maandag, september 18, 2017

Javier Marias: De verliefden

De verliefden
Een daad van zinloos geweld, dat lijkt de dood van Miguel, één van de twee verliefden die Maria elke ochtend bij haar ontbijt ziet in hetzelfde restaurant. Van een afstandje observeert ze de twee, een gelukkig huwelijk lijkt het. Maar is het dat ook?

"Marías lezen is puur genot." staat als aanbeveling op de omslag van De Verliefden, een aanbeveling van dagblad Trouw. Ik begon aan het boek maar het lezen er van voelde niet onmiddellijk aan als genieten. Lange zinnen, moeilijke zinnen. Toch was ik snel gegrepen door het verhaal en vooral geïntrigeerd door de hoofdpersoon, de vertelster, Maria. Zij is in het boek degene met het luisterend oor, de ziener die alles ziet en probeert te doorgronden, maar hoe betrouwbaar is zij zelf?

Op één derde van het boek pakt een professor, professor Rico een uitgave van Don Quichot uit de boekenkast. Is dat een aanwijzing dat Maria, die bij een uitgever werkt, net als Don Quichot te veel romans heeft gelezen en dat de verbeelding bij haar op hol slaat? Dat zij eveneens vecht tegen windmolens?

Nadat Maria via een collega op de hoogte is van de dood van Miguel raakt zij in gesprek met zijn weduwe, Luisa, die haar meeneemt naar haar woning, waar zij Javier Díaz-Varela ontmoet, een huisvriend van het echtpaar. Tijdens het gesprek dat er gevoerd wordt fantaseert zij over de gebeurtenissen rondom de dood van Miguel, verzint zij een gesprek tussen Javier en Miguel, kortom, zij fabuleert zelf hele geschiedenissen. Tegelijkertijd raakt ze in de ban van deze knappe man en begint niet lang daarna een verhouding met hem. Tot ze meent dat hij meer weet van de dood van Miguel, dat die dood niet zo toevallig en zinloos is als hij lijkt.

Het verhaal vordert traag maar daarmee wordt de spanning steeds meer opgevoerd. In tegenstelling tot een thriller waar de gebeurtenissen elkaar meestal in een hoog tempo opvolgen is het hier juist het tergend langzaam ontrafelen van het mysterie wat het zo spannend maakt.

Ondanks de lange en moeilijke zinnen de moeite waard om tot het einde toe uit te lezen.

donderdag, augustus 17, 2017

Miriam Rasch: Zwemmen in de oceaan

Miriam Rasch is intelligent, humoristisch, scherp,en met deze eigenschappen werpt ze in Zwemmen in de oceaan een blik op de postdigitale wereld. De postdigitale wereld? 'Het digitale tijdperk is toch nog niet voorbij?' dacht ik toen ik de ondertitel Berichten uit een postdigitale wereld las.

Zwemmen in de oceaan bericht over een wereld waarin we zo overladen worden met prikkels dat we er bijna in verdrinken. Een wereld waarin het digitale van bijzonder normaal is geworden. Alles is digitaal, ons treinkaartje, de muziek waar we naar luisteren, ons patiëntendossier. Al onze stappen in de wereld worden digitaal geregistreerd en leveren een oceaan aan data over onszelf op.

Van Miriam mogen we in de essays lezen in de volgorde die we zelf kiezen zoals ze ons in de Terms of Service meedeelt die aan het boek voorafgaan en waar we akkoord mee moeten gaan voordat we het boek mogen lezen.

Dus begin ik met het artikel over het boek The Circle van Dave Eggers omdat ik al twee boeken van Dave Eggers heb gelezen (The Circle niet) en lees daarna 'Een kleine biologische banaan: fonofilia in 12 scènes' waarmee ze de Jan Hanlo Essayprijs Klein won. Terecht. Eén van de laatste essays die ik lees is dat wat gaat over Excel, het grappigste artikel van allemaal: Denkend als een spreadsheet. Onder andere over de Excelkampioenschappen waar je een gouden toetsenbord zonder F1-toets kunt winnen.

