woensdag, januari 31, 2007

Blankenberge # 06

We brengen lange tijd door aan de tafel. We hertalen de tekst van het pittige Vlaams naar een meer begrijpelijk Nederlands. Soms is dat jammer. Gelukkig zijn we in het gezelschap van een echte Belgische die ons kan helpen met betekenissen die we niet begrijpen. Maar ik heb nogal veel tekst geselecteerd voor de repetitie van vanavond, dus we komen niet aan alles toe. Ik blijf overtuigd van de kwaliteit van het stuk en wordt er eigenlijk alleen maar enthousiaster over.
Lange tijd wordt gediscussieerd over het woord 'loefia'. Wat is de betekenis van dit woord? Is er wel echt een betekenis? Is het een parasiet? Kurt vergelijkt de loefia met een premiejager uit het wilde westen (de Far West in het goed Vlaams). Maar wat is de werkelijke betekenis? Ik zoek op het internet, eerst in het Van Dale Woordenboek. Daar staat het niet in. Dan met zoekmachines. Ook dat levert niets op. Misschien heeft Tom Lanoye het zelf uitgevonden.
Een Idriss is helaas ook nog steeds niet gevonden.

dinsdag, januari 30, 2007

Schuilkelder # 11

Ik heb een afspraak gemaakt met R. om te komen kijken. Om half negen zodat we eerst nog kunnen praten over locaties en ons voorbereiden. Er zijn twee vrij goed mogelijke locaties. Bij de Digital Playground en in de oude Laserzone onder de kubuswoningen. Gevreesd wordt dat de Digital Playground geld gaat kosten, veel geld.
Dan starten we de repetitie. We gaan verder waar we de vorige keer zijn gebleven. Ik waarschuw de portier dat als ze iemand ziet ze haar moet wijzen waar ze zijn moet. In de ruimte met de sjoelbakken waar wij repeteren. Om negen uur is er nog niemand gearriveerd. Ik loop naar de portier. Zij heeft niemand gezien. Dus kijk ik op mijn telefoon. Een voicemail en een gemist gesprek. R. Ik bel haar terug. Ze stond voor de Albert Heijn in plaats van voor de Bas van der Heijden. Kon het niet vinden. Ik had haar de Benthuizerstraat genoemd en Humanitas, waar wij repeteren, blijkt op de Bergweg te zijn. Misverstand op misverstand. Ik maak een nieuwe afspraak voor de volgende week en leg het nog een keer extra goed uit.
We doen de scènes 4 t/m 10 en verdiepen daarmee de karakters. Ik ben iedere keer weer verbaasd door de nieuwe toevoegingen van mijn spelers. Het enige waar ik bang voor ben is dat het een soort collage van leuke scènes wordt. De climax moet goed zijn en het geheel body geven. Er moet een dramatische ontwikkeling zijn die je pakt, raakt, meesleurt en ontroert.

zondag, januari 28, 2007

JPod

Op 15 oktober schreef ik een kort stukje over JPod, het boek dat ik op mijn verjaardag van mijn oudere broer kreeg. Nu, ongeveer drie maanden later, heb ik het boek eindelijk uit. Tussendoor heb ik nog enkele andere boeken gelezen, het boek een tijdje weggelegd om iets anders te lezen. Maar het viel niet echt mee om het uit te krijgen. Het boek is zo leeg! Het is grappig, je bent benieuwd hoe het verhaal verder gaat, maar eenmaal aan het einde gekomen staat er: Replay Y/N. Mijn antwoord is nee.
Ik schrijf niet vaak in mijn blog over boeken die me niet bevallen. Dat komt omdat ik geen professionele lezer ben. Ik hoef boeken die ik niet wil lezen niet te lezen. Maar dit boek hoefde voor mij niet.

Het gaat over zes mensen, vier mannen en twee vrouwen, die samen in jPod zitten, een groep werknemers die samen een computerspel ontwerpen. In eerste instantie een skateboardgame, dan moet er een schildpad een rol in het spel gaan spelen en tenslotte wordt het spel een fantasygame. Tussendoor zijn er verwikkelingen rondom het hoofd van jPod, Ethan. Rondom zijn moeder, zijn vader, zijn broer, de Chinees Kam en zijn vriendin Kaitlin. De gebeurtenissen zijn bizar, er worden moorden gepleegd, maar uiteindelijk leidt alles tot niets. Het spel wordt niet afgemaakt, de schrijver, Douglas Coupland, draaft op als deus ex machina, en dan is het boek plotseling afgelopen. Replay: N!

vrijdag, januari 26, 2007

Noch stad, noch land

Nadat ik de vanavond te openen en in aanbouw zijnde tentoonstelling heb bezocht dwaal ik nog wat door het museum. Ik kom terecht op de volledig verlaten bovenste verdieping. Daar is de tentoonstelling Noch Stad, Noch Land. Ik moet denken aan een gedicht van Martinus Nijhoff. Eén van mijn favoriete dichters. Hij heeft een gedicht over dit soort tussenland, tussen stad en land, het heet Zelfkant. En warempel. Op een bordje hangt het gedicht. Ik citeer het hier als nawee van Gedichtendag:

ZELFKANT

Ik houd het meest van de halfland'lijkheid:
Van vage weidewinden die met lijnen
Vol waschgoed spelen; van fabrieksterreinen
Waar tusschen arm'lijk gras de lorrie rijdt,

Bevracht met het geheim der dokspoorlijnen.
Want 'k weet, er is daar waar men 't leven slijt
En toch niet leeft, zwervend meer eenzaamheid
Te vinden dan in bergen of ravijnen.

