zaterdag, maart 31, 2007

Wachten

Ik maak me ongerust. Ik heb een dag gewacht en nog niets gehoord over de Kuifje-musical. Ik vrees dat ik slachtoffer ben van een grap. Heeft iemand een Belgisch accent nagedaan en mij genept? Ik kijk in mijn telefoon. Nee, het (Belgische) nummer van de man die me gebeld heeft is hetzelfde als van de man die me 's middags belde om te zeggen dat ik om half zeven paraat moest zijn bij de artiesteningang van het theater. Ik spreek zijn telefoon in. Hij heet Jan-Pieter, het is dezelfde stem. Ik wacht nog een dag. Nog steeds geen email. Ik twijfel of ik de journaliste moet emailen, maar zij blijkt al vertrokken op vakantie. Ik stuur een sms. Of de man mij wil bellen. Geen antwoord. Ik maak me ongerust. Terwijl het me eerst niet uitmaakte of ik wel of niet zou meedoen, nu ik ben uitverkoren wil ik het extra graag. Ik snap mezelf niet.
Maar na twee dagen is daar dan eindelijk de verlossende email. Van de dame die zo charmant naar me glimlachte toen ik zei dat ik niet van musicals houd.
(Wordt vervolgd)

Ratten

Achtergebleven resten trekken ratten aan. In een grote stad laten de bewoners overal resten achter van hun verblijf. Maar ook de ratten zelf worden soms achtergebleven resten. Ik tref op het fietspad een dode rat aan waar de ingewanden half uithangen en verspreid liggen op het plaveisel. Op de een of andere manier word ik aangetrokken door het schouwspel en draai ik me om op mijn fiets, stap af en maak een foto. Als ik dat gedaan heb kijk ik naar rechts en zie een man in een glimmend zwart leren jekker de inhoud van een achtergebleven pakje shag inspecteren. Als dat leeg blijkt te zijn gooit hij het opzij en loopt verder. Een glimmend zwarte rat die net als zijn dierlijke soortgenoot leeft van de achtergebleven resten van de stadsbewoners.

donderdag, maart 29, 2007

Uitverkoren

Tot mijn grote verbazing word ik vanavond gebeld door dezelfde Belgische meneer die mij dinsdagmiddag belde. Hij heeft goed nieuws voor mij. Ik ben uitverkoren om als professor en figurant mee te spelen in de Kuifje-musical. Ik weet niet of ik er blij mee moet zijn. Op de achtergrond zit mijn oudste dochter hard te lachen als ik het nieuws tot me neem. Mijn jongste dochter roept onmiddellijk dat ze het cool vindt. Mijn vrouw reageert niet bepaald enthousiast. Hoeveel tijd me dat niet gaat kosten, of de kinderen niet te vaak alleen thuis zullen zijn. Ze ziet het somber in en meer obstakels dan voordelen. Zelf weet ik nog niet hoe ik alles in moet plannen, tegelijk heb ik nog geen enkel idee van de hoeveelheid tijd die het me gaat kosten. Haar gebrek aan enthousiasme irriteert me. Toch vraagt ze me om na te spelen wat ik gezegd en gedaan heb tijdens de auditie die geen auditie was. De periode waarin de musical gespeeld wordt heb ik het in ieder geval niet druk. Allebei mijn voorstellingen zijn dan gespeeld en ook op mijn werk breekt eind mei een rustige periode aan.
(Wordt nu zeer zeker vervolgd)

woensdag, maart 28, 2007

Auditie?

De mevrouw achter het loket tuurt door haar rode leesbril naar de lijst. De lijst is niet alfabetisch. Mijn naam kan ze niet vinden, net zo min als die van de man die voor me is gekomen. Toch mogen we mee met de andere twee mannen die wel op de lijst staan. Ze drukt op een knop en de deur gaat open. Ik loop voorop naar de lift en druk in de lift op de knop voor de vierde verdieping, de artiestenfoyer. Daar staat een vrolijke mevrouw die zich voorstelt als Suzan. Zij zoekt op eenzelfde lijst als die van de mevrouw met de rode leesbril in de portiersloge beneden. Ze vraagt ons naar het emailadres waar we ons hebben aangemeld. De gedrongen man met baard en bril die voor mij kwam kan ze opnieuw niet vinden. Maar als ik mijn naam noem gaat er een lichtje bij haar branden en vindt ze ze toch nog allebei. Ik vraag of ik even naar het toilet mag en als ik terugkom mogen we haar volgen.

