donderdag, december 28, 2006

Muziek

In plaats van te luisteren naar de Top 2000 op de radio stel ik mijn eigen Top 2000 samen in iTunes. Een fijn karweitje voor de donkere dagen rond Kerst is het inladen van alle cd's op de externe harde schijf die ik onlangs heb aangeschaft. De eerste crashte onverwacht waardoor een hoop bestanden voor eeuwig verloren waren, door een kortsluiting bij het aansluiten van een lamp, de nieuwe wordt nu door mij volgezet met muziek. Op dit moment drie aaneengesloten etmalen muziek zonder dat een enkel nummer herhaald hoeft te worden, meer dan duizend nummers. De shuffle aan en er komt at random een selectie uit de cd-collectie. Voortdurend wisselend en anders. Veel Engelstalige muziek maar daarnaast veel Frans- en Nederlandstalig en ook wereldmuziek in onverstaanbare talen. Eigenlijk veel interessanter dan ieder jaar bijna dezelfde platen uit de Top 2000, en ook nog eens zonder geklets tussendoor. Want dat is waar ik me tegenwoordig steeds meer aan gaan ergeren: het geklets van de presentatoren tussen de muziek door. Waar is de goede oude tijd van de Arbeidsvitaminen zonder presentator?

woensdag, december 27, 2006

Bloed en schoenen

In Museum Boymans had ik een oudere chef, een klein mannetje met een bril, die de leiding had over de binderij waar ik achttien maanden lang mijn vervangende dienst vervulde. Hij was afkomstig van de Gemeentebibliotheek waar hij het boekenbinden had geleerd. Vervolgens heeft hij het aan mij geleerd. Een kunde die ik niet verleerd ben maar waar ik nooit meer iets mee doe. Eens in de drie maanden ongeveer was hij even weg. Naar de Bloedbank. Hij ried mij aan ook bloed te geven. Maar zoals dat zo vaak gaat, ik stelde het uit en uit.
Totdat, ik denk een jaar of vijf daarna, op de Oude Dijk vlakbij mijn huis een braderie stond, waar je je in kon schrijven. Ik schreef me in op een formulier en enige tijd later kreeg ik een oproep. Ik ging erheen. Naar de Bloedbank die zich toen nog op de Westersingel bevond. Ik werd goedgekeurd en sindsdien geef ik al twintig jaar bloed. Een enkele keer gaat het mis, zoals toen ik terugkwam uit Italië en door het eten van teveel wit brood mijn ijzergehalte te laag was, toen ik uit China terugkwam en in malariagebied vertoefd had. Daarom was ik ditmaal benieuwd of Turkije tot de risicogebieden behoorde. Dat was niet zo.

Voor de Rotterdamse Bloedbank heeft Dick Bruna (illustratie) het symbool ontworpen, de pelikaan. Waarom de pelikaan?
De pelikaan beschikt over een enorme snavel met daaronder een grote keelzak. Uit die keelzak worden de jongen gevoerd met halfverteerd voedsel dat roodkleurig is. Sommige pelikanen vertonen bovendien in de broedtijd een bloedrode vlek op de borst; hun keelzak is dan eveneens rood. In de middeleeuwen leidde dit tot het volksgeloof, dat de pelikaan zijn eigen borst openprikte, om zijn jongen met het eigen bloed te voeden. Hiermee werd de pelikaan een symbool van de liefde van Christus voor de mensen en de naastenliefde. Ook soberheid wordt aan deze vogel toegeschreven: hij neemt niet meer voedsel tot zich dan voor de instandhouding van het leven noodzakelijk is. Nadat ik bloed gegeven had ging ik op zoek naar een bril. Die vond ik niet, wel een paar nieuwe schoenen. Geen puntschoenen zoals vorig jaar op 22 december, maar hele mooie Floris van Bommel-schoenen.

dinsdag, december 26, 2006

Tarhana

Als voorgerecht tijdens ons Kerstdiner eten we Tarhana. Dit is volgens de gids die we in onze vakantie bij de jeepsafari hadden de allerlekkerste soep ter wereld. Wij vinden dat niet. Tarhana is gemaakt van gefermenteerde groenten, tarwemeel, tomaten en paprika. We hebben een pakje meegenomen uit Turkije en nu eindelijk, een half jaar later, maak ik het klaar. Voor het oog gooi ik er een paar balletjes wortel in. Mar het blijft een soep van onbestemde kleur met een onbestemde smaak. Het kan aan de soepfabrikant liggen natuurlijk, maar volgens mijn vrouw die een week in Istanbul geweest is, smaakten de soepen daar ongeveer hetzelfde. Melig.