De walm van stoomtram en van bleekerij
Of van de ovens waar men schelpen brandt
Is meer dan thijmgeur aanstichter van droomen,

En 't zwarte kalf in 't weitje aan de rand
Wordt door een onverhoopt gedicht bevrijd
En in één beeld met sintels opgenomen

S. Vestdijk staat eronder. Ik heb me vergist. Ik ken het gedicht, maar het is niet van Martinus Nijhoff. Dat neemt niet weg dat het een prachtig gedicht is. Ook ik houd van de halflandelijkheid waar Vestdijk over spreekt. Het tussengebied, aan de ene kant industrie, aan de andere kant de natuur. Het duivelse en gevaarlijke van Vulcanus' smidse tegenover het ongerepte en pastorale van een bos, een meer, een struikgewas. Wie weet wat voor prachtige voorwerpen worden geschapen en uitgevonden in de lelijke fabrieken en welke zaken die het daglicht niet verdragen kunnen worden uitgehaald in de mooie natuur?

Luister hier naar Vestdijk die zelf een stukje van dit gedicht voorleest.

O Man O Vrou

Dit is een maquette van het gebouw van Coöperatie De Volharding in Den Haag. Het is de blikvanger van en te zien op de tentoonstelling Schitterende gebouwen in het Nederlands Architectuur instituut. 2006 broodjes per uur werden in De Volharding gebakken. Dat wordt bovenin het gebouw op de ruiten gemeld. Maar naast commerciële teksten stonden er opvoedende socialistische teksten op, ter lering van de arbeiders die die 2600 broodjes bakken moesten. "O Man O Vrou, zegt niet weer 'ik', zeg 'wij', 'ik' snoert den keten vester, 'wij' makt vrij" Let op de spelling.
Ik ben als een soort verstekeling op de persvoorbezichtiging, natuurlijk ben ik geen echte persmuziek. Ik heb niet eens een notitieblokje bij me en ook geen microfoon. Er wordt nog hard gewerkt om voor de opening 's avonds klaar te zijn, als wij beginnen met rondlopen. Maar het is al te zien dat het een prachtige tentoonstelling gaat worden. Nog niet alles hangt, wat hangt is nog niet allemaal verlicht, maar vooral de collectie ansichtkaarten van wolkenkrabbers in Amerika, allemaal apart ingelijst in kleine zwartgeverfde houten lijstjes, spreekt me aan. Om nog een keer in voltooide staat terug te gaan zien.

donderdag, januari 25, 2007

Gijs

Gijs ter Haar is de dichter die ik heb uitgenodigd. Hij treedt voor ons op in het Dichterscafe, hoog boven de wereld op de zeventiende verdieping van het H-gebouw. Helaas zijn er maar weinig belangstellenden. Want Gijs is goed. Erg goed. Hij was me aangeraden door iemand bij Passionate, tezamen met nog een viertal andere namen. Ik surfte naar zijn website, beluisterde geluidsfragmenten en koos Gijs. Geen slechte keuze. Hij doet alles uit zijn hoofd. Zwaar getatoueerd, een lange dunne man. Een tengere man noem je zo iemand in een gedicht. Een kaal hoofd. Uiterlijk doet hij me aan Herr Seele denken, de sidekick van Kamagurka. Zijn gedichten contrasteren de gevoeligheid met zijn enigszins harde uiterlijk. Aan de telefoon is zijn stem zacht, zijn stem is als zijn innerlijk. Ruwe bolster, blanke pit.
Luisteren naar Gijs ter Haar kun je op MySpace. Met achtergrondmuziek, maar ook zonder, in de stilte, in de leegte, is Gijs een belevenis met zijn lange magere lichaam, zijn gespreide armen, als een vogel die weg wil vliegen, een vogel die zingt met taal, een vogel die je voorzichtig in je handen zou willen nemen en beschermen.

woensdag, januari 24, 2007

Gedichtendag

Morgen, 25 januari, is het Gedichtendag, daarom hier alvast een gedicht van ome Gerard om morgen hardop voor te lezen:

DAGSLUITING

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in dezelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.

