dinsdag, februari 13, 2018

Theater Rotterdam/Toneelschuur: De wereldverbeteraar

Een Thomas Bernhardt gespeeld als een Samuel Beckett. Dat lijkt De Wereldverbeteraar gespeeld door Sanne den Hartogh en geregisseerd door Erik Whien. Net als in de stukken van de Ierse Nobelprijswinnaar gebeurt er in deze versie op het toneel bijna niets. Ook is er bijna niets te zien, het toneelbeeld is duister. Alles draait om de tekst en om het spel. Een waanzinnige acteerprestatie waarvoor Sanne den Hartogh al veel lof heeft gekregen.

Waarover gaat het stuk? Uit de folder: "In De wereldverbeteraar zien we een filosoof die teruggetrokken leeft in zijn huis. Ooit heeft hij een wetenschappelijke verhandeling geschreven ter verbetering van de wereld en vandaag ontvangt hij daarvoor een eredoctoraat. De voorbereidingen voor de ceremonie worden ge-troffen.

Maar het gaat slecht met hem, hij is verbitterd en ook lichamelijk zwaar in verval. De wereldverbeteraar bestaat alleen nog maar in zijn hoofd: daar in de diepte van zijn denken, in een donker ravijn, raast een stroom van woorden en gedachten. Een hartstochtelijke tirade tegen de gehele wereld, de mensheid, de kunst, Zwitserland, de liefde en uiteindelijk zichzelf."

Het getuigt van veel durf om dit stuk zo te ensceneren, maar dankzij het krachtige spel komen acteur en regisseur er mee weg. Op fantastische wijze.

Alido Dors/Backbone/Silbersee: Speak up

Het wil maar niet echt spetteren in de voorstelling Speak Up van Alida Dors/Backbone/Silbersee. Van hiphop verwacht ik vuurwerk maar het tempo blijft langdurig laag. De dansers, de zangeres en de zanger bewegen om elkaar heen op de eveneens langzame muziek, een intrigerend soundscape. Het decor dat volgens de folder een soort ceremoniële ruimte moet voorstellen, doet mij meer aan een skatepark in de grote stad denken, en vind ik ook niet echt verrassend.

Even wordt het spannend als één van de dansers, omgekleed in een gouden showjasje, over het publiek heen klimt, over de banken, ondertussen de tekst van A change is gonna come van Sam Cooke schreeuwend.

Ik heb in mijn leven veel hiphop gezien in Rotterdam, dus om mij te verbazen moet er toch meer gebeuren dan wat er in deze voorstelling plaatsvindt. Het verhaal is te mager om te blijven boeien en de moraal aan het einde daarvan "Meer liefde" is ook niet een wereldschokkende gedachte.

donderdag, januari 25, 2018

Kobo Abe: Toverkrijt

Een bundeltje met korte verhalen van de schrijver van De vrouw in het zand, Kobo Abe. Toverkrijt, het titelverhaal gaat over een schilder die met een krijtje op de muur tekent. Wat hij tekent wordt werkelijkheid. Hij is arm dus blij met het heerlijk sappige fruit dat hij tekent en vervolgens opeet. Alles gaat goed tot hij verlangt naar een vrouw. Net als in de bijbel gaat het mis als de vrouw ten tonele komt.

Het zijn korte absurde verhaaltjes die doen denken aan het werk van Kafka. Een arme zwerver zoekt een slaapplaats voor de nacht. Overal wordt hij de deur gewezen. Dan verandert hij langzamerhand in een rode cocon. Iemand anders verandert in een stok en wordt vervolgens geanalyseerd door een professor en zijn twee studenten. Deze verhalen hebben iets van een droom of een nachtmerrie in het geval van de stok.

In het laatste en langste verhaal vindt een man een lijk in de gang van zijn appartement. Hij is bang dat hij van een misdaad beschuldigd zal worden en verzint allerlei manieren om van het lijk af te komen. Dit verhaal speelt zich bijna helemaal in het hoofd van de hoofdpersoon af.