Opnieuw naar de lift. Nu gaan we nog een etage omhoog, naar de vijfde. We zijn nu met zijn zessen, er zijn twee mannen bijgekomen. De twee oude mannetjes, een man met grote zwarte bakkebaarden en een paardestaart, een andere forse man met een Kuifje-polo aan, de gedrongen man en ik. Als we de lift uitkomen worden we weer opgewacht door een vrolijke jongedame. Zij leidt ons een kamer binnen met roodgeschilderde muren. Achter een grijs tafeltje zitten een man en een vrouw, er naast zit nog een vrouw en iets op de achtergrond een derde vrouw met een opschrijfboekje. De eerste twee worden voorgesteld als lid van de artistieke leiding en de produktieleiding van de Kuifje-musical, de derde als publiciteitsmedewerker en de laatste is een journaliste. Ons wordt gevraagd of we op een rij willen gaan staan. Als een soort usual-suspects staan we op een rechte lijn voor het tafeltje. De man van de artistieke leiding neemt in het Vlaams het woord. Ik herken zijn stem. Hij heeft mij vanmiddag gebeld om de tijd mee te delen hoe laat ik hier moest zijn. Voor de Kuifje-musical worden vier figuranten gezocht, vier professoren. Wij zijn de kandidaten en moeten iets vertellen over wie wij zijn en over onze toneelervaring.

Eén van de twee oude mannetjes begint. Hij komt uit Spijkenisse en heeft geen enkele toneelervaring. De tweede man, met de bakkebaarden en paardenstaart, is leraar en grote fan van Kuifje. De derde man is samen met de eerste man en komt eveneens uit Spijkenisse. "Ik ben door iemand opgegeven" vertelt hij. "Weet u wel waarvoor? Toch niet voor Tarzan?" vraagt de dame van de productie. De vierde man is een echte Kuifje-fan en met name van het boek Kuifje en de Zonnetempel waarop de musical is gebaseerd. Niet voor niets heeft hij een Kuifje-polo aan. Hij is een ervaren amateurtoneelspeler. De gedrongen man met bril en baard is een radiojournalist. Ook hij speelt toneel en regisseert nog bovendien. Hij heeft zich overduidelijk aangemeld om er in zijn radioprogramma meer mee te doen. Hij vertelt enthousiast en de mevrouw van de publiciteit wil zijn visitekaartje. Als laatste ben ik aan de beurt. "Ik ben Fedde Spoel, ik heb jarenlang amateurtheater gespeeld en nu ben ik al jarenlang amateurtheaterregisseur", vertel ik, "ik houd erg van Kuifje en houd niet van musicals." Deze opmerking tovert een charmante glimlach op het gezicht van de dame van de productie. Ze heeft donker haar en ogen als twee zwarte horizontale strepen. "En ik wilde wel eens achter de schermen van een musical kijken."

Als ik denk dat het gaat beginnen staan we al weer buiten. We hoeven verder niets te doen. Er zijn is voldoende. U hoort nog van ons. Wel heb ik een vrijkaartje voor de musical. Daar was het me in eerste instantie om te doen. (Wordt misschien vervolgd, maar waarschijnlijk niet.)

maandag, maart 26, 2007

Broers

Gisteren vierde mijn broer Wasco zijn vijftigste verjaardag. Daar werd deze foto gemaakt, drie broers op een bank. V.l.n.r.: Wasco (Henk), Arie en ik (Fedde).