Gerard Reve

's Avonds spelen we met de band het nummer dat we van dit gedicht hebben gemaakt. De volgende dag besluit ik er het dichterscafe mee dat ik georganiseerd heb.

dinsdag, januari 23, 2007

Blankenberge # 05

We doen de twee laatste scènes van het stuk. Waarin alles op de spits gedreven is. De ontknoping, de conclusie. Ik ga eigenlijk dwars door het stuk. We hebben nu het begin gedaan, het einde van het tweede bedrijf en het einde van het derde en laatste bedrijf. Ik begin graag met de scènes waarvan ik denk dat ze de meeste problemen zullen opleveren.
Iedereen is er, behalve een speler voor de rol van Idriss, alhoewel we gelukkig wel een invaller hebben die zijn rol kan invullen. Morgen ga ik de leider van het Rotterdams Wijktheater bellen in de hoop dat hij ons kan helpen. Maar het is een goede avond. De scènes hebben een goede spanning en het helpt de spelers in hun rol. Te vinden wie en wat ze zijn.

maandag, januari 22, 2007

Schuilkelder # 10

Allereerst discussiëren we terwijl we kleine negerzoenen eten, Mini Dickmans, vooral de pure variant is lekker, de witte variant proef ik niet eens. Welke neger is er nou wit?
We bespreken de keuze van het huisje waar we een weekend gaan repeteren. Ik ben voor de Stayokay in Bergen op Zoom omdat we daar een aparte ruimte hebben om te repeteren, en nog gratis ook! De andere keuze is Den Ham, erg ver rijden, twee uur, en daar moeten we in de huiskamer repeteren. Het zal ongetwijfeld een grote huiskamer zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat-ie net zo groot is als het zaaltje in Bergen op Zoom. Ik wil graag veel en hard werken, de spelers willen natuurlijk ook veel gezelligheid. Niet dat ik tegen het laatste ben, maar ik kom daar om te werken, voor hun is het hobby.
Dan bespreken we de vorderingen op het locatiefront. Er is nog steeds geen definitieve locatie gevonden. Er zijn nog veel opties open, maar geen van alle zeker. Het lijstje:

- de digital playground: daar staan veel computers
- V2: moeten we vragen
- de laserzone onder de kubuswoningen: zou iets kunnen zijn
- de basculebrug in Delfshaven: we zijn van het kastje naar de muur en terug gestuurd, misschien kan de cultuurscout nog iets voor ons doen
- Slaakhuys: moet onderzocht worden of er een kelder is
- Westelijk Handelsterrein: commercieel (huur betalen!) en gehorig

Komende week moeten er knopen doorgehakt worden.

Daarna repeteren we aan de eerste drie scènes van mijn nieuwe montage. We vorderen goed. We doen alle scènes minstens twee keer, de eerste zelfs drie keer. De rollen zijn nu in ieder geval duidelijk, de scènes kunnen nu goed uitgewerkt worden, evenals de plot.

Décolleté

Ik zit te lunchen en recht achter mijn collega tegenover me zit een jonge vrouw, een studente met een laag uitgesneden décolleté.Hierdoor ben ik erg afgeleid van de lunchtafelgesprekken die voornamelijk over de storm van de afgelopen dagen gaan. Sommige collega's hebben geluk gehad, anderen moesten lang wachten voordat ze eindelijk terug naar huis konden rijden. Zelf was ik bijna mijn nieuwe tas kwijt die door de wind van mijn fiets werd gerukt. Terwijl ik met mijn linkerhand mijn fiets in bedwang probeerde te houden rende ik achter de verwijnende tas aan. En weet die gelukkig in te halen en te grijpen.
Minstens de helft van de tamelijk stevige borsten van de vrouw achter mijn collega is zichtbaar. Met haar overbuurvrouw, die ik slechts voor een klein gedeelte op de rug zie, studeert ze Frans. Voor haar ligt een opengeslagen blik waar ze in kijkt en daarna een zin repeteert. Hierdoor kijkt ze ook nog eens voortdurend starend recht vooruit in mijn richting alsof ze mij aan kijkt of aan wil kijken. Mijn blik lijkt te zoeken.

zondag, januari 21, 2007

De ideale ernst of het belang van een echtgenoot

Het Barre Land speelt in samenwerking met Comp. Marius De ideale ernst of het belang van een echtgenoot, een montage van precies die twee stukken van Oscar Wilde die ikzelf ooit ook regisseerde. Het is een wervelend geheel. Beginnend met een in plat Gronings gesproken bewerking van Een Florentijnse Tragedie, een onvoltooid stuk van Oscar Wilde onder de titel De Billen van Bianca, spelen de acteurs eerst een acte van Een ideale echtgenoot, vervolgens twee acten Het Belang van Ernst om tenslotte na de pauze de twee stukken op virtuoze wijze te mengen. Of het dan nog goed te volgen is voor mensen die de twee stukken niet kennen weet ik niet, daarvoor ken ik beide stukken te goed. Voor mij was het in ieder geval een heerlijk avondje lachen, alhoewel sommige spelers met kop en schouders boven de anderen uitstaken en anderen door de mand vielen. De twee hoofdrolspelers van Een Ideale Echtgenoot Martijn Nieuwerf als Lord Goring en Ingejan Ligthart Schenk steken boven de anderen uit, net als de voor even bij 't Barre Land terugkeerde Jacob Derwig in zijn dubbelrol als Lady Bracknell en Lord Caversham.
Anderen zoals Anouk Driessen in de rol van Mrs Chevely blijven steken in vlak spel. Tussendoor zitten cabareteske intermezzi met mannen in vrouwenrollen, momenten waarop het verhaal even stilstaat maar waarvoor Waas Gramser en Kris van Trier een open doekje ontvangen. Het is een lange avond, van kwart over acht tot kwart voor twaalf maar het was zoals aangekondigd een: dagelijks toenemend lachsucces!

