maandag, oktober 30, 2006

Schuilkelder # 05

Het is vanavond een matte avond bij Narisk. Is het de overgang van zomer- naar wintertijd die iedereen lamlegt of is het iets anders? Iedereen is moe, heeft eigenlijk geen zin, maar doet zijn best. Toch zie ik mooie momenten. De karakters kristalliseren zich tijdens mijn oefeningen langzaam uit.
Ik doe een oefening met leiderschap. Telkens opnieuw probeert één van de vier (Mimi is er niet) de leiding te pakken over drie onwillige medeschuilers. Dat lukt in geen van de gevallen maar maakt toch veel duidelijk over de personages. Daarna probeert iedereen juist zo inschikkelijk en vriendelijk mogelijk te zijn ten opzichte van de ander. Dit levert meer op en is logischer gezien de situatie.
Tenslotte doen we een scène waarbij Media en Slobo met elkaar willen vrijen en gehinderd worden door de aanwezigheid van Teun en Vender. Een pijnlijke situatie die ik heb gepikt uit Huis Clos van Sartre.
We spreken nog wat na, denken over titels, Aardvarkens vind ik zelf een mooie titel, hoe meer ik er over nadenk. Ik weet al niet meer wie die titel bedacht.

zondag, oktober 29, 2006

Een lange dag

Een hele dag repeteer ik in Schoonhoven. Een lange dag. We nemen het hele stuk nogmaals scène voor scène door. Het tweede bedrijf nemen we iets sneller want daar is in de afgelopen tijd al heel veel aan gewerkt. Gelukkig maar, want het is het ingewikkeldste bedrijf. Tijdens de andere twee bedrijven doe ik alle scènes dubbel. Ik laat ze de scène spelen, geef wat commentaar en laat de scène nogmaals spelen.
Er zijn nieuwe kostuums voor de heren en dat ziet er een stuk beter uit. De fotograaf maakt foto's voor het affiche dat ik ontworpen heb en dat hij gaat uitwerken. Hij heeft een foto van een statig hotel gevonden waar de foto's van de spelers ingemonteerd gaan worden. Ik ben benieuwd.
Tussendoor is er lekkere pompoensoep, een pompoenragout, lekker brood en genoeg om de inwendige mens te versterken. Ik werk ook voor het eerst met de muziek, dus de voorstelling begint vorm aan te nemen. Nog iets minder dan twee weken en dan is het zover!
Hotel du Libre wordt gespeeld op zaterdag 11, zondag 12, vrijdag 17, zaterdag 18, vrijdag 24, zaterdag 25 en zondag 26 november. De zondagen zijn matinees. Meer informatie op de website van het Artotheater

Een bijzondere ontmoeting

Het wordt al laat. Het is bijna tijd om het feest te verlaten. Terug te rijden naar Rotterdam. Een eindje verderop staat de man die later met mijn ex-vriendin is getrouwd. Nu is hij weduwnaar. Ik heb hem slechts eenmaal ontmoet. Op de begrafenis van ons beider geliefde. Mijn vrouw naast me spoort me aan hem aan te spreken. Hem te begroeten. Ik aarzel. Het is een man die ik niet ken. Die ik slechts eenmaal heb ontmoet. Toch laat ik me overhalen. Ik loop op hem toe.

"Jij bent toch ..." begin ik. Ik vertel hem dat ik aarzelde hem te begroeten omdat ik hem slechts één keer heb gezien. Hij vertelt me dat hij precies hetzelfde had. In enkele ogenblikken zijn we in een intiem gesprek verwikkeld. Hier staan twee mannen op een feest te praten over hun dode geliefde. Over de vrouw die ze allebei hebben bemind. Terwijl we elkaar niet kennen zijn we verbonden door de liefde voor dezelfde bijzondere vrouw. Die wij in ieder geval alletwee heel bijzonder hebben gevonden en nog steeds bijzonder vinden. We spreken over hun kinderen, over zijn nieuwe geliefde. Hoe hij dacht dat hij nooit meer verliefd zou worden en dat toch weer geworden is. Op een andere manier heb ik hetzelfde gevoel gehad toen de liefde tussen ons uitraakte in een cruciale periode in mijn leven. Aan die periode word ik hier op dit feest sterk aan herinnerd. Hier zijn veel vriendinnen van mijn ex verzameld, vriendinnen uit onze studententijd. Het was het einde van mijn studententijd dat samenviel met het einde van mijn relatie. Eén van de meest grauwe en depressieve perioden in mijn leven. Op zoek naar een nieuw doel na mijn studie, zonder geliefde.

Maar de dood is een definitiever einde dan het einde van een verliefdheid. Onherroepelijk. Voor mij begon onmiddellijk daarna een nieuw leven in Rotterdam. Ik liet alles achter me en begon opnieuw. Binnen het jaar was ik opnieuw verliefd. Op mijn vrouw die me nu heeft aangespoord. Ook een bijzondere vrouw. Mijn vrouw. Die me deze bijzondere ontmoeting heeft bezorgd.

zaterdag, oktober 28, 2006

Oom Tim

Terwijl ik in de stad fiets op zoek naar een nieuwe broek word ik gebeld. Onze vaste telefoon thuis doet het niet, een storing op de lijn. Oom Tim is dood. De tweede broer van mijn vader die gestorven is. Mijn vader komt uit een gezin van zeven kinderen, zes jongens en één meisje. Hij vertelt me het droeve nieuws. Vannacht is oom Tim gestorven, voor of na twaalf uur, dat is niet duidelijk. Maar als hij na twaalf uur is gestorven dan is hij op zijn verjaardag heengegaan.