zondag, december 24, 2006

Fries

Ik herken de dramadocent aan de rug. Als ik hem groet draait hij zich om. Hij kijkt een beetje verwilderd, verbaasd uit zijn ogen. Alsof hij zichzelf herneemt van een schokkende boodschap. Dat is het geval. Hij heeft zojuist zijn schoonzus gezien die pas gescheiden is. Uit vriendelijkheid en medeleven nodigde hij haar uit om bij hem en zijn familie te komen eten. Ze weigerde, ze ging iets 'romantisch' doen met de Kerst. De implicaties van die mededeling is hij net aan het verwerken. Verder staat hij te wachten op zijn vader. We zijn bij het Centraal Station. Als hij is uitverteld komt de vader net aanlopen. Bij het horen van mijn naam vraagt hij of ik uit Friesland kom. Ik vertel dat mijn moeder er vandaan komt en ikzelf niet, maar uit Groningen. Daarom werd er bij ons thuis geen Fries gesproken en ook geen Gronings. Anders hadden mijn ouders elkaar niet kunnen verstaan. Ik vertel hem dat in Rotterdam toch nog aardig wat Friezen wonen. De vrouw die mijn twee dochters ter wereld heeft geholpen sprak thuis met haar man en kinderen Fries en ik verdenk de Friese regisseur en zijn schrijvende Friese wederhelft ervan hetzelfde te doen. En alhoewel ik nog wel een klein beetje Fries verstaan kan is de regel "Buter, brea en griene tsis, wa't dat net sisse kin is gjin oprjochte Frys." de enige die ik uit mijn hoofd ken.

Lost in Translation

In Tokyo ontmoeten een oudere, uitgerangeerde acteur en een afgestudeerd filosofiestudente elkaar in een hotel. De acteur moet een reclamespot opnemen voor een Japans whiskeymerk, de jonge vrouw is er samen met haar man die fotograaf is en voortdurend afwezig want aan het werk. Het verhaal deed me aan twee andere verhalen denken. Aan Brief Encounter, de prachtige romantische film van David Lean naar een scenario van Noël Coward, en aan Faire l'amour, het boek van Jean-Philippe Toussaint waarover ik in dit weblog al eerder heb geschreven. De situatie van de jonge vrouw doet erg denken aan de situatie van de hoofdpersoon uit het boek, die alleen achterblijft in het hotel als zijn vrouw, een mode-ontwerpster, voortdurend op pad is.

Tussen de twee verloren figuren ontstaat een romance. Samen gaan ze op stap in exotisch Tokyo. Al kijkend verbaas je je voortdurend over de vreemdheid van Japan. Er is een wereld van verschil tussen de twee Amerikanen en de Japanners. Pas als ze samen karaoke aan het zingen zijn ontstaat een band (Engelse popsongs uit de punktijd en uit de newwave, eind zeventiger en begin tachtiger jaren). Op datzelfde moment groeit er iets dat meer is dan vriendschap tussen de oude acteur en de jonge vrouw als hij "More than this" van Roxy Music karaoket. De trouwhartige hondenblik in zijn ogen die hij haar toewerpt en de glimlach die ze hem schenkt zijn het begin van een romance.

Die romance doet dan weer heel erg denken aan Brief Encounter waarin een getrouwde arts en een getrouwde vrouw elkaar elke donderdag op een station ontmoeten. Er ontstaat iets tussen de twee wat niet anders dan een onmogelijke liefde genoemd kan worden. Op het moment dat het lijkt alsof de twee dan uiteindelijk werkelijk vreemd zullen gaan gebeurt er iets waardoor ze toch trouw blijven, uit elkaar moeten gaan en elkaar verliezen.

Hoe Lost in Translation afloopt zal ik niet verklappen, maar vooral door de achtergrond van het meest exotische Japan is het een mooi voorbeeld van hoe de global village waarin iedereen gelijk en hetzelfde lijkt te zijn, met overal dezelfde McDonalds en Coca Cola's, in cultureel opzicht toch hemelsbreed verschillend kan zijn.

Foto: Bob Harris (Bill Murray) en Charlotte (Scarlett Johansen) lunchen nadat Bob een avontuurtje heeft gehad met de zangeres met het rode haar die iedere avond zingt in de lobby van het hotel. Charlotte ontdekt tegen haar zin dat ze jaloers is en Bob voelt zich plotseling schuldig. Niet tegenover zijn vrouw, maar tegenover haar.

vrijdag, december 22, 2006

Lettres à Madeleine

Vandaag heb ik uit Frankrijk het boek Lettres à Madeleine ontvangen. De brieven van Guillaume Apollinaire uit 1915 en 1916 aan zijn verloofde Madeleine Pagès (foto). Ze kwamen elkaar tijdens een verlof van eerstgenoemde tegen tijdens de Eerste Wereldoorlog. In de trein. Ze spraken elkaar kort over poëzie en literatuur. Apollinaire had net afscheid genomen van zijn vorige geliefde, Lou. Die schrijft hij steeds minder en hij begint steeds meer te schrijven aan Madeleine, een vrouw die hij slechts één keer vluchtig ontmoet heeft. Hun correspondentie wordt steeds vuriger en sensueler van toon. Dan vindt een ontmoeting van twee weken plaats bij de familie Pagès in Oran. Het is niet duidelijk wat er tijdens de ontmoeting van de geliefden is voorgevallen. Maar na deze ontmoeting lijkt het of Apollinaire de belangstelling voor Madeleine verliest. Hij schrijft haar nog een paar maal maar de correspondentie is koeler. Uiteindelijk bloedt de liefde tussen Gui en Madeleine dood. Het boek is in 1952 voor het eerst in gecensureerde versie verschenen, daarna nogmaals incompleet in 1966 en nu in 2004. Ik ben benieuwd. Later meer over dit intrigerende boek waarvan ik bovengenoemde uit het voorwoord heb gehaald.

