuwd, levend voor het werk. De schrijver is getrouwd met kinderen. Een twijfelaar, wat weet hij nou werkelijk?
Tijdens hun beider werkzame leven tussen 1961 en 2006 verandert de wereld. Gelijk in het begin merkt de schrijver op dat de tijd is geprivatiseerd, ieder heeft zijn eigen klok met zijn eigen tijd, er is niet meer een kerktoren in het centrum van de stad die de tijd voor iedereen aangeeft. Zo is ook het ijken geprivatiseerd, het bedrijf waar de beide mannen werken wordt geprivatiseerd, het wegen van de plakjes worst bij de slager verdwijnt en de plakjes worst worden verpakt en gewogen aangeleverd bij de supermarkt. In Parijs ligt nog steeds onder een grote stolp de standaardkilo maar die legt geen gewicht meer in de schaal.

H.M. van den Brink schetst een mooi, nostalgisch en haarfijn beeld van de wereld aan het begin van de jaren zestig en hoe die langzamerhand is verdwenen. Ook de compositie van het boek is bijzonder. Het verhaal begint als de schrijver 's nachts rond elf uur in zijn woonkamer zit en plotseling Dijk midden in de kamer ziet staan in een drijfnatte jas. Dat is de aanleiding om zijn herinneringen aan Dijk en aan de dienst op te gaan schrijven. Hij weet niet waar te beginnen en begint dan aan twee kanten, bij het afscheid van Dijk en bij hun aantreden bij de dienst in 1961. Hij is de schrijver van de afscheidsspeech voor Dijk die de directeur uitspreekt. De afscheidsspeech waarbij de toegesprokene niet komt opdagen. 

Zo weeft de schrijver een web van verschillende verhalen. De begintijd op de dienst, het mislukte afscheid, de geschiedenis van de twee mannen die de lengte van de standaardmeter moeten ontdekken door de afstand van de noordpool tot de evenaar te meten, de afscheidsspeech die de directeur ondanks alles voorleest, het onderzoek in de archieven naar het verleden van Dijk ter voorbereiding op die afscheidsspeech, het verhaal van de schrijver zelf, de dramatische gebeurtenis die hij meemaakt tijdens de eerste drie jaar van zijn carriere in het plaatsje Sint Maartenszee, en dan is er nog het heden waarin de schrijver meent Dijk te hebben teruggezien, midden in zijn kamer, in een natte regenjas. Een hallucinatie?

Een knap geconstrueerd boek, een spannend verhaal dat aan het einde het mysterie intact laat. Wie of wat was Karl Dijk werkelijk?

dinsdag, april 11, 2017

Herman Koch: Makkelijk leven

Eigenlijk is het boekenweekgeschenk dat Herman Koch schreef een uitgestelde grap. Zwarte humor weliswaar, maar één lang uitgesponnen grap. Aan het begin schrijft Tom, de verteller, dat hij rijk is geworden met het schrijven van een zelfhulpboek, Makkelijk leven. Dezelfde titel als het geschenk dat wij in de hand hebben. De elf tips die in zijn zelfhulpboek staan passen makkelijk op één A4-tje. Als schrijver zou je de lezers gemakkelijk zo'n A4-tje met tips kunnen geven maar om er een boek van te maken moet je het aankleden met uitleg en voorbeelden. Om er op die manier 300 pagina's van te maken en er wat aan te verdienen. Tom belooft ons op de laatste pagina alle tips te geven, gratis en voor niets, als extraatje.

Precies zo is het met dit boek. De grap kan gemakkelijk in elf regels worden verteld. Maar wordt aangekleed met uitleg, reflecties en voorbeelden. Tijdens een verjaardagsfeestje van Julia staat opeens een van hun schoondochters voor de deur. Hanna, de schoondochter die getrouwd is met Tom's lievelingszoon. De andere zoon is geemigreerd en buiten beeld geraakt. Aan Hanna hebben Tom en Julia op zijn zachtst gezegd een hekel. Maar Tom is over de schreef gegaan, en heeft dit vaker gedaan. Wat moet de vader doen? Ingrijpen of de zaken op zijn beloop laten? Dat is de intrigerende premisse waarmee het boek na een korte inleiding van start gaat.

Een grappig boek, een beetje een niemandalletje. Lees je een dagje met ons mee? vraagt de boekenlegger met daarop een foto van Herman Koch als conducteur. Dat is een goede omschrijving van dit boek dat ik op 1 april, de dag van de grap, tussen Groningen en Amersfoort uitlas: treinlectuur.