Terwijl ik verder fiets door de stad op zoek naar een nieuwe broek, komt er een soort rouwstemming over me. Niet dat ik mijn oom de laatste jaren veel heb gezien. En ook vroeger zag ik hem weinig. Hij was de oom die ver weg woonde. In Rotterdam en later in Hendrik-Ido-Ambacht. Eens in de zoveel tijd zagen wij hem bij opa en opoe in Groningen. Een vrolijke man met een Rotterdams accent. De enige oom met een Rotterdams accent. Vroeger in Groningen heette hij Tinus, later Tim. Vergezeld van tante Bep, ook een vrolijke en goedlachse tante. Ze hadden enige tijd in Canada gewoond en hun kinderen vroegen niet om pindakaas maar om peanutbutter.

De laatste keer dat ik hen langdurig heb gezien was bij de crematie van mijn opa, ongeveer zeventien jaar geleden. Mijn vrouw was hoogzwanger van onze oudste dochter. Wij reden mee naar Groningen. Het was een prachtige dag in mei. We picknickten op de Veluwe in een bos. Ik geloof dat dat op de terugweg was naar Rotterdam. Zij hadden alle tijd en wij hadden volgens mij enigszins haast. Dat gaf een licht gevoel van wrevel naar elkaar op dat moment, maar de goede herinneringen overheersen. Een half jaar geleden kreeg hij een beroerte en heb ik nog een kaart gestuurd om sterkte te wensen. Anderhalf jaar geleden heb ik hem voor het laatst gezien op de crematie van die andere dode oom, oom Arie.

Nadat mijn oom Tim uitgewerkt was en met pensioen was gegaan zijn hij en zijn vrouw nog een paar maal verhuisd. Eerst naar Twente, tweemaal, en toen naar een klein plaatsje ten oosten van Groningen en tenslotte toch weer terug naar Hendrik-Ido-Ambacht. Dat is nu maar goed ook. Daar wonen zijn kinderen nog steeds. Daar zal hij deze week gecremeerd worden.

Mijn stemming is omgeslagen en ik koop geen broek meer. Ik fiets naar huis en vlakbij huis komt mijn vrouw aanrijden in een oranje poncho. "Oom Tim is overleden," zeg ik.

vrijdag, oktober 27, 2006

Voici Magritte

Ik loop over de tentoonstelling Voici Magritte. Een mooie tentoonstelling verspreid over de mooiste zaaltjes van Museum Boymans. Maar kan Magritte eigenlijk wel schilderen? Er hangt een prachtig houtskoolportret van zijn prachtige vrouw, Georgette Berger, die je met zwarte ogen aankijkt. Er zijn mooie omslagen van bladmuziek, maar als je de schilderijen aandachtig bestudeert is er schilderkunstig eigenlijk niets te ontdekken. Een grasveld bestaat uit minutieus geschilderde grassprietjes. Meer niet. Vlak na de oorlog probeert Magritte even iets anders. Hij experimenteert. Maar als zijn fans dit werk afwijzen keert hij op zijn schreden terug tot zijn oude en eigenlijk saaie reclameschilderstijl. Het zijn de ideeën en de poëzie van zijn schilderijen die aanspreken. Het vermoeden van een diepere betekenis die niet te vatten is maar die achter het beeld verborgen ligt. Daarover gaat ook de onverstaanbare lezing van Ruud Kaulingfreks. De man spreekt of hij alleen is. Mompelt voor zich uit. Misschien is dit zijn bedoeling. Heeft zijn lezing een net zo verborgen betekenis als de schilderijen van Magritte. Een groot gedeelte van het publiek verlaat halverwege de zaal. Ik volg hun voorbeeld. Loop met de filosofiestudent die vanavond mijn collega-kaartjescontroleur is door de zalen. Maak een foto van een tekening die me aanspreekt door het onderwerp La Lectrice Soumise.

donderdag, oktober 26, 2006

Klok

Ik sta voor de deur van de klokkenwinkel naar het bordje "Gesloten" te kijken als er een man aan komt lopen die me vraagt wat ik zoek. De klokkenmaker zelf. Een gezellige ronde man met een baard die jonger is dan ik verwacht bij deze winkel. Ik vraag hem wanneer hij open gaat want het is drie uur. Volgens het briefje met openingstijden had hij al twee uur geopend moeten zijn. Maar hij moest een boodschap doen die langer duurde dan hij had verwacht. Ik zet mijn fiets vast en loop naar binnen. Ik pak de klok uit. De oude klok van wijlen mijn schoonmoeder. Ik zoek een sleutel bij de klok zodat hij weer gaat lopen. De klokkenmaker vraagt of ik de sleutel wil verdienen. Ik vraag hem of ik dan tien klokken voor hem moet repareren. Hij geeft geen antwoord maar loopt naar achterin de winkel en komt terug met een bak vol sleutels. De eerste is te groot, de tweede te klein. De derde past. Hij draait een paar slagen en luistert. De klok loopt. Ik moet hem in de eerste periode tweemaal per week opdraaien om te zorgen dat hij weer regelmatig gaat lopen. Daarna moet één keer per week voldoende zijn. Dan herhaalt hij zijn vraag of ik de sleutel wil verdienen. Dat is goed, antwoord ik. Hij vraagt me of ik hem wil helpen de draaibank die hij zojuist gekocht heeft de winkel binnen te dragen. Natuurlijk wil ik dat. Het is een groot en zwaar ding. Zeventig kilo. Maar met zijn tweeën dragen we hem zonder al te veel moeite naar de winkel. Ik was mijn handen die wat vettig zijn geworden in het keukentje en stap met een lopende klok weer op de fiets.