donderdag, december 21, 2006

Joyce en David

Vorig jaar interviewde Kristien Hemmerechts in het programma Wereldgasten de schrijver Jonathan Safran Foer. Terwijl ze over straat liep in Manhattan hoorde je haar stem tegen zichzelf zeggen dat ze niet de moeder moest spelen. De oudere schrijver tegenover de jongere. Dit jaar interviewde Joyce Roodnat voor hetzelfde programma de filmer David Lynch. Maker van een van de mooiste films aller tijden, Wild at Heart. Joyce Roodnat noemt mijn favoriet haar favoriet in de inleiding, met eenzelfde soort voice-over als vorig jaar Kristien Hemmerechts. De relatie tussen Joyce en David is een hele andere. Zij kijkt duidelijk bewonderend naar de filmer, voelt zich vereerd dat zij hem David mag noemen. Het is als een soort verliefdheid. Ik kende Joyce Roodnat eigenlijk alleen uit de krant, ze schreef over toneel, beeldende kunst, over film. Dit is voor het eerst dat ik haar bewegend en sprekend zie. De tinkelende spanning tussen de twee, David Lynch rustig en bedaard, voor hem het zoveelste interview, de interviewster die ijverig probeert de juiste vragen te stellen. Zoals de vraag hierboven: "Ik vind die scène op 'n merkwaardige manier ook iets teders hebben." Na een scène uit Blue Velvet waarin Dennis Hopper knielt voor de geopende benen van Isabella Rosselini gehuld in een blauw fluwelen kamerjas, terwijl vanachter een gordijn Kyle Maclachlan toekijkt. Een intrigerende scène over een merkwaardige seksuele relatie.

woensdag, december 20, 2006

Make some noise

Yoko Ono, de vrouw van de in 1980 vermoorde popzanger John Lennon, heeft Amnesty International toestemming gegeven nieuwe versies te laten maken van al Lennon's solonummers, waaronder Imagine. Dit heeft een alle-dertien-goed-cd opgeleverd die Make some noise is genoemd met nummers van eenzelfde aantal artiesten. Van de meeste had ik nog nooit gehoord, maar dat zal de leeftijd zijn. Racoon, The Cure en The Black Eyed Peas ken ik in ieder geval wel en natuurlijk alle liedjes. Als je de cd koopt steun je het werk van Amnesty International en met name hun actie tegen discriminatie. Nu de ChristenUnie wellicht in de regering komt misschien wel extra hard nodig, hun mening kennende met betrekking tot homo's.

Natuurlijk was ik tegelijk nieuwsgierig welke nummers werden verkozen door de artiesten die meededen. Imagine natuurlijk, daaraan is bijna niet te ontkomen. Toch wonderlijk hoe dit anti-religieuze nummer (Imagine there's no heaven, Imagine no religion) zo populair heeft kunnen worden. Wat verder opvalt is het grote aantal 'vroege' Lennon-nummers. Drie waren singles in de periode tussen The Beatles en zijn eerste solo-lp, vier komen van die eerste lp, drie van Imagine, eentje (Mind Games) van de derde lp met dezelfde naam en het laatste en nieuwste nummer is het allerlaatste nummer dat John Lennon zelf opnam (Grow Old With Me, iets wat vervolgens helaas geen bewaarheid werd voor John en Yoko).

De links naar de teksten van de liedjes van Lennon komen van een site die Bagism heet. Bagism is het idee van John en Yoko dat het beter zou zijn als mensen zich in een donkere bruine zak (bag) zouden hullen. Dan zou iedereen hetzelfde zijn en was er geen discriminatie meer. Dit idee van eind zestiger jaren, de tijd van Bed-peace in het Amsterdamse Hilton-hotel, is nu met internet een stuk dichterbij gekomen. Mensen chatten met elkaar zonder dat ze elkaar kunnen zien, kunnen een tweede leven als iemand anders beginnen in Second Life en maken op deze manier contact zoals John Lennon het graag zou hebben gewild. Maar een einde aan discriminatie is er nog niet gekomen.

Tenslotte: het is een geweldige cd geworden met geweldig mooie liedjes (fan van John Lennon was ik altijd al, misschien later nog eens een artikeltje daarover), dus ga naar de site van Amnesty International en koop en download ze daar alle dertien!

dinsdag, december 19, 2006

Ontevreden

Er is een grote groep ontevreden mensen. A-religieus en niet-humanistisch. Dit is plotseling, na gedegen onderzoek, ontdekt door de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsadvies (WRR). Verbaast dit ons? Nee. Natuurlijk niet. Een jaar of vijf werd Pim Fortuyn vermoord en liepen deze zelfde ontevreden mensen achter de auto waarin hun held lag opgebaard. Bij de laatste verkiezingen werd de lijst Pim Fortuyn weggevaagd, Nu lopen dezelfde ontevredenen achter Geert Wilders aan. Is deze groep nu opeens groter geworden?

Volgens de WRR waren we vroeger christelijk en daarom tevreden. Alles wat er fout ging in het land lag aan God. Die had een voor de mens ondoorgrondelijke reden om te doen wat-ie deed. Maar het was gelukkig niet zinloos. Daarom hebben we een nieuwe zingeving nodig, denkt de Raad. Maar moet je omdat het leven geen zin heeft ontevreden zijn? Volgens mij heeft het leven geen zin. Ik ben humanistisch en a-religieus. Als we dood gaan volgt er niets. In mijn opinie. Zijn de mensen die zichzelf opblazen ten behoeve van een religieus ideaal tevreden? Nee. Hebben zij zingeving gevonden in hun leven? Ja. Dus.