Het enige verhaal dat me minder aansprak is Het verhoor van Aesopus. Moeilijk te volgen en het heeft niet de bijzondere sfeer van de andere vier.

Al met al een bundel met intrigerende verhalen. Jammer dat er op dit moment in de Nederlandse taal niets meer leverbaar is (behalve tweedehands) van deze zo belangrijke Japanse schrijver.

woensdag, januari 24, 2018

Frits Woudstra: Melancholica Man


Na een boek over zijn dode zoon (Lucas Casimir) en een boek over zijn vader (Echo's van Egon) volgt nu een boek over Frits Marnix Woudstra zelf (Melancholicaman). Alhoewel? Ook in dit boek gaat het regelmatig over Lucas (Berichten uit het hiernamaals) en soms over zijn vader.

In korte stukjes, als een soort dagboeknotities of weblogs, kijkt de melancholicaman om zich heen. De wereld in, die leger is geworden. Soms is er ruimte voor humor zoals in het verhaal over de wenende componist, een van mijn favorieten. Soms is zelfs de fantasie gruwelijk. Zoals wanneer het echtpaar in Spanje in het huis van een tante bij het kijken naar een speelfilm geconfronteerd wordt met een scène waarin een jongen door een trein gegrepen wordt. Iets wat ze zichzelf nooit hadden willen voorstellen. Hun zoon heeft zelfmoord gepleegd door zich zelf voor een trein te werpen.

Het mooie is dat Frits Woudstra zware onderwerpen altijd met een lichte toon weet te raken. Geen zware dreigende bassen en cello's, maar fluiten en piccolo's spelen de licht melancholische melodieën. Soms zijn het dromen, dan weer ziet de schrijver opeens zijn zoon verschijnen in een luchtballon.
"We zouden eens iets moeten gaan doen, ondernemen, maar we kwamen nauwelijks on huis meer uit." Dit is de eerste zin. Maar de melancholicaman hoeft niet veel te doen, alleen maar een beetje rond te kijken, zich iets te herinneren en dat in goed geformuleerde zinnen op te schrijven. Herinneringen aan een jeugdvriend, aan scheermesjes, aan muziek.

Maar na drie boeken over mannen, zijn vader, zijn zoon en zichzelf, lijkt het me tijd voor een boek over de vrouwen in Frits' leven. Die zijn steeds op de achtergrond aanwezig. Meestal vol liefde beschreven. Ik dacht aan Jean Rouaud die met De velden van eer schreef over zijn grootvader, zijn vader en zichzelf en toen bedacht dat het tijd werd voor een boek over zijn moeder. Misschien zou Frits daar moeten beginnen, voordat ze er niet meer is, bij zijn oude moeder in Rietmolen. De meeste schrijvers wachten daarmee tot ze dood zijn. Maar waarom wachten?

maandag, januari 22, 2018

Banana Yoshimoto: N.P

Een bijzonder vreemd boek met een uitermate lelijk omslag, dat is N.P. van Banana Yoshimoto. Tijdens een broeierige zomer komt de hoofdpersoon, Kazani Kano, een jonge studente, in contact met de tweeling Otohiko en Saki, broer en zus, leeftijdgenoten van haar en kinderen van de schrijver van het boek N.P. dat 97 korte verhalen bevat. De schrijver er van, Sarao Takasi, gescheiden van zijn vrouw, is vertrokken naar de Verenigde Staten en heeft dit boek in het Engels geschreven. Daarna heeft hij zelfmoord gepleegd.

De studente Kazani heeft een verhouding gehad met een oudere man, haar docent Shoji, die de verhalen heeft geprobeerd in het Japans te vertalen. Maar iedereen die heeft geprobeerd een vertaling te maken heeft eveneens zelfmoord gepleegd, dus ook Shoji.

Vanwege deze lugubere voorgeschiedenis hangt er voortdurend een dreiging over de personages. Wie gaat er uiteindelijk zelfmoord plegen? Dit lijkt een bijna onafwendbaar noodlot. Alles speelt zich af in een hete zomer en wordt nog gecompliceerder en erotischer als de halfzus van de tweeling opduikt, Sui.