Thuis hang ik de klok aan de muur. Hij loopt nog steeds. Op tijd.

woensdag, oktober 25, 2006

Derde bedrijf

We gaan deze repetitieavond tweemaal door het derde bedrijf. Het laatste gedeelte hebben we nooit eerder gedaan en kost dan ook nogal wat moeite. Ondertussen zijn er voor de dames kostuums en voor de heren regenjassen. Over het laatste ben ik niet tevreden. Over de kleding van de dames die John en Els hebben gemaakt, ben ik erg tevreden. Maar het is alsof de dames voor binnen gekleed zijn en de heren voor buiten. Daar zit een inconsequentie in.
In het weekend heb ik muziek van Fay Lovsky uitgekozen voor het stuk, "Jopo in Mono", een oude cd uit 1992 die ze maakte naar aanleiding van het werk van Joost Swarte (Jopo de Pojo), door hem in een prachtig hoesje gestoken. Een cd die we grijs gedraaid hebben. Vrolijke, beetje Franse muziek (Appelation controlée, la, la, la, la, la, la!) met blues en vrolijke noten.
Illustratie: Joost Swarte

maandag, oktober 23, 2006

Schuilkelder # 04

"Wanneer verstand en hartstocht met elkaar strijden, krijgt het verstand gelijk - en lijdt de nederlaag" lees ik op het kalenderblaadje bij de Cultuurscout. Een citaat van Otto Weiss, theaterdirecteur. We praten met haar over een lokatie. Ze organiseert binnenkort een kunstborrel in het gebouw van meubelwinkel Europoort, ondergronds, nat, er ligt alleen een mooie houten vloer in, dus wellicht een geschikte lokatie voor de nieuwe voorstelling van Narisk. Ik heb er contact over gehad met Ferrie en hij kent de plek. Is er geweest op de Architectuurdag. Het schijnt een prachtige lokatie te zijn en ik hoopte dat we er nu met de Cultuurscout heen konden maar ze geeft ons slechts naam en telefoonnummer van de directeur die we kunnen bellen.
Dat doe ik. De directeur is enigszins afhoudend. Ik vertel mijn verhaal gepassionneerd, hij is realistisch en wil weten om hoeveel keer het gaat en hoe laat. Maar hij is niet onwelwillend. Hij belooft met zijn broer, de mededirecteur te overleggen en me volgende week terug te bellen.

zondag, oktober 22, 2006

Ober

Voor sommigen is het leven een feest. Niet voor Edgar. Met deze twee regels wordt de film Ober geschetst. Omdat Edgar's leven geen feest is doet hij zijn beklag bij de schrijver van het scenario van zijn leven. De ober vraagt de schrijver om een beter leven. De schrijver werpt tegen dat hij moet lijden, getergd moet worden door de buren, door de klanten in het restaurant, door zijn minnares en haar broer. De schrijver belooft om hem te troosten korstondig geluk in de liefde, met een vrouw waarvan hij houdt, maar die hem zal verlaten. Dat gebeurt en het leven van Edgar gaat van kwaad tot erger. Een tweede minnares maakt de situatie alleen maar gecompliceerder, zeker op het moment dat hij ontdekt van wie deze geheimzinnige minnares de vrouw is. Een huurmoordenaar kan de zaak voor hem oplossen, maar daardoor zinkt hij nog dieper in de put. Eén van de toppunten van troosteloosheid is het feestje dat Walter zijn collega voor hem heeft georgaiseerd ter ere van zijn 25-jarig oberschap.
Het is een mooie Van Warmerdam-film met veel humor, slapstick à la Jaques Tati, grappige teksten, maar helaas aan het einde te lang. Vlak na het feest had het voor mij afgelopen mogen zijn, maar de film loopt net iets te lang door. Het scenario verzand enigszins, alhoewel de allerlaatste scène als de schrijver einde onder zijn verhaal tikt weer wel mooi is.

EINDE

vrijdag, oktober 20, 2006

Kunststof

Hoog tijd voor een reclameboodschap. Ditmaal voor het programma Kunststof. Iedere avond van zeven tot acht live op de radio te beluisteren via Radio 1 en ondertussen bij aflevering nummer 1407, die was vanavond met harpiste Lavinia Meijer. Gepresenteerd door Jellie Brouwer, Petra Possel, Hanneke Groenteman en Frènk van der Linden. De eerste twee komen het meest aan de bak, Jellie aan het begin van de week en Petra aan het einde. Een rustig programma, iemand uit de wereld van kunst en cultuur wordt ongeveer een uur lang geïnterviewd, onderbroken door een filmjournalist en een boekenlezer op vaste dagen en meestal iedere dag door verkeersinformatie halverwege het programma. Ik luisterde het programma altijd gedeeltelijk, onderweg naar een repetitie tussen zeven en acht, op maandag, dinsdag en woensdag. Maar sinds enige tijd is het programma ook als podcast te beluisteren en is het niet meer nodig live te luisteren. Uit de gedownloade afleveringen kan gekozen worden voor iemand die ik ken of een onbekende. Meestal is het laatste het meest interessant.