Illustratie: George van Raemdonck, in 1933: "Ik zou wat lekkers krijgen, en nou geeft-ie me een braakmiddel"

zondag, december 17, 2006

Henry Moore

In de Kunsthal is een tentoonstelling van Henry Moore. Met een uitnodiging voor de tentoonstelling Sieradiën komen we het gebouw binnen. Eerst is er een korte inleiding door een niet nader genoemde heer (de directeur?), dan volgt een praatje door een mevrouw die wordt voorgesteld als kenner op het gebied van sieraden. Aan het slot van haar verhaaltje reikt ze het eerste exemplaar uit van een boekje over de tentoonstelling. Eerst tuurt ze de zaal in, op zoek naar degene aan wie ze het wil geven en die ze al heeft gezien. In een andere hoek dan verwacht staat een lange man met witte baard op. Mijn collega Dick Onderwater is de gelukkige. Ook hij houdt een kort verhaaltje waarin hij zijn dank uitspreekt. Dan kunnen we naar de tentoonstelling. Daar is het dringen geblazen. Omdat ik de meeste sieradiën al heb gezien tijdens de tentoonstelling op de universiteit die door genoemde Dick Onderwater werd georganiseerd, loop ik door naar Henry Moore's beelden die de grootste zalen van de Kunsthal vullen. Grote beelden, wulpse vormen in steen, metaal en gips. Ik blij hangen bij de presentatie over het kunstwerk van Moore in Rotterdam. Zijn enige werk in baksteen. Uit een van de muren van het vroegere Bouwcentrum komen vormen tevoorschijn, golvende vormen en geometrische patronen. Door de beste metselaars van Rotterdam zijn deze vormen in de muur gemetseld naar ontwerp van de kunstenaar. Een grote hoeveelheid brieven tussen architect en kunstenaar zijn bewaard gebleven. Eer zijn foto's van het bezoek van Henry Moore aan Nederland toen hij de Praemium Erasmianium in ontvangst kwam nemen. Met de koninklijke familie maakte hij een uitje naar het Kröller-Muller Museum op de Hoge Veluwe. Vrolijke zwartwitfoto's van een familie op stap. Zoals wij vandaag met vrienden op stap zijn in Rotterdam, door de Witte de Withstraat, door het park, naar de rivier en tenslotte naar de Kunsthal.

zaterdag, december 16, 2006

Het Feuilleton

Bonheur speelt Het Feuilleton. Een geïmproviseerde theatersoap in negen afleveringen. Een uur voor aanvang van de voorstelling is regisseur Peter Sonneveld ziek afgevoerd naar huis. Lex Bohlmeijer, dramaturg van de groep, neemt het van hem over. We zien een voorstelling over een bloemistenfamilie. Bij vlagen is het leuk, grappig en spannend, te vaak is het saai. De spanning valt even weg, het blijft te lang hetzelfde. Van te voren zegt Lex in zijn inleiding dat je naar twee sporen kunt kijken. Het verhaal volgen en de acteurs volgen in hun eigen spanning als acteur die ter plekke zijn scène verzint. Het laatste neemt de overhand waardoor het eerste niet echt gebeurt. We kijken naar acteurs die hun best doen, acteurs die goed kunnen acteren, maar die het net niet halen. Komt het omdat Peter Sonneveld er niet is? Doen ze teveel hun best waardoor ze de plank misslaan? Ik weet het niet. Ik zou zelf eerder ingrijpen vermoed ik, alhoewel ik zelf ook lang kan wachten, geduldig wachten op een goed moment als mijn spelers improviseren. Maar die 'lege' plekken in een improvisatie knip ik er tijdens de montage uit. Dat is hier niet mogelijk. Alles moet in één keer goed zijn. Een moeilijke opgave. Ik heb bewondering voor de acteurs die deze uitdaging aangaan, het resultaat is helaas (vrijdagavond) niet geslaagd.

vrijdag, december 15, 2006

Jan en Conny (Nederlands)

Ik heb aan de vrouw in dit beeld voor een lange tijd geluisterd. Zij is Januari McLaughlin en zij heeft het volledige boek de minnaar van Dame Chatterley's aan me gelezen. Vooral voor me zo scheen het. Ik nam haar stem met me in mijn cellphone met mp3-speler en luisterde aan haar die me het verhaal van Constance Chatterley en haar minnaar vertelt. Twintig uren lang, tussen Mei 2005 en nu heb ik aan haar stem geluisterd. Van de minnaar van Dame Chatterley's van eerste zins "D.H. Lawrence, Hoofdstuk Één, is van ons hoofdzakelijk een tragische leeftijd, zodat weigeren wij om het te nemen tragisch" ik werden gevangen door de toon van haar stem, haar Schots accent (veronderstel ik door haar achternaam), de langzame het spreken maar nooit stem sleept, soms een beetje dat boring. Een aardige stem met subtiele nuancen. Ik had geprobeerd lezend het boek eens en het opzij gelegd. Zij won me voor het.