Deze vier jonge mensen draaien voortdurend om elkaar heen in een sfeer van lesbische liefde, incest en (zelf)moord. Het vreemde is dat Kazani ondanks alles toch steeds een optimistische gemoed blijft houden, ze geniet van de warmte van de zomer, het licht van de zon, de zware regen- en onweersbuien die door Banana Yoshimoto mooi beschreven worden.

Zoals ik in de eerste regel al zei: een bijzonder boek, de moeite van het lezen zeker waard.

zondag, januari 14, 2018

Max van Rooy: Leve het been

In Leve het been (snijtijd 90 minuten) vertelt journalist Max van Rooy hoe hij zijn been kwijtraakte. Een indringend verhaal en voor mij des te indringender omdat mijn moeder eenzelfde lot onderging, op een veel hogere leeftijd. De gedetailleerde beschrijving van de operatie, de reactie van zijn vrouw die de overgebleven stomp bijna niet kan accepteren, er niet naar kan kijken, het ging ook mij door merg en been.

Tegelijkertijd is het boek het verhaal van het dramatische einde van zijn eerste vrouw Hedwig, die vroegtijdig dement werd en aan de gevolgen daarvan overlijdt. Lijnrecht in contrast daarmee staat het in eerste instantie vrolijke leven met zijn veel jongere tweede vrouw Anita bij wie hij twee kinderen krijgt, twee jongens, een tweeling, Casper en Sebastiaan. Hijzelf is rond de zestig als hij haar ontmoet, zij is 26 jaar jonger. Dat leven verandert abrupt als de doktoren meedelen dat vanwege een botkanker in zijn knie een been moet worden afgezet. Tenslotte zijn er de verhalen over zijn grootvader, de architect Berlage, over wie hij een biografie schrijft.

Aanvankelijk kan het boek me niet zo bekoren, teveel en toen en toen, maar al snel word ik gegrepen door het verhaal en wordt de compositie ook grilliger. De verschillende verhalen, over Hedwig, over zijn tweede vrouw, over het been, over zijn grootvader, worden door elkaar heen gesneden. Daarbij is er veel humor en ook eruditie. Op een gegeven moment begon ik alle namen van kunstenaars, architecten, gebouwen en kunstwerken aan te strepen en dat zijn er nogal wat.

St Bavokerk, Ruysdael, Berlage (natuurlijk), gevangenis De Schie, Bijlmerbajes, Norman Foster, Caré d'Arts in Nimes, Henry van de Velde, Stephen Frears, Dangerous Liaisons, John Malkovitch, Michelle Pfeiffer, Sir Lawrence Alma Tadema, The Singing Detective, Federico Fellini, Melle Hammer, Casper David Friedrich, Moby Dick, Herman Melville, Sergej Diaghilev, Een leven voor de kunst, Sjeng Scheijen, Christiaan de Moor, De onzichtbare steden, Italo Calvino, K. Schippers, De bruid van Marcel Duchamp, etc. En dan ben ik nog maar op een kwart van het boek.

Aan het einde van het boek, een half jaar na de operatie en de revalidatie en de verkoop van hun huis met teveel trappen, gaat de familie samen met een hulp op vakantie. Dan is het ergens rond 2011. Ik ben ik benieuwd hoe het ondertussen met Max van Rooy gaat, zo'n zeven jaar later. Hij moet nu rond de 75 zijn.

vrijdag, januari 12, 2018

Jan Decorte/Bloet/Black Box Revelation: Stand down

Copyright: Danny Willems
Eén keer per jaar in december bezoekt Jan Decorte samen met zijn vrouw Sigrid Vinks de Rotterdamse Schouwburg om er een voorstellng te spelen. Meestal tezamen met een aantal bevriende toneelspelers, de laatste jaren vaak van Comp Marius. Meestal zijn dit door hemzelf bewerkte klassiekers, vaak van Shakespeare. Vorig jaar deden ze Othello onder de titel 'ne Swarte. Een ontroerende voorstelling die werd ingeleid door een korte monoloog van Jan Decorte over een gebeurtenis uit zijn jeugd op school.