Vandaag luisterde ik bijvoorbeeld de aflevering waarin topkok Yolanda van der Jagt werd geïnterviewd. Ik wist niet wie het was, pas toen ik luisterde wist ik dat zij degene was waar het eerste nummer van Elle Eten aan gewijd was. Iemand van de Hollandse keuken. Ze vertelde een mooi verhaal over rode kool. Haar moeder vond dat er eenmaal per jaar rode kool gegeten moest worden. Niet omdat iemand dat lekker vond, want dat was in hun gezin niet het geval, maar omdat je alles moest leren eten. Haar moeder kon het gerecht ook niet klaarmaken. Het was daarom voor niemand lekker. Later leerde Yolanda zelf hoe je rode kool moest koken en leerde met een lekker gerecht
haar moeder te overtuigen dat rode kool toch lekker is. Voor haar een bewijs van de stelling dat je alles kunt leren eten. Je moet aan de smaak wennen en het moet lekker worden klaargemaakt door iemand die het zelf ook lekker vindt. Een prachtig verhaal. Ik zie de familie Van der Jagt voor me die met lange tanden eenmaal per jaar vieze rode kool zit te eten. "Dooreten, kinderen, het moet!"
Link naar de podcast (plak in je podcastprogramma)

donderdag, oktober 19, 2006

Workshops

In Gouda geef ik twee dagen achtereen twee workshops. De eerste is beide dagen om kwart over acht, de tweede om tien uur. Een onmogelijke tijd om te beginnen. Zeker als je er eerst voor naar Gouda moet reizen. Ik ben niet gewend zo vroeg op te staan (kwart over zes) en dan ook weer laat naar bed te gaan. Dinsdagavond ga ik laat naar bed omdat ik van een repetitie in Schoonhoven kom, woensdag ga ik laat naar bed na een repetitie van Het Gebroken Oor. Vooral de woensdag is een hele lange werkdag.
Ik werk als altijd met de methode van Helmert Woudenberg, Vuur, Water, Lucht, Aarde. Ik eindig met een talkshow rondom verleiding, het thema van de tentoonstelling, en het programma Boer Zoekt Vrouw. Dit laatste om aan te sluiten op de actualiteit en op iets dat ze kennen. Drie gasten, vuur, water (twee vrouwen) en aarde (de boer) vertellen aan de talkshowhost (lucht) hoe ze verleiden, op hun eigen manier.
Vooral de sportklas is erg leuk. Die leerlingen zijn tenminste niet zo bang om te bewegen voor hun klasgenoten. De klas die ik als eerste krijg is het ergste. Een aantal van de 'aanvoerders' durft eigenlijk niets en beïnvloedt de rest. Bang om zichzelf bloot te geven, bang om af te gaan voor de anderen in de klas. Maar God straft onmiddellijk en onrechtvaardig. Beide klassen komen op de terugweg van de tentoonstelling waar ze 's middags naar toe gaan, en waarvoor mijn workshop een opmaat is, in de lange file tussen Den Haag en Zoetermeer terecht. Drie uur en een kwartier zitten ze in de bus. Zonder eten, tussen vier en kwart over zeven 's avonds. Een hel voor de bijbehorende docenten.

woensdag, oktober 18, 2006

Over de kop

Om kwart over zes gaat de wekker. Vier minuten later sta ik op. Het is nog donker als ik om tien voor zeven buiten fiets. Ik houd in bij het naderen van het grote kruispunt vlakbij huis en vermeerder vaart als het stoplicht op groen springt. In de duisternis doemt het stukje trottoir op dat de linkerbaan van het fietspad van de rechterbaan scheidt. Ik wil de stoeprand ontwijken maar ik nader in volle vaart. Ik knijp hard in beide remmen. Iets te hard in de voorrem want het achterwiel komt omhoog en mijn fiets slaat over de kop. Zonder kleerscheuren kom ik terecht op het asfalt. Mijn rechterhand is een klein beetje geschaafd. De man achter me helpt me overeind. "Het is niets" zeg ik. Eén van de twee hoornen van mijn stuur, de rechter, is door de klap op het asfalt verbogen. Heeft misschien mijn klap opgevangen. Die zit in een knik van een graad of vijftien tegen het stuur. Ik trek de hoorn eraf, stop hem in mijn rechterjaszak, en fiets verder. Al snel heb ik wederom dezelfde vaart als voorheen. Voor me fietst de man die me overeind hielp. Met ongeveer dezelfde snelheid rijd ik achter hem aan. Op de Goudse Singel versnel ik opnieuw en haal hem in. Ik ben bang te laat te komen. Volgens de routeplanner gaat mijn trein om 7.16 uur. In mijn hoofd gaat-ie om 7.13 uur. Om 7.10 uur kom ik aan op het station en moet ik mijn fiets nog stallen en een kaartje voor de trein kopen. Op het perron heeft de routeplanner gelijk en mijn hoofd het fout. De trein vertrekt op het aangegeven uur.

Illustratie: krokodil achter de ruit van het biologielokaal

maandag, oktober 16, 2006

Drie maal is scheepsrecht: Ravel

Niet helemaal tevreden met mijn bevindingen over het boek Ravel waar ik een paar dagen geleden over schreef, surf ik over het internet op zoek naar reacties van anderen. Die zijn er voldoende te vinden. Meest in het Frans, sommige in het Engels, ik vind er geen in het Nederlands (zie hieronder bij de links).
Waarom of wat heb ik in het boek niet begrepen, vraag ik me af. Al lezende in de recensies die meestal lovend zijn, kom ik er achter dat Echenoz een soort van Bolero heeft willen schrijven. Naar het beroemdste muziekstuk van Ravel. Een muziekstuk dat maar door en door gaat, (volgens de Ravel in het boek waarvan je nooit weet of het de echte is, of een verbeelding van de schrijver) een muziekstuk waar geen muziek in zit. Een machine. Ravel's postuur wordt vergeleken met dat van een schrijver, William Faulkner. Is dit een boek, een biografie, waar geen literatuur in zit? Ravel heeft geen liefdesverhoudingen. Hij is een man zonder eigenschappen. Net als de Bolero gaat het maar door en door, de ene gebeurtenis volgt op de andere. Hij rookt de ene Gauloise na de andere. Er is geen dramatische ontwikkeling, het wordt enkel en alleen maar steeds harder en harder. Met als climax het auto-ongeluk van Ravel.
Terwijl ik lees word ik door de recensenten meer en meer herinnerd aan opmerkelijke gebeurtenissen in het boek. Hoe hij kwaad is over hoe zijn muziekstukken worden uitgevoerd. Door Toscanini (te snel), door Paul Wittgenstein (met allerlei versieringen).
Het boek begint met Ravel liggend in zijn bad en einidigt met een apathische Ravel. Dit boek is als liggen in een bad. Er zijn weinig opmerkelijke regels. Geen golven zoals in een zee. Als een machine schrijft de schrijver door. Een somber boek. Waarin niets gebeurt.