Ik volgde de tragische avonturen van Conny en haar minnaar, die uiteindelijk dat zij eachother waarals in een romantische roman voor meisjes zou vinden hoopt. Maar helaas, is dit literatuur en in literatuur is deze hoop verwaand. Ik genoot van horend de bespreking van Januari over geslacht, met een dergelijke fatsoenlijke stem een vrouw van ongeveer mijn tijd over hanen en staarten en vrouwen arses sprak. "Het is de aardigste vrouw arse zoals." is

Te slecht is het helemaal over nu, maar Januari heeft reeds me wat gevraagd om volgende te lezen zo ik hoopt zij zal verdergaan. Ik weet geen wat om te kiezen. Er zijn heel wat schrijvers uit de klassieke oudheid die ik reeds heb gelezen, en ik zou een nieuwe gem willen aan het licht brengen. En ofcourse is het best om Januari te laten voor zich beslissen. Het moet een boek zijn dat zij heeft willen om nog eens twintig uren lezen. Maar ik zou van het houden als het opnieuw één of ander geslacht daarin had.

Dit is de Babelfish-vertaling in het Nederlands van het vorige artikel, zonder enige wijziging of verbetering.

Jan and Conny (English)

I have been listening to the woman in this picture for a long time. She is Jan McLaughlin and she has been reading the entire book Lady Chatterley's lover to me. Especially for me so it seemed. I took her voice with me in my cellphone with mp3-player and listened to her telling me the story of Constance Chatterley and her lover. Twenty hours long, between May 2005 and now I have been listening to her voice. From the first sentence "D.H. Lawrence's Lady Chatterley's lover, Chapter One, Ours is essentially a tragic age, so we refuse to take it tragically" I was captured by the tone of her voice, her accent (Scottish I guess by her surname), the slow speaking voice, sometimes a bit dragging but never boring. A nice voice with subtle nuances. I had tried reading the book once and laid it aside. She won me for it.

I followed the tragic adventures of Conny and her lover, hoping that in the end they would find eachother like in a romantic novel for girls. But alas, this is literature and in literature these hopes are vain. I enjoyed hearing Jan talk about sex, with such a decent voice a woman of about my age spoke about cocks and tails and women's arses. "It's the nicest woman's arse as is."

Too bad it's all over now, but Jan has already asked me what to read next so I hope she will continue. I don't know what to choose. There are a lot of classics I have already read, and I would like to uncover a new gem. And ofcourse it is best to let Jan decide for herself. It must be a book she wants to read for another twenty hours. But I would like it if again it had some sex in it.

This post is in English so that Jan can read it.
Dit artikel is in het Engels zodat Jan het kan lezen.

woensdag, december 13, 2006

Blankenberge # 02

Met slechts een klein groepje repeteren we. Er is een Eritrese man gevonden om de Noord-Afrikaanse Idriss te spelen. Het kon toch ook niet dat er geen Afrikaan te vinden is in een stad als Rotterdam! Hij heeft nog nooit gespeeld, maar is R&B-zanger dus wel iemand die gewend is op het podium te staan. We doen drie scènes. Ik werk voornamelijk aan de rol van Kurt. Zo'n beetje degeen die het meest op het podium aanwezig is tijdens het stuk. Ik laat mijn spelers zelf een basiselement kiezen van waaruit ze de rol aan zullen pakken. Kurt kiest lucht, Bertje kiest aarde. Later voegen ze allebei op korte momenten vuur toe. Dat werkt goed. Zowel in scène twee tussen Kurt en Bertje als in de latere scène tussen Kurt, Brigitje en Bertje.
Het is te merken dat de man die Idriss speelt nooit eerder heeft gespeeld, maar hij is enthousiast, wil na de repetitie verder en ik heb er vertrouwen in dat het met zijn spel goed komt.

maandag, december 11, 2006

Schuilkelder # 08

Het is lang geleden dat we compleet waren. Vanavond is er opnieuw een zieke, Vender. Maar we werken desondanks lekker door. Mimi wordt gek in een lange improvisatie. Iedereen is moe en hongerig en Mimi moet haar medicijnen hebben. Die zijn al een tijdje op en uitgewerkt. We komen niet onmiddellijk uit het einde ervan, maar we zijn allen erg tevreden over de gekte van Mimi. Dan doen we een improvisatie dat op de achtergrond een wand openschuift naar een paradijs, een tuin. Die zou gefilmd moeten worden en het zou dan onduidelijk moeten zijn of alle bewoners van de bunker plotseling dood zijn of dat er echt een tuin is onder de aarde.
Als we deze scènes hebben gedaan doen we een rolinterview met Teun. Alweer iemand zonder relatie, dus dat verander ik vanavond. Ze heeft gewoon een man thuis.
En dan een rolinterview met Slobo en Media als echtpaar in verwachting van een kind. Ook een goed idee om die twee een relatie te laten hebben. Slobo als de veelpratende slemiel en Media als de barse vrouw met de broek aan.
Als laatste spelen we dan nog de dood van Mimi, die schuimbekkend in haar eigen schuim stikt tijdens een aanval.
Een vruchtbare avond.