Het lijkt of Jan Decorte daarmee de smaak te pakken had, want deze nieuwe  voorstelling, Stand Down, bestaat grotendeels uit verhalen uit het leven van Jan Decorte. Daarmee is het een breuk in zijn repertoire. Hij vertelt openhartig over zijn jeugd, over zijn ontluikende seksualiteit, over zijn depressies, over zijn ontmoeting en over de eerste keer seks met Sigrid Vinks, zijn levenspartner sinds 1979. Als geheugensteun liggen voor hem een drietal vellen papier met de te behandelen onderwerpen. Als zijn geheugen even te kort schiet schiet Sigrid hem te hulp. Zijn autobiografische verhalen worden afgewisseld met indrukwekkende blote dans van Sigrid en prachtige nieuwe songs van de band Black Box Revelation. Een tweekoppige band met een zanger/gitarist en een drummer.

Aan het begin van de voorstelling hoopt Jan dat we aan het einde van de voorstelling vrienden zullen zijn. Wij, het publiek, en hij. Dat we nog eens aan hem zullen denken. De kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg is halfvol. Met grotendeels ouderen die hem al langer gedurende zijn lange carrière volgen. Daarom denk ik dat de meeste van de bezoekers al reeds vrienden van Jan Decorte zijn.

Al met al een bijzonder leven en een bijzondere voorstelling.

maandag, januari 01, 2018

Toneelschuur: De huisbewaarder

Terwijl ik een groot aantal stukken van Harold Pinter heb gelezen en een liefhebber ben van zijn absurdisme, heb ik slechts weinig stukken op toneel gezien. Bedrog (Betrayal) ken ik als film en De Minnaar (The Lover) was jarenlang een favoriet op eenakterfestivals. Ook zag ik bij TG Amsterdam een paar van zijn latere korte stukken. Zelf speelde ik in 1980 samen met mijn broer The Dumb Waiter en gebruikte ik ooit eens fragmenten uit The Collection voor een voorstelling langs de kunstwerken op campus Woudestein van de Erasmus Universiteit. Maar zijn vroege en avondvullende klassiekers als Verjaardagsfeest (The Birthday Party), Thuiskomst (The Homecoming) en De Huisbewaarder (The Caretaker) kende ik alleen als fascinerende theaterteksten. Ik heb het idee dat Pinter op dit moment weinig wordt gespeeld in Nederland.

Dus de kans om dit stuk nu eindelijk eens te zien met René van 't Hof in een van de drie rollen, liet ik me niet ontglippen. Ik werd niet teleurgesteld. Een spannend decor, een gordijn van doorzichtig plastic met daarachter allerlei vreemde vormen van gebogen plastic en daarvoor een oventje. Een spannende theatertekst gebracht door drie geweldige acteurs. Onbegrijpelijk verhaal maar daarom niet minder intrigerend.

Uit de flyer:

"De Huisbewaarder gaat over Aston (Lowie van Oers). Hij is niet helemaal goed bij zijn hoofd. Na een langdurig verblijf in een gesticht is zijn blik op de realiteit troebel geworden. Hij functioneert, in meer of mindere mate, als klusjesman, en assistent van zijn jongere broer Mick (Jan-Paul Buijs), bij wie hij in huis woont.

Het onderscheid tussen fictie en realiteit kan Aston allang niet meer maken. Dat geldt ook voor het inschatten van mensen en situaties. Op een dag loopt hij de zwerver Davies (René van 't Hof) tegen het lijf. Hij heeft medelijden met de oude man en biedt hem een plek aan om te slapen. Maar wie is deze man? Is hij wel wie hij zegt dat hij is? En wat is hij van plan?"