Links:
In het Frans: L'Humanité, Culturofil, La Quinzaine Litteraire, Le Monde, Le Point
In het Engels: French Book News, Center for Books

zondag, oktober 15, 2006

Poster

Ik maak met een kladblaadje, een pentelpen en de computer een schets voor de poster van het stuk Hotel Belvédère van Arto Post Laboro. Ik hoop dat iemand van de groep er met Photoshop iets leuks van kan maken. Het is de bedoeling dat in de cirkeltjes kleine fotootjes van de hoofden van de spelers komen te staan. Monsieur Pinglet en Marcelle zijn aan de linkerkant op weg naar het hotel. Van rechts komt madame Mathieu met haar vier dochters. In de deuropening staan Bastien en Boulot. De rest is achter de raampjes te zien.

JPod

Ik krijg van mijn oudste broer het nieuwste boek van Douglas Coupland, schrijver van Generation X. Het heet JPod. Een intrigerend boek, vooral door de typografie. Het boek heeft ook een spannende website. Daarop is vast een voorproefje te zien, te lezen en te horen.

zaterdag, oktober 14, 2006

vrijdag, oktober 13, 2006

Ravel (2)

Het achtste hoofdstuk maakt de meeste indruk op me. Ravel is door een auto-ongeluk zwaar gewond geraakt en kan niets meer. De rest van zijn leven brengt hij door in een toestand van apathie, hij herkent zijn eigen composities niet meer. Maar verder... Dit boek van Jean Echenoz kon me niet boeien. Ik was telkens opnieuw onder de indruk van zijn boeken, zes stuks heb ik nu gelezen, in dit boek blijft het mijns inziens bij een en toen, en toen, en toen. Ravel ontmoet vele bekende Fransen, maar ze blijven schetsmatig zoals zelfs Ravel in dit boek een schets blijft. Het gaat over de laatste tien jaar van zijn leven met de nadruk op een reis naar Amerika, tien jaar voor zijn dood, per boot, op een luxe oceanliner. Ravel heeft geen liefdesrelaties, de vrouwen die hij een aanzoek heeft gedaan hebben hem meer of minder bot, geweigerd. De vrouw die hem een aanzoek heeft gedaan heeft hij zelf geweigerd. Wat gaat er om in het hoofd van Ravel? Wat is de bedoeling van Jean Echenoz, schrijver van het prachtige Je m'en vais (Ik ga weg) met dit boek?

woensdag, oktober 11, 2006

Cathedral

Tijdens de schrijfcursus die ik vorig jaar september deed maakte ik voor het eerst kennis met Raymond Carver. Volgens onze docente, Cathelijn Schilder, was hij een meester in het korte verhaal. Het verhaal dat we toen lazen en waarvan ik de titel niet meer weet, maakte grote indruk op ons allemaal. Nu heb ik een boek geleend getiteld Cathedral. Bijna alle verhalen in deze bundel zijn even indrukwekkend. Kleine parels waarin in elk verhaal wel iets bijzonders gebeurd. Het bezoek van de blinde in het titelverhaal, de man die de vriendin van zijn vrouw probeert te versieren, het kind dat wordt aangereden. Veel verhalen gaan over mensen aan de rand, aan de rand van alcoholisme, op een breekpunt in hun leven, zoals het stel dat na een bezoek aan vage kennissen besluit ook een kind te nemen. Verliezers zijn het. Ze hebben iets verloren of staan op het punt het te verliezen. Maar met ontroering en grote liefde voor de personages beschreven. "It is as if Carver has passed a wand over words on paper, and thus made his story (...), the cathedral" zegt de flaptekst. Het is waar. Het boek is een prachtig bouwwerk opgebouwd uit de verhalen die elk op zich glinsterende edelstenen zijn.

dinsdag, oktober 10, 2006

De Schuilkelder # 03

Eén van de vijf spelers is ziek en als gevolg daarvan heb ik niet helemaal genoeg programma. We werken verder aan de personages en het persoonlijk arrangement volgens de methode vuur-water-lucht-aarde. Er wordt veel gelachen om de centenbak van Sjaan, de buurthuiswerkster, maar ook Vender wordt mooi gevaarlijk als hij zijn vuur laat zien.
Tot slot doen we een vier-stoelen-improvisatie. Die gaat enigszins moeizaam. Het blijft moeilijk goed naar elkaar te luisteren. Maar als we iedereen in zijn brandpunt laten komen komen er weer spannende situaties uit. Ik laat hen improviseren rond het thema dat één van de vijf bewoners van de schuilkelder dood is. Vraag is: eten we hem op of niet?

maandag, oktober 09, 2006

24 uur Wasco

Afgelopen weekend tekende striptekenaar G. Wasco (mijn broer) tezamen met een aantal andere striptekenaars 24 uur lang strips in het Groninger Stripmuseum. In het programma 4 in 't land werd hij aangekondigd als de enige professionele striptekenaar in het gezelschap en was hij het meest aan het woord. Een tikje bleek om de neus, maar toch... het was volbracht.
Meer over de marathon hier

zondag, oktober 08, 2006

Gewonnen!