Maar bovenal is het een filosofisch boek over de overweldigende en wijde wereld van het web. Aan de hand van filosofie en literatuur gidst Miriam Rasch ons door het postdigitale landschap, toont ons de schitterende vergezichten die we kunnen bewonderen en de valkuilen en afgronden waar we niet in moeten stappen, en wij laten ons maar al te graag door haar meevoeren.

donderdag, juli 20, 2017

Laurent Binet: HhhH

Dit is een van de vreemdste boeken die ik ooit gelezen heb. Het genre van mengeling van roman, non-fictie en memoires kende ik al van Emmanuel Carrère die met deze techniek L'adversaire schreef, een bestseller die twee keer werd verfilmd. Maar Laurent Binet heeft met HhhH zo'n bijzonder boek geschreven dat ik al tijdens het lezen en dus al voordat ik het boek uit had iedereen aanraadde dit toch vooral te gaan lezen.

HhhH, Himmlers hersens heten Heydrich, ik had me al verbaasd over de titel (als je het op zijn frans uitspreekt klinkt het als asj, asj, asj, asj). Ik had geen idee waar die vier herhalende h's voor stonden totdat ik de televisieserie zag.

Een prachtige serie die me vertelde waar het boek over gaat en die me nog nieuwsgieriger maakte naar het boek waarop de serie was gebaseerd. Ook kende ik de schrijver nu een beetje, een innemende jongeman die in korte scènes vertelde over zijn worsteling met zijn onderwerp, de Beul van Praag, Reinhardt Heydrich, de gevaarlijkste man van het Dritte Reich.

Of eigenlijk is die niet het onderwerp, het onderwerp is de aanslag die op Heydrich wordt gepleegd en de mannen die de aanslag uitvoeren. De helden van het verhaal zijn de aanslagplegers, twee parachutisten, Jozef Gabcík en Jan Kubiš, de Slowaak en de Tsjech. 

In meestal korte hoofdstukjes, heen en weer springend tussen heden en verleden, op en neer zwalkend in de tijd, met vele omwegingen en uitwijdingen, van het ene personage naar het andere personage, bouwt Laurent Binet de spanning op om uiteindelijk in het lange hoofdstuk 222, na bijna vierhonderd pagina's in 1942 in Praag bij de aanslag zelf aan te komen. Ook het perspectief wisselt voortdurend, van eerste naar tweede naar derde persoon. Soms is Laurent Binet zichzelf dan weer is hij Gabcik of Kubiš.

Het onderwerp is loodzwaar en ondanks dat is het een boek vol humor met een tragisch slot. Vanaf het begin weet je dat het met de twee Tsjecho-Slowaakse helden slecht af zal lopen. 

Soms schrijft Binet een romantisch of dramatisch stuk tekst om in het volgende hoofdstuk het eerder geschrevene onderuit te halen met de mededeling dat zo'n tekst natuurlijk nooit in het uiteindelijke boek terecht zal komen. Te melodramatisch, te verzonnen.

Het boek kreeg terecht de Prix Goncourt 2010 voor het beste debuut.

dinsdag, juni 20, 2017

Jean Echenoz: Hardlopen

Hardlopen gaat over hardloper Emil Zátopek, bijgenaamd De Tsjechische Locomotief, en is de tweede in een korte reeks van drie biografische romans van Jean Echenoz. De eerste gaat over de Franse componist Maurice Ravel en heeft diens achternaam als titel, de laatste, Flitsen, gaat over de uitvinder Nikola Tesla. Na het lezen van de eerste van deze serie over de laatste jaren van Ravel in de Verenigde Staten, haakte ik af als volger van het werk van Echenoz. Ik vond dat boek te somber en het kon me maar niet boeien. Au piano, de dikke roman die er aan voorafging vond ik fantastisch en misschien had dat er mee te maken dat de opvolger alleen maar kon tegenvallen.