vrijdag, januari 19, 2007

Lucia y el sexo

In de film Lucia y el sexo komt een mooi verhaal voor. De mannelijke hoofdpersoon, een schrijver, heeft op een afgelegen eiland een ontmoeting met een vrouw. Hij weet niets van haar, maar heeft sex met haar op het strand en in het water van de zee. Ze mogen twee dingen van elkaar weten, stelt de vrouw voor. Zij kan het beste paella koken van heel Spanje en komt uit een plaats waarvan ik nu de naam vergeten ben, hij komt uit Madrid. Hij verklapt geen tweede geheim. De ervaring beschrijft hij in een boek, want het is de beste sex die hij ooit heeft gehad.
Als hij later een relatie heeft met Lucia vraagt die hem of de sex met haar goed is. Of het de beste sex is die hij ooit heeft gehad. Ze weet zelf het antwoord al. Ze heeft het antwoord in zijn boek gelezen.
Wat de schrijver niet weet is dat uit die ene keer sex een kind is geboren, een meisje, zijn dochter. Het verhaal van de film zit ingenieus in elkaar, is gecompliceerd, bijna surrealistisch.
Dit is voor het eerst dat ik een film bekeek op mijn laptop. Liggend op bed, terwijl mijn dochters beneden in de huiskamer op de televisie naar de film About a Boy zaten te kijken. Een klein schermpje, maar heel privé.

donderdag, januari 18, 2007

Omroep C

Bij de post zit een flyer van Omroep C. Ik bestudeer de informatie en zie de naam staan van Ad 's Gravesande. Oud-anchorman bij de vpro en ondertussen vast al heel oud en grijs. Ik herinner me dat ik lang geleden, ik schat zo'n twintig jaar geleden een tientje heb gestort voor Nederland C. Omdat cultuurprogramma's altijd op onmogelijke tijden worden uitgezonden. Dat was toen zo, nu is dat nog steeds zo. Een culturele omroep. Nu vraagt Ad om 12 euro. De tijden veranderen en de prijzen gaan omhoog. Het woord omroep klinkt ook als iets uit vervlogen tijden. De omroep, was dat niet iets met radio, van vroeger? De Verenigde Arbeiders Radio Omroep. De Katholieke Radio Omroep. De Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep. De Nederlandse Christelijke Radio Vereniging. Ik bekijk de flyer van alle kanten. Ik ga niet opnieuw geld geven aan Ad. Hebben ze bij Omroep C nog niet van internet gehoord? En van video on demand? Van podcasts? Ik kan niet wachten tot de omroepen allemaal verdwijnen en het gehele publieke bestel wordt opgeheven. Zat ik twintig jaar geleden nog te wachten op een zender die de hele dag cultuur uitzendt, nu voelt het als mosterd na de maaltijd. Omroep C moet er in 2008 zijn. Ik hoop dat ze dan niet meer nodig zijn en televisie en internet helemaal met elkaar versmolten zijn. Eergisteren zag ik op de website van Cultura, waarmee Omroep C door de oppervlakkige beschouwer al wordt verward, het jubileumconcert van Bernard Haitink. Op het moment dat ik dat zelf wilde. Cultura zendt reeds uitgezonden programma's vierentwinitg uur per dag uit. Oude televisie? Ja, maar niet voor mij want ik had het nog niet gezien. En dat is nu juist de essentie van goede kunst, dat het tijdloos is.

woensdag, januari 17, 2007

Blankenberge # 04

Nog steeds op zoek. Niet in de straten van Blankenberge, maar in Rotterdam. Naar een jonge allochtone acteur die Idriss kan en wil spelen. De lead die ik gisteren kreeg liep op niets uit en ik moet verder zoeken. Het kan toch niet zo zijn dat in Rotterdam geen enkele allochtone acteur te vinden is?

Ondertussen repeteren we verder zonder Idriss. Ik begin met de 'grote' scènes, groepsscènes met veel acteurs op toneel. Ook de actrice die Mevrouw Verplancke speelt is deze week afwezig. Maar al zoekend worden de verhoudingen tussen de verschillende personages steeds duidelijker. Hoe Armand en Philippe buiten de groep van vaste medewerkers van de bistro Blankenberge staan. Hoe het onderlinge intelligentieniveau verschilt.