De telefoon gaat. Het is Denise. Ik had haar al gebeld om te vragen hoe de andere voorstellingen gegaan waren, maar ze nam niet op. Nu komt ze met de mededeling dat we hebben gewonnen. Gewonnen? Hoezo gewonnen? Welke wedstrijd? Onze Medea, Mind the Gap heeft gewonnen. Een aantal theaterstudenten heeft alle voorstellingen in Route 038 bekeken, vijf keer vijf voorstellingen van een kwartier en besloten dat onze voorstelling, de monoloog van Denise, de beste is. Ze belt me speciaal omdat we voordat we met de monoloog begonnen in december vorig jaar voor het Monologenfestival in februari, uitgebreid gesproken hebben over het winnen van prijzen voor theatervoorstellingen. De coördinator van het festival had toen gezegd dat als we een drummer bij de voorstelling zouden toevoegen, we dan gediskwalificeerd zouden worden. En Denise wil heel graag winnen, had hij tegen me gezegd. Ik sprak er met Denise over en dat bleek helemaal niet het geval. Ze was blij omdat er iemand die ze kende in de jury zat. Datzelfde goldt trouwens voor mij. Dat festival eindigde met een nominatie, dus één van de beste drie voorstellingen. Maar ik had Denise ook verteld dat ik, als er een prijs is, ik die graag wil winnen. Teleurgesteld ben als ik hem niet win. Bij het Eenakterfestival Rotterdam was ik een aantal keren de prijs misgelopen en vanwege de teleurstelling een keer niet naar de prijsuitreiking gegaan. Toen won ik prompt de techniekprijs en kon hem niet in ontvangst nemen. Dat verhaal had ik Denise verteld, vandaar dat ze me onmiddellijk belt. Ik vind wel dat ze hem zelf het meest verdient maar ben het met haar eens dat de voorstelling een product is van ons vieren, van de drummer, de vormgeefster, de regisseur en de actrice.

Kaatje is verdronken

Omdat ik toch in Zwolle ben en op de Theater4daagse kijk ik of er nog een voorstelling te zien is. Ik kies voor Kaatje is verdronken van Alex van Warmerdam, gespeeld door een groep spelers uit de Noordoostpolder, geïnitieerd door het Centrum Amateurkunst Flevoland. Jong en oud tezamen gebracht in een adhoc-gezelschap. De oorspronkelijke voorstelling heb ik lang geleden gezien (1993) en ik kan me er eerlijk gezegd weinig van herinneren behalve dat het zich in een huiskamer afspeelt en dat Alex van Warmerdam behalve te spelen zelf drumde.
Het stuk dat ik nu zie werd oorspronkelijk gespeeld in een schuur met een decor van zeventig appelkisten. De appelkisten zijn er wel maar nu staan ze in het theater. Het is een degelijk gespeelde voorstelling, ik geniet als altijd van de humor van Alex van Warmerdam. ‘De vergadering is geopend. We bespreken vandaag twee onderwerpen. Het eerste betreft de tuin, het tweede de hitsigheid van Ka.’ Zo begint Johannes Klein het gesprek met vrouw Irma en dochter Ka tijdens het avondeten. En de vraag of de vijftienjarige Kaat een meisje is of een vrouw. "Ze heeft schaamhaar, borsten en ze menstrueert" zegt de moeder. Ik geniet van het platte accent van de moeder die alle ennen inslikt en de a's uitspreekt als ae's. Zij is mijn favoriet in dit stuk. Minpunt is de rol van Kobbe die gespeeld wordt door een vrouw in mannenkleren en daardoor te weinig heeft van een mysterieuze en gevaarlijke man en te weinig dreiging uitstraalt.
Heel goed is de keuze voor nieuwe muziek en het laten zingen van de liedjes door drie jonge vrouwen in gele regenjassen met rode kaplaarzen aan. Ze zitten rechts op het podium, samen met het orkest dat ook gekleed is in gele regenjassen. De liedjes worden schitterend meerstemmig gezongen. Terecht genomineerd als een van de zeven voorstellingen voor een van de juryprijzen van het festival.

zaterdag, oktober 07, 2006

Route 038

In het kader van de Theater4daagse in Zwolle zie ik Route 3 in Route 038. De Theater4daagse is een vier dagen durend festival voor amateurtheatergroepen uit Nederland. Zeven voorstellingen zijn genomineerd voor een speciale juryprijs. Route 038 is een theatrale collage van vijf maal vijf korte (fragmenten uit) theatervoorstellingen van een kwartier. Ik reis af naar Zwolle omdat Denise Beeckmans in Route 3 nogmaals de monoloog Mind the Gap speelt van Stefan Hertmans die ik geregisseerd heb in het Monologenfestival van afgelopen februari. Ditmaal staat ze niet in het theater, maar in een heel klein steegje, genaamd de Muursteeg. Deze naam is toepasselijk, als je je armen naar beide kanten uitstrekt, kun je de beide muren aanraken.
We vertrekken voor de route vanuit theater Odeon. Eerst zien we een stukje Lysystrata door twee jonge spelers, een jongen en een meisje. Terwijl ze bezig zijn begint het steeds harder te regenen totdat routeregisseur Aad Spee ingrijpt. De tekst wordt langzamerhand onverstaanbaar. De spelers gingen zonder met de ogen te blikkeren verder terwijl hun kleding langzaam doorweekte. Ik heb bewondering voor ze, dat kunnen nog twee hele goede acteurs worden. Het volgende stuk is een improvisatiestuk in het museum tegenover het theater. Bewegingstheater, korte stukjes, recepten die gereciteerd worden. Het is grappig en onderhoudend, onbegrijpelijk maar leuk. Dan volgt de monoloog van Denise. Gelukkig is het droog. In de steeg is het compleet anders dan in het theater maar net zo indrukwekkend. Vierde stuk is een gedeelte uit Brief Encounters van Noël Coward. Een mooi stuk dat schitterend verfilmd is door David Lean. Hier wordt het gespeeld op een schitterende locatie, in een ingenieursbureau, maar dit stukje is het minste van de vijf. Houterig worden de teksten gezegd en ik vind dit qua thema ook uit de toon vallen, het minst passen. Het laatste is een gedeelte uit Alles van Esther Gerritsen. Vooral de beginmonoloog is erg leuk. We wachten onderaan een trap terwijl een vrouw verteld dat we straks naar boven gaan. Daar aangekomen staan alle spelers van de vorige stukken opgesteld als standbeelden met een labeltje aan hun vinger. Alles gaat over een groep ruimtewezens die de mens bestudeert en steeds meer op hun studieobject gaat lijken.
Ik praat na met regisseur Aad en Denise. Ik ben blij dat ik de reis naar Zwolle ondernomen heb. Ik heb een vernieuwde versie van mijn stuk gezien.