Pas met 14 dat ik moest lezen omdat ik bezig was met een theaterstuk over de Eerste Wereldoorlog haakte ik opnieuw aan als fan van Echenoz waarvan ik tot dan toe van Lac tot en met Ravel alle zeven achtereenvolgende romans had gelezen.

De carrière van Zátopek begint in de Tweede Wereldoorlog tijdens de bezetting van Tsjechië door de Duitsers. In eerste instantie heeft hij helemaal geen zin om hardloper te worden maar langzamerhand krijgt hij er steeds meer zin in en ontdekt hij dat hij bijna alle wedstrijden waaraan hij meedoet wint. Tot woede van de Duitsers die graag gezien hadden dat de Germaanse renners de beste zouden zijn. Na de oorlog wordt Zátopek een held van de communistische heilstaat, een voorbeeld. Dit hindert hem soms in zijn carrière omdat de leiders bang zijn dat hij tijdens een wedstrijd in het buitenland zal overlopen naar het westen.

Geraffineerd beschrijft Echenoz hoe de geheime dienst hem voortdurend in de gaten houdt, zijn interviews censureert of op essentiële punten anders weergeeft en hem woorden in de mond legt die hij nooit heeft uitgesproken. Ook een hoogtepunt is de pagina met beschrijvingen van diverse wijzen van hardlopen en de manier waarop de held van het verhaal loopt. Tegen alle regels in, alhoewel, dat moet gezegd, hij de uitvinder is van de eindsprint.

Nadeel van dit boek is dat de geschiedenis uiteindelijk toch teveel een 'en toen, en toen' verhaal blijft. Zoals verwacht bereikt de hoofdpersoon op een gegeven moment het hoogtepunt van zijn loopbaan waarna het alleen nog maar bergafwaarts kan gaan, zoals in de loopbaan van elke sportman of -vrouw. Wat Echenoz wel doet is sympathie opwekken voor de hardloper en tonen wat voor innemende man Zátopek was.

dinsdag, juni 13, 2017

Dave Eggers: A hologram for the king

Een man, Alan Clay, een consultant, wordt in A hologram for the king naar Saoedi Arabië gestuurd om een hologram te verkopen aan een koning. Hij is een mislukkeling en dit is zijn laatste kans. Ooit werkte hij voor een grote Amerikaanse fietsenfabriek die onder zijn leiding en als gevolg van de globalisering verplaatst werd naar China, hemzelf werkeloos achterlatend. Hij kan het collegegeld voor zijn dochter niet meer betalen en daarom moet er iets gebeuren. Maar de koning laat hem wachten en wachten. Hij raakt bevriend met een chauffeur, komt in contact met een dame van de Deense ambassade waar hij in een orgie terecht komt, en met een knappe vrouwelijke dokter die hem verlost van een vreemd gezwel in zijn nek.

Terwijl Clay dagen lang wacht in gezelschap van drie nerds met laptops, twee vrouwen en één man, in een grote witte tent in de woestijn, begint hij steeds opnieuw aan een brief aan zijn dochter om te vertellen dat hij haar niet meer kan onderhouden. Ook zijn er flashbacks naar thuis waar zijn buurman vlak voor zijn vertrek het meer is ingelopen en daar dood weer uit opgetakeld.

De figuur van Clay zou weggelopen kunnen zijn uit een roman van Arnon Grunberg zoals hij worstelt om iets van zijn leven te maken. De situatie, het verdwijnen van de industrie in de Verenigde Staten, de globalisering, is een van de veroorzakers van het succes van Donald Trump. De ouderwetse arbeiders zijn werkeloos geworden als gevolg van het verplaatsten van de productie naar lage-lonenlanden door consultants zoals Clay.