De eerste liefde is altijd de laatste

... is de titel van een verhalenbundel van Tahar Ben Jelloun, een Marokkaanse schrijver die al jaren in Parijs woont. Het is een bundeling verhalen over de liefde die in een periode van meer dan twintig jaar geschreven zijn. Het oudste is voor het eerst verschenen in 1973, de nieuwste verhalen zijn in 1995 voor het eerst in deze bundel verschenen. Dat maakt dat ze heel wisselend zijn van stijl en van sfeer, maar ze laten daarmee alle verschillende vormen van liefde zien. Bijna een staalkaart van alle soorten liefden en als tegenklank komt ook de haat aan het woord. Het eerste verhaal (Waanzinnige liefde) is bijna Guy de Maupassant-achtig in opbouw, met een prachtige eerste zin: Dit verhaal is fictie. Een zin die je tijdens het lezen onmiddellijk vergeet, zo word je meegesleept door het verhaal over een zangeres die zo mooi kan zingen als Oum Kalthoum. Het titelverhaal daarentegen is bijna poëzie en enigszins Beckett-achtig. Van haar lichaam ken ik alleen haar stem. Sommige verhalen zijn ultrakort zoals de twee schetsen van Marokkanen die net in Parijs zijn aangekomen, de één als student (De landgenoot), de ander als gastarbeider (Gapende jurken). Mooie sfeertekeningen van de belevingswereld van twee ontheemden, alleen en ver van huis.
Enige minpunt vind ik de volgorde. Helemaal aan het einde komen anderssoortige vormen van liefde voor als vriendschap, medelevendheid, haat, homoseksualiteit en polygamie. Daardoor lijkt het alsof die andere vormen aan het einde ook nog even behandeld moesten worden. Eerst de gewone heteroseksuele liefde tussen man en vrouw en tenslotte nog even de afwijkende vormen. Terwijl de verhalen niet in de volgorde in druk zijn verschenen en hoogstwaarschijnlijk niet in de volgorde zijn geschreven. Dat vind ik een nadeel, evenals het lelijke kitscherige omslag van een vrouw met een roos. Dat omslag doet de veelzijdigheid van het boek geen recht. Daarom hierbij het Franse omslag met de Franse titel die natuurlijk ook veel mooier klinkt: Le premier amour est toujours le dernier.

vrijdag, maart 23, 2007

Sachertorte

Morgen is mijn jongste dochter jarig en ik sta een dag in de keuken. Ik bak een appelcake naar een recept dat ik vorige week zaterdag voor het eerst gemaakt heb en die goed in de smaak viel, ik bereid een lasagne voor (lasagna verdi met kip en ham), en ik maak een variatie op een sachertorte. Ik weet dat mijn jongste dochter erg van chocoladetaarten houdt en meer dan drie jaar geleden maakte ze voor mij een kinderversie van de sachertorte, één van de moeilijkste recepten uit haar kinderkookboek, op tienjarige leeftijd. In ruil maakte ik in 2004, op haar elfde verjaardag dezelfde taart voor haar. Nu wordt ze veertien. Ik maak een taart met pure zwarte chocolade in plaats van een melktandjes-versie.
Ik heb de echte sachertorte nooit geproefd zoals hij in Wenen in Hotel Sacher wordt geserveerd. Wel voor de deur van het hotel gestaan, maar te chic te duur. Er is veel te doen geweest over de plaats van het laagje abrikozenjam. Bovenop onder het glazuur, of middenin de cake. Volgens het recept dat ik volg, uit Bakken in Europa, moet de taart gehalveerd worden en gevuld worden met jam. Volgens het recept dat ik vroeger gebruikte toen ik nog geen kinderen had moet de jam bovenop, direct onder het glazuur ("Nee, niet er mee vullen, dat is juist niet 'ècht'!" benadrukt de schrijfster Heleen A.M. Halverhout in haar Het Internationaal Kookboekje). Wikipedia, waar de foto bij dit stukje vandaan komt, sluit zich aan bij Bakken in Europa, en als je de foto goed bekijkt zie je dat in de taart op het servetje van Hotel Sacher de laag jam in het midden zit. Maar zelfs dat zegt nog niet alles. Want Demel, de concurrerende bakker zegt dat hij het originele recept heeft gekregen van Eduard Sacher die toen hij de taart uitvond voor genoemde Demel werkte. Een rechtzaak moest uitkomst brengen en die is gewonnen door Hotel Sacher. Maar of daarmee het originele recept ook heeft gewonnen is maar de vraag. Tenslotte worden er in het geheime recept drie soorten chocolade gebruikt. Dat alles doe ik niet. Sterker nog: ik vervang de abrikozenjam door bosvruchten! Niet omdat dat lekkerder is of omdat ik dat vind, maar omdat er geen abrikozenjam in huis is.

woensdag, maart 21, 2007

Openingszinnen

"Noem me Ismaël" is de openingszin van Moby Dick van Herman Melville. Het vernieuwde blad Hollands Diep opent met een hele pagina openingszinnen uit de wereldliteratuur. Deze korte en mysterieuze openingszin is een van mijn lievelingen. Hoe heet Ismael werkelijk? Waarom vertelt hij ons niet zijn ware naam? De kortste zin op de pagina is "Ik zweeg" uit Lieve Jongens van Gerard Reve, de lieveling van de hoofdredacteur van het nieuwe blad met de oude naam. De langste is de openingszin van The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Het zijn in totaal 56 zinnen die de redactie heeft geselecteerd. Van de boeken waar ze uit afkomstig zijn heb ik er iets minder dan de helft gelezen (26) en sommige zinnen was ik totaal vergeten, waaronder de prachtige regel: "Mijn vader handelde in postzegels, in ieder geval dat dachten mijn moeder en ik", de openingszin van het debuut van Arnon Grunberg, Blauwe Maandagen, een zin die eenzelfde soort mysterie in zich herbergt als "Noem me Ismaël".