zondag, december 10, 2006

Diashow


Diashow van de voorstelling Hotel du Libre van Arto Post Laboro, gespeeld in november 2007

zaterdag, december 09, 2006

De man die zijn hoofd afzette

De schouwburg stuurt me een cd op van Susies Haarlok om de voorstelling De man die zijn hoofd afzette aan te kondigen. Ik neem de vier nummers een tijdje met me mee in mijn mp3-speler. De muziek doet me denken aan Hauser Orkater en aan Dull Schicksal. De leden van de groep zijn van een jongere generatie. Maar ik ben geintrigeerd en nieuwsgierig. Dus ga ik de voorstelling zien.
Vijf mannen in een soort pyjama's spelen de voorstelling. Het verhaal is onduidelijk, droomachtig. Een man probeert zichzelf wakker te houden met koffie. Droomt hij dat hij zijn hoofd is kwijtgeraakt? Welke rol spelen kat en muis in het verhaal? Eigenlijk is Susies Haarlok een band. Ze spelen muziek die geillustreerd wordt met associatieve beelden. Soms trekt de voorstelling een beetje. Omdat er geen verhaal is waarin we worden meegezogen bljft het soms hangen in effecten. Die van tijd tot tijd erg mooi zijn. Zoals de band bestaande uit mannen zonder hoofd. Een groep in ontwikkeling die het verdient in de gaten gehouden te blijven.

vrijdag, december 08, 2006

Hypotheekadvies

Voor de deur van de hypotheekwinkel staat een man die me om twintig cent vraagt. Een belachelijk laag bedrag om drugs te kopen. Ik lieg dat ik geen twintig cent heb. Hij draait zich om en wendt zich tot de volgende voorbijgangers. Hij draagt een grijs en grauw jasje en heeft een baard van een paar dagen. Toen de gemeente Rotterdam posters had opgehangen met de boodschap dat we zwervers geen geld moeten geven gaf ik van de weeromstuit nog wel eens wat aan een zwerver, nu niet. Ook bij de volgende voorbijgangers, twee mannen waarvan een een portemonnaie in zijn handen heeft, helpen hem niet verder in zijn langzame weg naar een acceptabel bedrag om zijn volgende shot te financieren.

Ondertussen gaan de zaken met de hypotheekwinkel goed. Sinds mijn laatste bezoek is de zaak verhuisd en twee keer zo groot geworden. Ik stap binnen in mijn regenpak en meld me aan de balie. Ze vraagt me plaats te nemen. Ik trek mijn regenpak uit en neem plaats in een van de vier vrolijk gekleurde fauteuiltjes. Ik loop naar de balie om mijn jassen en regenbroek kwijt te raken. De vrouw van de balie biedt me aan mijn jas op te hangen. Terwijl ik terug loop naar mijn fauteuil loopt zij de andere kant rond en hangt mijn jas op een kapstok waar ik net zo makkelijk zelf naar toe had kunnen lopen. Ik open mijn tijdschrift, de Theatermaker, en lees een stukje.

Dan komt de adviseur aanlopen. Ze is in het zwart gekleed. Een zwarte sweater en zwarte jeans, een lange kralenketting om haar hals. Een jonge vrouw met donker haar en donkere ogen. De wimpers staan als een getekend zonnetje, kleine zwarte streepjes rond haar bruine ogen. Haar advies is alles bij hetzelfde te houden. Ik voer een kort gesprek met haar over mijn werk in het theater. Zijzelf gaat alleen naar de grote musicals van Joop van den Ende en naar kindervoorstellingen. In Hellevoetsluis. Theater De Twee Hondjes, weet ik. Ik ben blij dat de adviseur ditmaal een vrouw is. Dat vind ik prettiger dan de mannen in snelle pakken die je meestal in een hypotheekwinkel aantreft. Dan stuurt ze me terug de regen in, hondenweer. Voor de deur staat de bedelaar nog steeds te bedelen. Maar hij probeert het niet nogmaals bij mij.

Aart Staartjes

Omdat de vrijdagavond een avond is waarop ik bijna nooit thuis ben, kan ik dan niet kijken naar Waltz. Dat is een serie gemaakt ter ere van het Jaar van het Circus. Hoofdrol is voor Willy Waltz, de directeur van Circus Waltz. Een potentaat, een dictator, pater familias die het gezin met ijzeren vuist leidt. Maar Willy is ziek. Doodziek. Op sterven na dood.
Willy wordt gespeeld door Aart Staartjes. Een acteur die sinds mijn kindertijd op televisie te zien is. Eerste wat ik me van hem herinner is zijn optreden als voorlezer van De Bijbel, het Boek der Boeken. Met het boek op schoot las hij Woord voor Woord de Bijbel voor. Daarna was hij meneer Aart in Sesamstraat, te zien in de J.J. de Bom-show (foto) en natuurlijk tot op de dag van vandaag in Het Klokhuis. Ook keek ik jarenlang met mijn kinderen naar de intocht van Sint-Nicolaas waarbij meneer Aart op de wal stond te wachten tot de goedheiligman met zijn stoomboot binnengevaren was. Al deze optredens waren korte optredens. Goed tot geweldig geacteerd, maar Willy Waltz is iets anders. Wat een acteur, wat een rol! Geboren in 1938, dus nu 68 jaar speelt Aart Staartjes in Waltz de papieren glittersterren van het dak van het circus.
Maar omdat ik op vrijdag dus bijna nooit thuis ben ben ik nu blij met Uitzending Gemist, de service van de publieke omroep waarop alle afleveringen, tot nu toe vier van de zevendelige serie, terug te zien, zo vaak je wilt.