Ik was behoorlijk onder de indruk van What is the what het enige andere boek van Dave Eggers dat ik tot nu toe gelezen heb. Een heel bijzonder boek. Dat was een documentaire roman en ik was benieuwd naar een geheel zelfverzonnen boek van Eggers. Maar ook dit boek raakte een snaar, de steeds mislukkende pogingen van de vader een brief te schrijven aan zijn dochter, de met tederheid en humor beschreven mislukte seks met de vrouwen die hij ontmoet, en uiteindelijk het ontroerende van het verhaal van Alan Clay met wie je je verbindt en van wie je hoopt dat het hem toch lukt.

vrijdag, juni 09, 2017

Operomanija: Confessions

Confessions, a spatial opera in the dark is een bijzondere opera. Je moet hem geblinddoekt ervaren. Bij binnenkomst in de halfduistere ruimte in één van de Noletloodsen in Schiedam staan de stoelen rondom opgesteld rondom een stoel op een verhoging in het midden. Op elke stoel ligt een venetiaans masker waarvan met doek de gaten waardoor je zou moeten kijken zijn dichtgemaakt. Eén geselecteerde bezoeker neemt plaats op de middenste stoel, de zogenaamde pink chair, krijgt een doek omgeslagen en de rest zit rondom zonder iets te zien naar dat midden gericht.

Vervolgens worden alle zintuigen geprikkeld behalve het zicht. We horen muziek van alle kanten, elektronica, aria's, ik voel een jurk langs mijn been strijken, er wordt in mijn oor gefluisterd, ik krijg waterdruppels over me heen, ruik parfum. Een totaalervaring.

De inhoud van de voorstelling valt me jammergenoeg tegen. De zeven delen van de voorstelling gaan over de zeven hoofdzonden, iets wat me tijdens het luisteren niet is opgevallen. Toch het programma van te voren moeten bestuderen, iets wat ik meestal voor achteraf bewaar. In dit geval was het waarschijnlijk beter geweest die volgorde om te keren.

Maar hoewel de elektronische muziek mij niet zo kan bekoren, dat is een kwestie van smaak, is het een fantastisch concept. Een geweldige ervaring die ik niet graag had willen missen.

zondag, mei 28, 2017

Simenon: Maigret en de varkentjes zonder staart

De titel Maigret en de varkentjes zonder staart is enigszins misleidend. In het verhaal De varkentjes zonder staart komt Maigret niet voor. In slechts twee verhalen gaat het over Maigret en dat zijn nu juist niet de beste verhalen in deze bundel. Sowieso zijn de langere verhalen, vertelt in korte hoofdstukken, de beste. Eigenlijk lijkt de lengte van een novelle van tussen de 125 en 180 pagina's de ideale lengte voor Simenon. Het lijkt er op dat hij gewend was aan het vertellen van een verhaal binnen die beperkingen.

Het mooist en het spannendst vond ik het verhaal van Het kleine kleermakertje en de hoedenmaker. Vanaf het begin weet Kachoudas, een arme vluchteling uit een onbekend land, dat zijn overbuurman, de hoedenmaker, de seriemoordenaar is die de stad in zijn ban heeft. Maar hij durft de hoedenmaker niet te beschuldigen, die is veel machtiger dan hij en gaat om met de notabelen van de stad. Bovendien weet de hoedenmaker dat het kleermakertje het weet en dat deert de hoedenmaker niet eens. Een geweldig kat-en-muis-spel volgt.

De andere twee langere verhalen zijn het titelverhaal en Op straffe des doods. Beide zijn een staaltje van zwarte humor. In De varkentjes zonder staart is Germaine getrouwd met Marcel, een man die ze nauwelijks kent. Hij is journalist en als hij op een avond weggaat om een reportage te maken over een bokswedstrijd, keert hij 's nachts niet terug naar huis. Dan vindt ze in de zak van zijn jas een porseleinen varkentje zonder staart. Dankzij dat mysterieuze varkentje vindt Germaine uiteindelijk haar man terug.