Brigitje zoekt haar weg door het liedje. Het lied "Mon Amour, Mon Ami" dat ik vorige week heb voorgesteld. Het is nog niet makkelijk, maar ik heb er alle vertrouwen in. De Franse tekst gaat snel en het lijkt alsof de zangeres woorden inslikt. Toch is dat niet zo. Ze zingt alle woorden compleet alleen de juiste klemtoon en het juiste ritme vinden is nog moeilijk.

dinsdag, januari 16, 2007

Schuilkelder # 09

Het is alweer enige tijd geleden dat ik heb geschreven over de ontwikkelingen in het stuk van Narisk, Aardvarkens (werktitel). Ondertussen hebben we de tweede helft van de door mij uitgekozen scènes gespeeld. De basis van het stuk is er. Er zijn een stuk of zestien goede scènes in een volgorde die nog niet helemaal is wat-ie zijn moet. Er zijn vier nieuwsberichten die het stuk onderbreken. Er is een soort van plot. Dit alles moet nu uitgewerkt worden en er is nog steeds geen definitieve locatie.
Gisteravond waren ze plotseling de vloer van de ruimte waar we normaliter repeteren in de was aan het zetten, zodat we moesten uitwijken naar een soort van grote huiskamer. Daar kwamen we moeilijk op gang maar uiteindelijk hebben we tot bijna half elf gerepeteerd aan de tweede helft van het stuk. Ik ben tevreden over de scènes die er zijn, alles moet alleen nog uitgewerkt worden, scherper gemaakt. Van de week ga ik daar thuis achter mijn computer aanwerken. Er moeten wat scènes voorbereid worden, dat wil zeggen dat voordat iets gebeurd er signalen zijn dat er iets gaat gebeuren. Ik wil dit nu in de plot en op papier uitwerken. De dialogen wil ik nog niet vastleggen.

zondag, januari 14, 2007

Plaatjes draaien

Vandaag draai ik plaatjes. Ouderwetse zwarte schijven van vinyl. Een zondag thuis en dwalen door de platencollectie.

1.
O Samba, een collectie Braziliaanse popmuziek samengesteld door David Byrne. Niet zo goed als de eerste collectie met als titel Beleze Tropical, maar veel vrolijke dansmuziek.
2.
The Originals, een dubbelelpee met een collectie soulnummers op de plaat verschenen naar aanleiding van het succes van I Heard It Through The Grapevine dat diende als achtergrondmuziek bij een Levis-commercial. Opnieuw dansmuziek, maar Noord-Amerika danst beduidend anders dan Zuid-Amerika.
3.
Het eerste pianoconcert van Tschaikowsky in bes gespeeld door Martha Argerich. Romantische muziek die ik draai naar aanleiding van de gisteravond bewonderde voorstelling van het Hofpleintheater, een dansvoorstelling op de muziek van Het Zwanenmeer.
4.
Almost Blue, de enige echte countryplaat van Elvis Costello, opgenomen in Nashville. Een tranendal is het in het hart van het land. "Ain't no love in the heart of the city" klonk het op The Originals, maar op het platteland is het geen haar beter.
5.
Unanswerable Lust, duistere newwave-achtige popmuziek van het duo Devoto-Noko, opererend onder de naam Luxuria.
6.
En tenslotte de filmmuziek van Peer Raben van Querelle, de laatste film van Rainer Werner Fassbinder, met een paar prachtige liedjes met gebroken stem gezongen door Jeanne Moreau, Each Man Kills The Thing He Loves, op tekst van Oscar Wilde.

Vertraging

Het lijkt alsof alle treinen vertraging hebben. Veel geklaag op de perrons. Sommige mensen verdenk ik er van overal en altijd te klagen. Anderen klagen wel, maar hebben eigenlijk, net als ik, maar een paar minuten vertraging. De perrons staan boordevol met wachtende mensen, een teken dat de vertragingen ernstig zijn. Als ik in Rotterdam langs de borden loop zie ik vertragingen die oplopen tot veertig minuten. Vooral rondom Amersfoort schijnt het een zootje te zijn. Vanochtend toen ik op de trein stapte las ik dat de storingen rondom Amersfoort opgelost waren, nu zijn er alweer genoeg nieuwe en misschien zelfs ernstiger storingen.
Ik voel me een ervaren treinreiziger. Ik tik rustig een stukje tekst op het perron tijdens de wachttijd op mijn trein. Als ik moet staan sta ik zonder klagen en vind snel een plekje als er een plaats vrij is. Voor een man alleen is er meestal wel ergens een plaatsje.
Ik ben niet later thuis dan verwacht. Mijn jongste dochter heeft opnieuw een lekke band. De vertraging die zij heeft als gevolg van lekke banden is een veelvoud van mijn vertragingen in het openbaar vervoer.

donderdag, januari 11, 2007

De V van Vian

Boris Vian overleed op 39-jarige leeftijd terwijl hij zat te kijken naar de filmversie van zijn boek Ik zal spuwen op jullie graf. Deze voorkennis was handig geweest om te hebben voordat je naar de voorstelling De V van Vian gaat kijken. Alhoewel.
Er wordt mooi geacteerd, mooi gezongen, mooi gespeeld, toch blijft de voorstelling steeds hetzelfde. Het einde, de onvermijdelijke dood van Vian, langzaam verstillend, is indrukwekkend, maar gedurende het stuk zijn er te weinig climax en ontbreekt een grote climax.
Drie acteurs, vier muzikanten spelen stukjes uit het leven van Vian, zingen liedjes van Vian, doen dansjes, het lijkt soms een revue. Vian hield niet van mensen en je gaat ook niet van Vian houden. Net goed dat hij doodgaat zou je bijna denken. Hij heeft haast om zoveel mogelijk te doen voor hij sterft, maar daardoor versnippert zijn kunst. Zoals het in de voorstelling goed wordt verwoord: van jouw werk blijven uiteindelijk alleen papiersnippers over. Maar dit manco in het oeuvre van Vian, waardoor Sartre, zijn tijdgenoot en concurrent in de liefde, nu nog wel gelezen wordt, is tegelijk het manco van de voorstelling. Alles is te versnipperd, het fladdert langs je heen, slaat je nergens in het gezicht, glijdt langs je heen en waait weg en wordt vergeten.