Paul Knieriem, de regisseur, maakte er een licht humoristische voorstelling van met een donkere, gewelddadige ondertoon. Van mij mag hij de andere twee bovengenoemde klassiekers ook nog eens onder handen nemen.


zondag, december 31, 2017

De Warme Winkel: Majakovski/Oktober

In de rij voor de kassa van de Rotterdamse Schouwburg verbazen we ons er al over dat deze voorstelling van De Warme Winkel in de grote zaal speelt en niet in de kleine. Achteraf is die verbazing misschien nog wel groter. Een kleine zaal heeft meer intimiteit dan een grote. Die intimiteit miste nu.

Majakovski/Oktober speelt na de dood van de grote vernieuwende dichter, zelfmoordenaar, jaloerse minnaar die zijn gedichten de wereld in schreeuwde en zoals zoveel vernieuwers wilde afrekenen met de voorgaande generaties. Tijdens een lang muzikaal intro met bewegend decor zit de schrijver aan een tafel te schrijven totdat hij zichzelf met een pistool van het leven berooft.

Gezeul met een lijk zo valt de inhoud van het stuk nog het makkelijkst samen te vatten. Een rouwceremonie maar niet met veel gehuil zoals je van een Russisch gezelschap zou verwachten. Daarvoor is het spel te gereserveerd alhoewel er nog een tamelijk melige dansje met de dode is op muziek van Junge komm bald wieder van Freddy Quinn.

Het is een aardige voorstelling met mooie momenten en vooral heel mooie regels tekst uit de gedichten van Majakovski maar niet zo indrukwekkend als hun voorstelling Poëten en Bandieten van een aantal jaren geleden over een andere Russische dichter, Boris Ryzhy.

donderdag, december 21, 2017

Theater Rotterdam: Revolutionary Road

Theater Rotterdam is de nieuwe naam van het stadsgezelschap van Rotterdam. Jarenlang was het Ro Theater de naam van het gezelschap en nu is die naam verdwenen. En terwijl kunstcentrum Witte de With twijfelt over de naam van het gebouw vanwege het racisme van de naamgever, heet de oude zaal van het Ro Theater nu opeens TR Witte de With. Waarom niet TR William Booth naar de laan waarin het gebouw is gevestigd? Maar misschien vonden ze die man weer te religieus, zijnde de oprichter van het Leger des Heils.

Maar de eerste voorstelling die ik zie van het nieuwe gezelschap is Revolutionary Road naar de ook al eens verfilmde roman van Richard Yates uit 1962. Het boek was een succes bij de critici maar tijdens Yates' leven geen commercieel succes. Met de verfilming in 2008 keerde het tij. Voor Theater Rotterdam ism Toneelschuur producties maakten acteur Jacob Derwig en regisseur Erik Whien een ondertussen alom geprezen theaterversie.

Die lof is terecht. Het stuk is een negatief van Who's afraid of Virginia Woolf? met centraal een jong echtpaar in plaats van een ouder echtpaar in het stuk van Albee. Ook hier speelt het zich af in een buitenwijk van een Amerikaanse stad en is echtelijk geluk ver te zoeken. De jonge vrouw, April, stelt voor om Amerika te verlaten en te emigreren naar Frankrijk, naar Parijs. Weg uit Amerika, weg uit de alledaagse sleur. Zoals de drie zusters van Tsjechov maken ze plannen en komt er van die plannen niets terecht.

De vier acteur spelen de sterren van de hemel in de grote zitkuil die het decor is van de voorstelling. Het publiek zit aan de twee lange zijden van de kuil en zit de spelers dicht op de huid. Teun Luijkx en Alejandra Teus spelen het jonge echtpaar, Jacob Derwig en Malou Gorter spelen diverse buren, en Jacob Derwig ook een geestelijk gehandicapte zoon van een buurvrouw die als een idiot savant alle spelletjes van de 'normalen' doorziet.

Het is alweer een tijd geleden dat ik de voorstelling zag en de laatste voorstelling is gespeeld op 16 december, maar mocht de voorstelling hernomen worden dan raad ik iedereen aan: "Gaan!"