In Op straffe des doods ontvangt Oscar Labro ansichtkaarten van een zekere Jules vanuit allerlei exotische oorden. Ethiopie, Dzjibouti, Port Said. De boodschap is telkens dat ze elkaar zullen terugzien, op straffe des doods. Langzamerhand komt de onbekende Jules dichterbij, soms met grote omwegen via Genua, Antwerpen. Ten slotte komt Jules bij Oscar aan, op het eilandje Porquerolles. Het blijkt dat Oscar jaren geleden in de moerassen van Oembole een boot heeft gestolen. Bij deze boot hing een bordje: "Verboden deze boot weg te kapen, op straffe des doods. JULES." En nu is Jules hier, gekomen om zijn straf uit te voeren, maar voordat hij dat doet teert hij wekenlang op de zak van Oscar, die rijk geworden is, in tegenstelling tot Jules.

Deze drie verhalen tonen het meesterschap van Simenon in het beschrijven van de levens en de gedachten van gewone mensen, hun drijfveren en hun remmingen. Vooral in de twee verhalen over Maigret, allebei de reconstructie van een misdaad, is dat helaas precies wat mist.

donderdag, mei 25, 2017

Arthur Polspoel: Het was toch een mooi leven

Dit boek kreeg ik van een vriendin naar aanleiding van het overlijden van mijn moeder in september. Ik had niet verwacht dat ik het uit zou lezen. Ik ben sowieso niet zo van de non-fictie boeken. Meestal begin ik enthousiast omdat een onderwerp me aanspreekt maar vaak kom ik niet tot de laatste pagina.

Dit is weliswaar een dun boekje maar het zet alle gedachten over rouw en rouwverwerking mooi op een rijtje. De essentie is dat iedereen op zijn of haar eigen manier rouwt. Er is niet een standaard manier.

Een goed voorbeeld daarvan las ik ooit in Lessen voor acteurs van Stanislavsky. Hij stelde dat slechte acteurs altijd gaan huilen als een dierbare is gestorven. Hij geeft het voorbeeld van een vrouw die na de dood van haar man het linnengoed begint op te vouwen en netjes een voor een in de kast legt. In de manier waarop ze dat doet toont ze haar verdriet, niet met tranen. Arthur Polspoel geeft in Het was toch een mooi leven op dezelfde manier in korte verhaaltjes tal van voorbeelden van rouw.

Ik vond het een fijn boek om te lezen want het toont aan dat je de rouw van een ander nooit helemaal kunt begrijpen, maar dat je je daarom ook niet schuldig hoeft te voelen. Niemand kan in de huid van een ander kruipen. Je kunt je best doen om een rouwende te begrijpen, te steunen, mee te leven, hetzelfde voelen kan niet en misschien is dat maar het beste. Uiteindelijk krijgt iedereen toch te maken met rouw, want geen enkele geliefde heeft het eeuwige leven.

Ook moeders niet. Gelukkig denk ik nog regelmatig aan haar, aan de dingen die ze zei, uitdrukkingen die ze gebruikte. Nu ze er niet meer is is ze niet meer een oude vrouw in een rolstoel, maar de essentie van haar persoonlijkheid geworden. Zoals ze haar hele leven is geweest. Een prachtige vrouw waar ik net als mijn vader onmiddellijk verliefd op had kunnen worden.

zondag, mei 14, 2017

Theater Utrecht: Hedda Gabler

Hedda Gabler van Henrik Ibsen is het eerste stuk dat ik regisseerde als eindexamen van mijn regieopleiding aan het Rotterdams Centrum voor Theater. Dertig jaar geleden, in 1987. Daarvoor had ik al drie versies gezien.