woensdag, januari 10, 2007

Mon Amour, Mon Ami

Blankenberge # 03

Na een te lange vakantie gaan we verder met Blankenberge. Helaas is de acteur die Idriss zou spelen ziek geworden. Hij kan zes weken zijn stem niet gebruiken, of in ieder geval moet hij die zo min mogelijk belasten. Aan de andere kant is de actrice die mevrouw Verplancke gaat spelen (en dat zelf nog niet wist) er nu voor het eerst bij, terug van een exotische reis naar Zuid-Afrika.
Ik begin met een centrale scène die ik de noemer "Sex" heb gegeven. In deze scène vrijen Kurt en Carine machinaal met elkaar, hebben Idriss en Bertje een geheim afspraakje in de duinen en begluurt Philippe zijn liefje Brigitje terwijl ze zich omkleed in de jurk die ze op het slotfeest wil aantrekken. Armand drinkt eenzaam aan het strand en mevrouw Verplancke ligt in bed en kan niet slapen, heeft nare dromen. De scène vindt plaats aan het einde van het tweede bedrijf, vlak voor de pauze. Het is heet en warm en het begint te onweren. Een voorbode van onheil, het onheil dat mevrouw Verplancke aan voelt komen.
We rommelen wat met de (moeilijke) scène. Ik denk tegelijk na over mise-en-scène, over decor. Als de actrice die Brigitje speelt me vraagt welk liedje ze moet zingen in het laatste bedrijf omdat het liedje dat Tom Lanoye voorschrijft erg moeilijk te zingen is, antwoord ik in een opwelling: "Toi mon amour, mon ami" van Virginie Ledoyen uit de film Huit Femmes.

dinsdag, januari 09, 2007

Portiersloge

De portiersloge is verlaten. Het gebouw is nieuw. Een paar jaar oud. Acht verdiepingen met kantoren en collegezalen. Als naam kreeg het de letter J mee. De J van jong.
Er was al een S-gebouw, sport. Er was al een C-gebouw, centrale collegezalenhal, en er was al een H-gebouw, de hoogbouw, het gebouw waar ik zelf werk. De aula is gevestigd in het A-gebouw. De bibliotheek in het B-gebouw. Ook is er een E-gebouw (Bestuursgebouw), een F-G-gebouw (vroeger Bedrijfskunde, nu een onduidelijk gebouw dat wordt verbouwd tot studentenwoningen), een L-gebouw (Faculteit Rechten, Law?), een M-gebouw (expo- en congrescentrum), een N-gebouw (?), een Q-gebouw (Questionmark?) en het T-gebouw. Dat laatste is het jongste gebouw, jonger nog dan het J-gebouw. In dat gebouw is wel een portier te vinden in de daarvoor bestemde loge.
Wie kiest de letters voor welk gebouw? Waar is het D-gebouw en waar zijn de I-, R- en K-gebouwen? Tezamen vormen de vier ontbrekende letters het woord D-I-R-K. De naam van de ontbrekende portier?

maandag, januari 08, 2007

Nieuwe tas

Een nieuw jaar, een nieuwe fietstas. In mei vorig jaar zag ik tijdens onze fietsvakantie in Brabant een mooie fietstas. We hadden een lekke band en lieten bij een fietsenhandelaar de lekke binnen- en buitenband vervangen. Ik vertelde het aan mijn vrouw, hoe mooi ik die tas vond. Merk Postino. Op mijn verjaardag gaf ze me een tas. Een tas. Maar ik wilde die tas. Die Postino. Niet een tas, maar de tas. Dus ging ik op zoek. Op internet. Binnen een kwartier, misschien wel vijf minuten had ik mijn tas gevonden. Mijn Postino. Dus besteld. Bij de broer van mijn vrouw. Die in fietsen handelt. De echte tas, de Postino-tas. Nu heb ik hem. Gisteren ontvangen. Vanochtend, op mijn eerste echte werkdag in het nieuwe jaar fiets ik met mijn nieuwe tas naar mijn werk. Gelukkig en tevreden.

zaterdag, januari 06, 2007

Laatste Pi

Professor Pi werd getekend door Bob van den Born en verscheen van 2 januari 1957 tot 9 december 1965 als dagstrip in de krant Het Parool.