woensdag, december 06, 2006

Wel Rotterdam

Rotterdam vanaf de zeventiende verdieping van het H-gebouw, locatie Woudestein van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Niet Blankenberge

Dit is niet Blankenberge maar Rotterdam, het fantastische uitzicht waar ik op uitkijk vanuit mijn kantoor.

dinsdag, december 05, 2006

Blankenberge # 01

We zitten met zijn negenen rond de tafel. Links van mij de Student, tegenover mij de Oudste Zoon, daarnaast, voor mij rechts van hem, voor hem links, de Oude Keukenhulp. Naast hem het Ambitieuze Zangeresje. Daarnaast de Vrouw met de Cynische Blik. Tegenover haar de Rijkswachter. Rechts van hem de Noord-Afrikaan. En links van mij aan het hoofd van de tafel, zit De Vermoeide Moeder. We lezen Blankenberge. Voor het eerst. Met zijn allen. Hardop. Er wordt veel gelachen. Iedere keer als ik het stuk opnieuw lees doorgrond ik meer van de tekst van Tom Lanoye. Iedereen is enthousiast over de tekst. Iedereen is enthousiast over de rol die ik hem of haar heb toebedeeld. Een goed begin. Dat was vorige week, vanavond de tweede repetitie.
Foto: eten in Blankenberge

maandag, december 04, 2006

Mefisto Forever

"Ze hebben gewonnen!!" In één klap verandert het leven van acteur Kurt Köpler en zijn collega’s in het theater. Wat moeten ze doen nu extreem-rechts na tumultueuze verkiezingen onverwachts aan de macht is gekomen? Sommigen besluiten om weg te gaan, anderen blijven. Kurt Köpler besluit om de strijd van binnenuit te voeren. Schoonheid is het wapen van de kunstenaar.
Maar hoe lang kan je dat volhouden? Waar eindigt de strategie en waar begint het fatale compromis? Mefisto for ever mengt de satirische ernst van Tom Lanoye , de technologische theatraliteit van Guy Cassiers en een sterke cast tot een explosieve cocktail.
Theater van nu over nu!

Bovenstaande tekst gebruikt Het Toneelhuis uit Antwerpen in België om de voorstelling aan te prijzen. Gemaakt om uit te komen ten tijde van de uitslag van de verkiezingen waarbij Het Vlaams Belang wel eens als grootste partij uit de bus zou kunnen komen. (Dat is niet gebeurd.) Daarom ook de tekst Theater van nu over nu! Om met dit laatste te beginnen: dat is niet gelukt. Het stuk blijft te dicht bij de Duitse situatie van zestig jaar geleden. Daardoor heb je het gevoel in het verleden te kijken. Het gaat over joden, er is een dikke man die aan Goering doet denken, er is een mankepoot die aan Goebbels doet denken. De kostuums zien er uit alsof we in de veertiger jaren zijn. De voorstelling blijft hierdoor op een afstand zoals ook de NRC schrijft.

Dat betekent niet dat er veel te genieten overblijft. Het waanzinnige spel van Dirk Roofthooft en van Gilda de Bal. De hypnotiserende "Willen jullie de totale oorlog"-speech van de Goebbels gespeeld door Stefan Perceval. De ontroerende eindscène die me vreemd genoeg aan een eindscène van een eigen stuk deed denken. De actrice loopt weg terwijl de acteur naar woorden zoekt om haar tegen te houden, op een volledig kaal toneel. Een soortgelijke scène had ik in Spleen naar Less Than Zero van Brett Easton Ellis bijna tien jaar geleden. Maar dit is theater van de bovenste plank met prachtige techniek zoals we van Guy Cassiers ondertussen gewend zijn. Zoals de Shakespeare-scènes uit Hamlet in het begin gespeeld worden, achterover liggend op tafels, van bovenaf gefilmd. Ik heb genoten!

zondag, december 03, 2006

Tas vermist

Soms moet je als je op de eindhalte van de tram in de gereedstaande tram stapt ineens overstappen op een andere omdat die toch eerder blijkt te gaan. Zo ook vandaag. Met mijn dochters zit ik in de tram. Zij zijn onderweg naar de stad, ik ga naar de markt en heb mijn tassen bij me. Een rugzak en een boodschappentas. Als ik bijna bij de markt ben merk ik opeens dat ik een tas mis. De vrolijke gekleurde gevlochten boodschappentas. Ik vertel het tegen mijn dochters die er hartelijk om moeten lachen. In mijn gedachten speelt het verhaal van de fietssleutel van mijn jongste dochter. Ik besluit eerst maar eens mijn boodschappen op de markt te gaan doen en heb al spijt dat ik niet gewoon als altijd op de fiets ben gegaan. Toen ik wegging regende het maar nu is het al weer droog.

Met mijn boodschappen keer ik terug bij de eindhalte, loop naar het hokje van de conducteurs en controleurs en vraag hen wat ik moet doen. Mijn tas is vertrokken met de tram 21 van twintig voor twaalf, met niemand er in, de tram stopte niet bij de halte. Dan is de tram hoogstwaarschijnlijk naar de remise op de Oostzeedijk gereden, vertellen de mannen me. Het beste is om daar heen terug te rijden met de nu gereedstaande tram. Ik volg hun raad op.