Van andere zinnen ken ik niet de letterlijke tekst, maar wel de strekking, zoals de eerste zinnen van Anna Karenina (Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze) en van Lady Chatterley's Lover (Onze eeuw is in essentie tragisch, dus weigeren we hem tragisch op te vatten). Het prachtige boek Le Grand Méaulnes heeft een tamelijk onopvallende openingszin: "Hij kwam bij ons op een zondag in 189..." Een prachtig boek heeft dus niet echt een prachtige openingszin nodig, zoals een alleenstaand man in het bezit van een flink vermogen een vrouw nodig heeft. Dat blijkt maar uit het feit dat ik er diverse vergeten ben. Nog twee tot besluit: "Het was een heldere koude dag in april, en de klokken sloegen dertien" uit 1984 van George Orwell en "Heel lang ben ik vroeg naar bed gegaan" uit Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust. Dan vergeet ik nog de geweldige openingszin van het mooiste boek van Jane Austen, Pride and Prejudice, die moeten iedereen zelf maar opzoeken.

dinsdag, maart 20, 2007

Blokhoofd # 15

De data van de voorstellingen naderen snel. We spreken nog een extra repetitie af. Aan het stuk wordt nog hard geschaafd en er moet nog een scène bij. Het liefst een fysiek spel met het hele publiek. Het lijkt er op dat de locatie, de superkubus, één van de twee aan elkaar geschakelde serie van vijf kubussen, eindelijk gaat lukken. We zijn tijdens de repetitie allemaal een beetje slaperig. Ligt het aan de ruimte of zijn we allemaal moe? We repeteren nu op de negende verdieping van Humanitas omdat onze vaste repetitieruimte twee weken geleden ineens was veranderd in de rookruimte. In een soort van huiskamer met tafels met witte kleedjes en een operatietafel achterin. Ook hebben we dringend behoefte aan publiek om op te oefenen. Ik hoop dat dit de laatste repetitie bij Humanitas was en we volgende week kunnen verhuizen naar de definitieve locatie. Als dat het geval is ga ik gelijk proefpubliek uitnodigen.

zondag, maart 18, 2007

Emma

Emma is eigenwijs, ze schat iedere situatie verkeerd in, ze wijst haar vriendin de verkeerde richting op op het pad naar de ware, zelf ziet ze haar eigen geliefde niet als die voor haar neus staat, en toch is ze de geweldige hoofdpersoon van het boek van Jane Austen. Op de BBC is een verfilming te zien uit 1996 met in de hoofdrol Gwyneth Paltrow als de titelheldin. Tegelijkertijd lees ik in het uit de as herrezen cultuurtijdschrijft Hollands Diep dat haar seksleven drastisch is verbeterd door het laten verwijderen van haar schaamhaar door een zestal Braziliaanse schoonheidspecialistes. Moeilijk voorstelbaar bij een heldin in een keurige en kuise Jane Austen-verfilming. De kus met haar geliefde aan het einde van de film vond ik eigenlijk al te ver gaan. Een handkus was aannemelijker geweest na al het voorafgaande. Een heerlijke luchtige komedie, maar ik prefereer de verfilming met Alicia Silverstone. Sterk gemoderniseerd door regisseur Amy Heckerling speelt die in het Amerika van de nineties onder de titel Clueless. Dat is precies wat Emma het hele verhaal lang is: het spoor volkomen bijster.

Overspel

BinnenwegpleinOp het Binnenwegplein voor de boekhandel staat een man met een schildersezel. Met zijn kwast maakt hij met gele verf rijen vakjes op een groot wit doek. Dan maakt hij met zwarte verf van diezelfde vakjes letters. "Moord", "Overspel", "Liegen", lees ik. Ernaast schildert hij met rood een hart en daarin in groene letters het woord : "Zonde". Ik sta voor de boekhandel te telefoneren en kijk toe. De man heeft een gelukzalige uitdrukking op zijn gezicht. Hij praat met de mensen om hem heen maar ik kan hem niet verstaan. Waarschijnlijk gaat het over de blijde boodschap van de Here Jezus die gestorven is voor onze zonden.