vrijdag, oktober 06, 2006

Verdwaald in Vlaardingen

"Jij weet de weg?" vraag ik mijn vrouw voor we instappen. Ze antwoord bevestigend en we rijden naar Vlaardingen. Voor de zekerheid heeft ze het nummer van de persoon waar we gaan eten in haar telefoon en die heeft ze bij zich. Ook voor als we in een file terechtkomen. Aan de noordkant komen we in langzaamrijdend verkeer terecht. Het regent behoorlijk zoals al de hele dag. Het is donker op de weg. Maar omdat we later zijn dan bedoeld, bel ik.
Ik krijg een Jeroen aan de lijn. Verkeerd verbonden. Het nummer klopt niet. Na de afslag naar Delft en Den Haag wordt het gelukkig rustiger op de weg. We rijden door naar Vlaardingen. Vlakbij Vlaardingen komt iemand ingevoegd die bijna tegen ons aan invoegt. Hij schrikt er zelf van. Alles gaat goed. Ik vraag mijn vrouw waar we van de weg af moeten. Vlaardingen-West. Als we voorbij een benzinestation komen zijn we te ver.
Nog geen honderd meter van de grote weg is een benzinestation. Dat is niet het juiste en we rijden door. We moeten op een rotonde komen, maar die komt niet. We kruisen het spoor en komen bij een industrieterrein. Ik herken het gebied vlakbij het atletiekveld van Fortuna. Eén ding is zeker. We zijn verdwaald. We rijden terug en rijden een wijk in waarvan mijn vrouw denkt dat die het moet zijn. We rijden langs een snackbar waar een aantal grote mannen zitten. Ik stel voor om de weg te vragen, mijn vrouw is eigenwijs. We dwalen door de wijk. Uiteindelijk keren we voor de tweede keer om en rijden terug richting snelweg. Nu nemen we een andere weg. Op naar het centrum. We zien een molen en slaan rechtsaf richting centrum. Ik stel voor om te stoppen bij een Bas van der Heijden. Daar vraag ik de weg onder een afdak schuilend voor de regen aan een man en een vrouw terwijl mijn vrouw de kaart bestudeert. Het is een uitgebreide beschrijving, maar pas als ik hem helemaal in mijn hoofd heb loop ik terug naar de auto. Bij het tweede kruispunt gaat het mis.
We moeten linksaf, mijn vrouw denkt de linkerbaan te nemen en staat midden op een fietspad. Het is auto's niet toegestaan hier linksaf te slaan. Dus slaan we rechtsaf. Maar ik roep hard "stop" want ze rijdt bijna tegen een auto aan de met grote vaart van links vanuit de regen komt aanrijden. Paniek!
Als mijn vrouw gekalmeerd is keren we de auto en rijden de route zoals aangegeven door de vrouw bij de Bas. Bij de gezochte rotonde weet mijn vrouw het weer. De flat wordt gevonden, nu het nummer nog. "Hier moet het zijn" zegt mijn vrouw. Het is het enige bordje waar geen naam bij staat. We drukken op de bel en de deur zoemt. We duwen hem open en staan in een portiek. Naast de deur van het huis waarvan we de bel hebben ingedrukt hangt een grote plaat van een hond, Hier waak ik. Dit is het verkeerde huis.
We lopen weer naar buiten en ik kijk op de naambordjes. De goede straatnaam staat op de straat om de hoek. Hier is ook een bordje met de juiste naam. Gevonden. Anderhalf uur om van Rotterdam naar Vlaardingen te komen.

Low

We zitten rond de tafel met de voorzitters van alle grote faculteitsverenigingen. Wat wij willen, mijn collega en ik, is een groot popfestival op het terrein van de universiteit. We schrikken van de terughoudendheid van de voorzitters. Vooral de grootste verenigingen, waarvan wij het idee hebben dat ze alles kunnen organiseren, hebben de grootste terughoudendheid. Het lijkt alsof ze alleen iets groots kunnen organiseren met een draaiboek, een voorbeeld. Onze kracht is creativiteit en wij denken dat dat de kracht is van elke organisatie. Zonder creativiteit ben je nergens. Dus moet je iets nieuws kunnen bedenken, iets nieuws kunnen vormgeven. Je onderscheiden van wat er al is. Een beetje met een kater verlaten we de vergadering. De kleinste verenigingen zijn het meest enthousiast. How low can you go? denk ik.