Het is één van de eerste stukken die ik me herinner als jong volwassene gezien te hebben in een echt theater. Het was in Enschede tijdens mijn studietijd eind zeventiger jaren in de Twentse Schouwburg en werd gespeeld door een repertoiregezelschap uit die tijd, ik weet niet meer welk. Ik kende het verhaal niet en was aan het einde verpletterd. Geïntrigeerd door het stuk zag ik in ongeveer in dezelfde tijd een eveneens indrukwekkende BBC-versie uit 1972 op mijn zwart/wit-televisie met Janet Suzman in de hoofdrol. (Op YouTube staat trouwens een filmversie met Ingrid Bergman als Hedda Gabler, ook in zwart/wit, die ik nog niet heb bekeken.)

Daarna zag ik begin jaren tachtig in Rotterdam in theater Lantaren/Venster de anarchistische versie van Jan Decorte met een dubbelrol voor Decorte zelf als Tesman en Lövborg en Sigrid Vinks als Hedda Gabler. Nadat ik het stuk zelf een keer onder handen had genomen zag ik in ieder geval nog de magistrale versie in de regie van Marcelle Meuleman met Catherine ten Bruggencate (mijn favoriet tot nu toe) en de Ro theater versie met Marieke van Leeuwen. Daarna reisde ik nog naar Den Haagvoor een kille punkversie van Suzanne Kennedy met Çigdem Teke bij het Nationale Toneel. Opgeteld zag ik het stuk dus meer dan acht keer en was deze Hedda Gabler van Theater Utrecht geregisseerd door Thibaud Delpeut de negende. Ditmaal met Karina Smulders in de titelrol.

Karina Smulders speelt Hedda als een verwend kreng dat haar zin wil hebben, I want it all and I want it now lijkt haar credo. Net als bij Suzanne Kennedy is het decor een grote legen en kille ruimte waar de personages ver van elkaar verwijderd blijven. Delpeut heeft meer nadruk dan gewoonlijk gegeven aan de seksuele insinuaties van rechter Brack, de huisvriend van Hedda en Jurgen, gespeeld door Peter Blok. Daarmee maakt hij dat seksuele explicieter dan zoals het oorspronkelijk door Ibsen impliciet beschreven is. Dat vind ik een klein minpuntje in een verder uitstekende Hedda Gabler.

maandag, mei 01, 2017

Arnon Grunberg: Moedervlekken

Afgelopen week las ik mijn zoveelste Arnon Grunberg uit. Moedervlekken, zijn nieuwste roman. Van Vestdijk werd altijd gezegd dat hij sneller schreef dan god kon lezen, maar ook Grunberg heeft daar een handje van. Ik hoef en wil niet alles van Arnon Grunberg lezen maar zijn romans probeer ik bij te houden. Tot nu toe heb ik die op één na, Het bestand, allemaal gelezen. Of eigenlijk twee, want Gstaad 95-98 dat hij schreef onder het pseudoniem Marek van der Jagt heb ik ook nog steeds niet gelezen.

Een lange inleiding voor dit stukje over Moedervlekken.

Kadoke is psychiater en werkt bij de crisisdienst voor suïcidepreventie. Zijn oude moeder heeft zorg nodig en die krijgt ze van twee Nepalese vrouwen die illegaal in het land zijn. Als één van de twee op een dag de deur opent slechts gekleed in een handdoek vergrijpt hij zich aan haar. Is het een verkrachting of is het liefde? Als gevolg hiervan moet Kadoke nu de verzorging zelf regelen. Hij doet dat op onconventionele wijze door een patiënte in huis te halen om voor zijn moeder te zorgen. Als grensoverschrijdende behandeling voor de patiënte, een jonge vrouw die aan zelfmutilatie doet. Zo helpt de vrouw hem en hij de vrouw. Alles uit liefde voor zijn moeder.

Recensies roemen het boek als 'krachttoer', 'intiem portret van de liefde tussen zoon en moeder' en inderdaad is dit een indrukwekkend verhaal dat alle kanten op slingert als een botsautootje of een karretje in een achtbaan op de kermis. Aan de ene kant volkomen absurd, aan de andere kant realistisch. Een geweldig boek dat ik iedereen kan aanraden om te lezen.