Ik loop de remise binnen. Er is een soort kantine waar mannen en vrouwen koffie staan te drinken en een balie waarachter een man aan de telefoon. Machinisten en wagenbegeleiders staan gezellig met elkaar te kletsen. Er heerst een gemoedelijke, rustige sfeer, zondere haast, en ik denk even aan de stakingen van pas geleden. Ik loop richting balie en spreek de eerste de beste persoon aan. Het is een bolle man met kortgeknipt haar en een grijze snor waarvan de punten omhoog staan. Hij ontfermt zich over mij. Eerst loopt hij naar de tram 21 die werkeloos in de remise staat en volgens het schema op de balie om 12.07 uur binnen is gekomen. Hij komt met lege handen terug. Hij stelt me vragen, laat de man achter de balie voor hem bellen naar de andere trams 21, maar er is niets gevonden. Ook tapt hij voor mij een kopje espresso uit de koffieautomaat. De kale wagenbegeleider die in de buurt staat waarschuwt me. De koffie is slootwater. Dat valt reuze mee. Dan geeft hij me het nummer van Gevonden Voorwerpen en de raad maandag of dinsdag te bellen.

Ik wacht bij de tramhalte op de Oostzeedijk en terwijl ik sta te wachten komt dezelfde machinist, met de kale wagenbegeleider, ook bij de halte staan. Hij neemt de dienst van de dienstdoende machinist over en rijdt me terug naar huis. Daar neem ik afscheid en loop met alleen de rugtas op mijn rug naar huis.

Ik open de voordeur en daar staat mijn vermiste tas in de gang (foto).

zaterdag, december 02, 2006

Odysseus en Aphrodite

Odysseus was aan het jagen in de bergen toen er plotseling twee jonge vrouwen aan kwamen lopen. De ene vrouw droeg een paars kleed, had donker haar, een strenge mond en ogen waar je dwars door heen kon kijken, de andere zachte borsten en dijen en een voluptueuze mond die gemaakt leek om te zoenen. Odysseus vroeg hun naar hun naam. “Mijn naam is Arète,” zij de eerste, en de tweede sprak: “Mijn naam is Tryphè.” Vervolgens vroegen ze allebei: “Wie van ons verkies je?” De sluwe Odysseus keek van de een naar de andere. “Ik kies niet,” antwoordde hij, “want jullie zijn onafscheidelijk. Iemand die de een zonder de ander zag lopen zag slechts een zielloze schim. Het sensuele kan niet zonder de air van een grande dame, het kuise kan niet zonder de verwachting van de overgave. Ik ga met jullie allebei. Wijs me de weg.” Nadat hij deze woorden had gesproken vloeiden de twee gestalten in elkaar tot één persoon: Odysseus had Aphrodite ontmoet, de godin van de liefde.

Naar Pierre Louys

vrijdag, december 01, 2006

Mefisto Forever

In de Boekencast waarover ik een paar dagen geleden schreef, is een uitgebreid interview te vinden met Tom Lanoye. Hij vertelt over zijn nieuwste voorstelling Mefisto Forever die morgen in de schouwburg van Rotterdam te zien is. Met gebruikmaking van allerlei (theater)teksten van o.a. Shakespeare en Tsjechow, maar ook teksten uit speeches van Goebbels (die totalen Krieg) heeft hij een bewerking gemaakt van de roman van Klaus Mann. Iets wat al eerder gedaan is door Ariane Mnouchkine (1986) en door de filmer Istvan Szabo (1981). Lang geleden ben ik zelf nog met een theatergroep bezig geweest een stuk te maken over het leven van Klaus Mann, schrijver in de schaduw van zijn beroemde vader, Thomas Mann.
Mefisto gaat over het dilemma blijven of gaan onder een fascistisch regime. Klaus ging en zijn vriend Gustav Gründgens bleef. In het boek schetst Klaus een vilein portret van zijn vroegere vriend en (volgens hem) meeloper met de fascisten. Lanoye heeft geprobeerd meer nuancering in het karakter van zijn hoofdpersoon aan te brengen.

Tom Lanoye is tevens de schrijver van Blankenberge, het stuk dat ik ga regisseren bij toneelgroep KRT. Dinsdag hebben we het stuk met zijn allen hardop gelezen. Veel gelachen om de grappen, om de humor. Iedereen is erg enthousiast over de toneeltekst. Alle reden dus om me, ondanks de Sinterklaasdrukte, morgen toch even snel naar de schouwburg te spoeden om dit stuk te zien.

* Ik geniet altijd van het accent van Tom Lanoye. Zo mooi, zo zangerig.
Foto: Klaus Maria Brandauer in de film van Istvan Szabo.

Billen

Ik fiets onder langs de Maasboulevard. Het is twaalf uur, rond Middernacht. Om auto's te dwingen niet te hard te rijden zijn op verschillende plaatsen op de weg lichte verhogingen aangebracht die lijken op groepjes van acht billen. Net op het moment dat ik over zo'n bilachtige hobbel in de weg rijd, kijk ik naar links. Daar zie ik in een onverlichte stilstaande auto een paar echte levende mannenbillen op en neer gaan.