Nog meer Pi


Meer Pi


Magna Plaza


In Het Parool verscheen in de tweede helft van de jaren vijftig en in de jaren zestig een strip genaamd Professor Pi. Begonnen als korte gags van drie plaatjes ontwikkelde de strip zich tot cartoons met een langwerpig uitgerekt formaat. Op één van de cartoons van de verstrooide professor zit hij in een theater. De achterwand van het theater is uitgebroken, er hangen theatergordijnen naast en de toeschouwers hebben uitzicht op een straat waarin voorbijgangers voorbijkomen. Aan deze cartoon deed de voorstelling Magna Plaza van Wunderbaum mij denken. De toeschouwers zitten in winkelcentrum Alexandrium rondom een roltrap naar beneden en kijken naar het winkelend publiek. Tussen de winkelende mensen lopen de acteurs van Wunderbaum en spelen hun stuk. Omdat alle betalende toeschouwers een koptelefoon op hebben en de spelers zijn uitgerust met zendmicrofoons kunnen zij horen wat de spelers zeggen en krijgen ze tegelijk een muzikaal geluidsdecor bij de handeling. In eerste instantie werkt dit vervreemdend en schept het een afstand tussen zowel de argeloze voorbijgangers en de acteurs en de toeschouwers. Alsof wat er gebeurt op grote afstand plaatsvindt. Letterlijk en figuurlijk. Maar gaandeweg wordt de voorstelling spannender en zelfs terwijl je weet hoe het dramatische verhaal afloopt (dat staat op het programma dat van te voren is uitgereikt) is de uiteindelijke climax en ontknoping van een ontroerende schoonheid.
Wunderbaum speelt nog tot en met 12 januari Magna Plaza in Rotterdam.
Illustratie: het allereerste stripje van Professor Pi, van 2 januari 1955, negen maanden voor mijn geboorte.

Dogville

Dogville is een film van Lars von Trier. Het rotheater heeft er een theaterversie van gemaakt. De vraag is waarom je dit zou willen, een theaterversie maken van een film. Een boek verfilmen of op het toneel brengen geeft iemand die te lui is om het boek te lezen of sowieso nooit een boek leest, de mogelijkheid op een gemakkelijke manier toch kennis te nemen van de inhoud. Van de mensen die ik gisteravond voor de voorstelling en in de pauze ontmoette had de helft de filmversie al gezien. Ondanks dat wilden we toch weten wat het rotheater er van had gemaakt, zoals lezers van een boek ook graag de verfilming van hun boek gaan bekijken. Meestal tegen beter weten in. Zo draaien op dit moment verfilmingen van Het Parfum, Elementaire Deeltjes en Kruistocht in spijkerbroek.
Dan nu de voorstelling van het rotheater. Geregisseerd door Pieter Kramer en daarom tot in de puntjes verzorgd wat betreft de aankleding en het uiterlijk. Ouderwetse zetstukken worden af- en aangereden en voor die zetstukken speelt zich het drama van Dogville af. In het begin lijkt Dogville een vredig en vriendelijk dorpje, maar al gauw ontpopt het zich tot een soort Twin Peaks. De façade van de aardige en behulpzame dorpsbewoners blijkt een vermomming die het gruwelijk innerlijk verbergt. Het onverwachte en destructieve einde komt als een soort bevrijding. Gelouterd en gereinigd als na een Griekse tragedie komen we naar buiten.
Het spel is gevariëerder dan in de film, theatraler, grootser. Viel ik de eerste keer dat ik de film wilde bekijken, die 's nachts werd uitgezonden, in slaap, en vond ik de film toen ik hem in zijn totaal bekeek toch wel erg kabbelend, de theaterversie is heftiger en ook grappiger. De mooiste toevoeging vind ik de aanwezigheid van de verteller, in de film de prachtige stem van John Hurt, hier de volledig in zwart geklede, op zijn sportschoenen na, Ton Kas. Hij loopt als was hij een onzichtbare man door de straten van Dogville en becommentariëert, vertelt en leidt in.
De voorstelling Dogville speelt nog op diverse plaatsen tot 24 februari en is zeker een aanrader!

vrijdag, januari 05, 2007

De Blikken Trommel

Het boek De Blikken Trommel kende ik al gedeeltelijk door de gelijknamige film van Volker Schlondorf. Nu ik het boek gelezen heb weet ik dat de film op tweederde van het boek stopt. Op het moment dat de kleine Oskar, die sinds zijn derde niet meer groeit, besluit opnieuw te gaan groeien. Ondanks de vele extra's die het boek biedt vind ik alles achteraf beschouwend de film indrukwekkender. Juist de compactheid van de film, het overbodige dat (mijn inziens) is geschrapt, maakt dat die een grotere en heftiger indruk achterlaat. Dat neemt niet weg dat het boek vol staat met prachtige verhalen die in de film ontbreken en die ik niet graag had gemist.

Het verhaal over de kokosloper bijvoorbeeld. Hierin vrijt Oskar met een verpleegster (hij is dol op verpleegsters) met een stuk ruw en prikkelend kokostapijt tussen hen in. De verpleegster is in de veronderstelling dat ze wordt genomen door Satan, de Duivel in eigen persoon, en als ze ontdekt dat het de onooglijke buurman is, die samen met haar in het pension woont, is ze hevig teleurgesteld en vertrekt onmiddellijk. Als dan later Oskar aan het wandelen is met een hond (die hij gehuurd heeft bij een bedrijf dat honden verhuurt), vindt de hond de ringvinger van de verpleegster, met ring er aan! en wordt Oskar verdacht van moord op de verpleegster. Een waanzinnig en onwaarschijnlijk verhaal. Maar anders dan in het boek Conan Lord waarover ik enkele dagen geleden schreef worden de onwaarschijnlijkheden aannemelijk gemaakt door het feit dat Oskar zijn hele geschiedenis vertelt vanuit het perspectief van een psychiatrisch patiënt.