Illustratie: laagtij op het meer van Connemara

donderdag, oktober 05, 2006

Nog meer verboden liefde

Voor de tweede keer achtereen werken we aan het nummer Verboden Liefde. Langzamerhand neemt het een definitieve en mooie vorm aan. De demo die ik heb gemaakt heeft zijn vruchten afgeworpen. Het is een voorbeeld, een mal voor het nummer zoals het moet worden. In het begin leek het me bijna onmogelijk wat ik thuis in elkaar geknutseld had tot een speelbaar nummer te maken. (Ondanks dat ik daar terdege rekening mee had gehouden.) Nu blijkt dat dankzij het voorbeeld nieuwe dingen ontstaan. Ideeën groeien die zonder dat niet hadden kunnen komen.

woensdag, oktober 04, 2006

Lopikerplein

Na de repetitie wacht ik op de bus op het Lopikerplein in Schoonhoven. Telkens weer ben ik verbaasd over de gemoedelijkheid van het dorpje. Je wordt er door wildvreemden op straat nog vriendelijk gegroet. Er staan kastjes langs de kant van de straat met (bijvoorbeeld) dozen met eieren. Het geld voor de eieren kun je in een bakje doen en je aankoop meenemen. Nu is het rond elf uur en sta ik in de verlaten bushalte. De bus naar Gouda is al voorbijgekomen dus de bus naar Rotterdam kan elk moment komen. Dan stopt een rode auto bij de bushalte. Voorin zitten twee Noord-Afrikaans uitziende jonge mannen. Ik kijk even opzij en lees verder in mijn boek met korte verhalen van Raymond Carver over een echtpaar waarvan het kind op zijn verjaardag is aangereden. Ik gluur opzij en zie dat het portier aan mijn kant niet helemaal gesloten is. Ik zie de twee jongemannen in de auto discussiëren maar hoor niet wat ze zeggen. Ik kijk op. De bus komt aanrijden en draait juist rechtsom de hoek om. Ik loop een paar passen richting bus die alleen maar achter de auto kan parkeren. Dan trekt de auto op. Als ik de bus instap die wordt bestuurd door een oudere blonde dame zie ik als ik naar rechts kijk de auto met wijdgeopend rechterportier wegscheuren. De nacht in. Het lijkt of er een jas naar buiten wappert.
Is Schoonhoven werkelijk zo vriendelijk als het lijkt of ben ik ontsnapt aan een beroving, bedreiging? Of zijn dat enkel vooroordelen ten aanzien van jongeren en Noord-Afrikanen of de combinatie daarvan en is Schoonhoven net zo gemoedelijk als het er uit ziet?
Foto: niet het Lopikerplein maar zomaar een straatje in Schoonhoven

dinsdag, oktober 03, 2006

Herfst

Als ik op de fiets stap op weg naar de repetitie van Narisk, regent het een beetje. Als ik aankom ook. Daartussendoor valt de regen met bakken uit de hemel op me neer. Ik heb mijn regenpak aan, maar mijn Quick-schoenen zijn doorweekt. Het is herfst. Ik denk terug aan de eerste vergadering met Narisk voor deze voorstelling in augustus. Ik was net terug uit Turkije waar de temperaturen rond de dertig graden waren en fietste door de stromende regen naar het huis van één van de vijf spelers. Het leek herfst maar dat was het gelukkig nog niet. Een zonnig september volgde en zelfs afgelopen zaterdag, de laatste dag van september, bracht ik nog door in een heerlijk zonnetje op het atletiekveld waar mijn jongste dochter achtste werd in de clubcompetitie. Maar nu is het raak. Met doorweekte voeten kom ik aan in de repetitieruimte.
Foto: van de website ShootnShop

zondag, oktober 01, 2006

Huize Horror

Huize Horror (Slaughterhouse) is geschreven door Norman Robbins, een toneelschrijver waarvan ik nog nooit had gehoord en die ik maar gauw weer ga vergeten. Arto Post Laboro speelt zijn stuk in haar eigen theater in een, in verhouding tot de beschikbare ruimte, gigantisch decor. Twee wanden staan diagonaal op het speelvlak, middenachter zijn deuren naar de tuin waardoor een fotobehangetje met bomen te zien is. Rechts is een geheime deur die met kandelaars geopend moet worden en een gewone deur die op slot is. Links is de deur naar 'buiten' waardoor iedereen binnenkomt, met daarnaast op het voorplan de bar. In het midden op de vloer een grote fauteuil en een grote bijbehorende bank. Weinig wordt gesuggereerd, alles wordt aangegeven. Het stuk handelt over een horroracteur die een aantal spelers, een kostuumontwerpster, een casting director, de schrijver heeft uitgenodigd om het nieuwste stuk van de schrijver te lezen. Hierbij is zijn vriendin ook aanwezig.
Als het stuk begint schrik ik van de toon die de spelers aanslaan. Het klinkt houterig en weinig overtuigend. Met de opkomst van overdreven homoseksuele acteur Brad komt daar gelukkig verandering in en wordt het stuk redelijk onderhoudend. Vooral laatstgenoemde, de schrijver Freddy en de jonge actrice Stella weten met hun spel de schwung er in te houden. De kostuumontwerpster weet de aandacht vast te houden door iedere keer opnieuw met een verrassende combinatie ten tonele te verschijnen, een grappige vondst.
In de pauze vraagt de toneelgroep het publiek om aan te wijzen wie volgens hun de dader is van de twee moorden die tot op dat moment gepleegd zijn. Ik doe een tamelijk willekeurige gok en lever mijn papiertje in. Als na de pauze de ontknoping nadert waarbij steeds weer iemand anders verdacht wordt gemaakt en de acteurs bij bosjes dood neervallen, heb ik mijn interesse in die ontknoping al verloren. Ik vermaak me redelijk en denk terug aan de twee thrillers die ik zelf heb geregisseerd. Eigenlijk gewoon een onmogelijk genre.
Foto: Norman Robbins