Illustratie: omslag van het boek met tekening van Günter Grass die, net als ik, op de kunstacademie heeft gezeten. Hij in Düsseldorf, ik in Enschede.

Vijf banken

Langs het bospad dat zo'n honderd meter lang is, staan vijf banken. Niet verdeeld over de honderd meter, maar alle vijf bij elkaar. In een groepje. Waren de arbeiders die ze geplaatst hebben te lui om heen en weer te lopen? Waren ze bang dat een bankje alleen last zou krijgen van eenzaamheid? Of hoopten ze op grote families die met elkaar alle vijf banken in één keer zouden bezetten? Maar waarom dan niet de vijf banken aan beide zijden van het pad geplaatst? Het blijft een vreemd gezicht, dat groepje van vijf banken langs het pad, verdeeld over een kleine twintig meter van de honderd die het pad lang is. Op de foto die ik met mijn mobiel maak zijn de vijf bankjes nauwelijks te zien, ze zijn van het lange staan op dezelfde plek verkleurd tot dezelfde kleur als hun omgeving, een onbestemd grijsgroenbruin.

woensdag, januari 03, 2007

Conan Lord

Het is 1945 en de kranten staan bol van het nieuws over de mysterieuze inbraken van Conan Lord. Bestaat hij werkelijk of is het een spook dat komt en gaat in de Londense mist?
Eigenlijk lees ik bijna nooit thrillers en ik kan me zo snel niet herinneren wat de laatste thrillers geweest is die ik las. Dit boek kreeg ik van Sinterklaas omdat ik zo van Franse boeken houd. Het is een onderhoudend verhaal over Conan Lord. De geheimzinnige inbreker is niet een persoon, maar bestaat uit drie. Een door een vreemde ziekte klein gebleven man, Tiny, vijfentwintig jaar maar met het uiterlijk van een jongetje van twaalf, een dompteuse, Peggy, en een levende kanonskogel, Seth. Enige overlevenden van een in de blitzkrieg kapotgebombardeerd circus houden zij zichzelf in leven middels inbraken.
Het is zoals ik zei een onderhoudend, maar tegelijk bijzonder onwaarschijnlijk verhaal. Van een geheimzinnige mister Smith krijgt Conan Lord de opdracht een schilderij te vernietigen. Niet al te moeilijk want het schilderij vernietigt zichzelf bij daglicht, dan wordt alle wit op het papier zwart. Het bevindt zich echter in het Shelton House, waar enige tijd geleden de Coupeur des Tètes een reeks vrouwen heeft vermoord. De geheime identiteit van de moordenaar is door de Japanse tuinman als een puzzel in het schilderij verborgen.
Te ingewikkeld om na te vertellen is het met zijn onverwachte wendingen een echt stukje treinliteratuur, snel te lezen en daarna weer gemakkelijk te vergeten.

Het boek Conan Lord, Carnets secrets d'un cambrioleur, heeft in 1995 een Franse prijs gekregen, le Masque de l'Année

dinsdag, januari 02, 2007

Versje

"Wil je een versje zingen?" vraagt de oom van mijn vrouw. Hoe kan ik weigeren? We zijn op zijn veertigjarig bruiloftsfeest in Drenthe. De hele avond al speelt een man met een grote spierwitte Ted-de-Braak-snor op een wonderorgel Hollandse liedjes. Drentse liedjes, het kabouter-Plop-lied, liedjes van Jantje Smit en van Vader Abraham. Niet bepaald mijn repertoire. Maar ik wil het proberen. Op ieder feest heb ik wel iets gezongen en ik heb zelfs fans in de familie. Al eerder op de avond heeft een andere oom in andere bewoordingen hetzelfde gevraagd. De feestzaal is behoorlijk gevuld en iedereen heeft het naar zijn zin. We worden om acht uur ontvangen met koffie en gebak en als straks om twaalf uur de eindronde met koffie en broodjes komt is het feest afgelopen.
Ik ga overleggen met de muzikant en we komen uit op het nummer Bring it on home van de Animals dat ik beter ken in de versie van John Lennon van zijn album Rock & Roll. Ik moet van tijd tot tijd even spieken op zijn blaadje met de tekst maar verder gaat het me goed af. Op de een of andere manier voel ik me hier in de provincie toch thuis. De provincie waar de ouderwetse blues nog leeft. Ik heb de provincie achter me gelaten om te vertrekken naar het westen en daar een nieuw leven gevonden, hier liggen mijn wortels. Niet echt in de zandgrond van Drente, maar in de klei van Groningen waar ik naar op weg ben.

Terug uit Groningen

Ik ben terug. Terug uit Groningen. Een Gelukkig Nieuwjaar gewenst aan alle lezers van dit blog.