Ik denk na over de zonden op zijn doek. "Moord", dat vind ik wel een zonde. Ik kan me geen redenen voorstellen om een moord te rechtvaardigen. Waarom zou je een ander het leven willen ontnemen? Ik ben er zeker van dat ik niet de enige ben die er zo over denkt, toch zijn er ook mensen die er niet voor terugdeinzen een ander het leven te ontnemen voor een naar huns inziens goede zaak. Mohammed B., Volker van der G.

"Liegen" vind ik eigenlijk helemaal geen zonde. In het verhaal De Muur van Jean-Paul Sartre wordt een man ondervraagd. Als hij liegt zal hij worden vermoord. Neergeschoten tegen de muur uit de titel van het verhaal. Hij moet de plaats waar de leider van de verzetsgroep verborgen zit verraden. Als hij dat doet dan wordt zijn leven gespaard. Hij liegt om een ander te beschermen. Dat lijkt me geen zonde. Zo zijn er vele leugens om bestwil. "White lies", is de mooie benaming in het Engels.

Dan is er "Overspel". Die zit er tussenin. Op het bord met het rijtje zonden van de Man met de Blijde Boodschap, in mijn optiek. Ik wend me af en loop naar de twee jongens in rode jacks die het NRC Handelsblad uitdelen. Die hebben ook een blijde boodschap. Als ik zijn verhaal een minuut lang aanhoor dan krijg ik van hem de krant van zaterdag. Ik luister en loop na hem bedankt te hebben weg met de krant. Naar de kelder van de boekhandel om een boek te kopen, voor mijn dochter die over een week jarig is.

vrijdag, maart 16, 2007

Een ander land

Ik was een jaar of acht of tien toen mijn vader het boek Een Ander Land van James Baldwin aan het lezen was. Een dik rood boek met daarop de afbeelding van een geopende hand. Zoals de meeste boeken van uitgeverij Bruna met een omslag van Dick Bruna. Ik was een kind en had geen flauw idee waar dit boek waar mijn vader mijns inziens langdurig in zat te lezen, over ging. Nu is er een voorstelling van Bonheur gebaseerd op het boek. Op hun flyer eveneens een geopende hand, ditmaal op een witte achtergrond. Het verhaal gaat over acceptatie, van homoseksualiteit, van negers, van de ander. Iedereen in het verhaal bevindt zich symbolisch in een ander land, omringd door onbekenden, door vijanden. Het verhaal draait om Rufus, een muzikant die zelfmoord heeft gepleegd. Zijn vrienden of would-be-vrienden zijn benieuwd naar het waarom en naar de schuldvraag.
De voorstelling is mooi vormgegeven en doet me enige ideeën aan de hand voor mijn eigen voorstelling Blankenberge. Boven de hoofden van de spelers hangen grote doeken of lappen waarop beelden van Manhattan worden geprojecteerd. De spelers zitten op verschillende soorten stoelen en helemaal links staat een groot bed. Het licht is veelal laag, in intensiteit en in positie, en kleurrijk.
Er wordt mooi gespeeld door jonge spelers, in het begin vraag ik me even af waarom Rufus niet door een neger gespeeld wordt, maar op den duur wordt die vraag onbelangrijk. De pijn van het zwart en homoseksueel zijn wordt voldoende duidelijk verbeeld. Een intense en spannende voorstelling, alleen aan het eind iets te lang. "Wat een zootje," denk ik aan het eind als alweer twee anderen overspel plegen met twee anderen. Door de lengte krijg je er op een gegeven moment genoeg van. Maar de blonde vrouw die Cass speelt is fantastisch. Wat een timing. Ze heeft de minst dankbare rol, die van een burgertrutje, maar weet daar een geweldige rol van te maken. Genieten!

donderdag, maart 15, 2007

Vrij

Vandaag ben ik een dagje vrij. Omdat ik het vorig weekend het hele weekend doorgewerkt heb, heb ik behoefte aan even rust. Ik lees in bed twee albums van Kuifje, de twee albums waarop de musical is gebaseerd, De Zeven Kristallen Bollen en De Zonnetempel. De oudste dochter is ziek en hangt net als ik een beetje rond. Ik zet een nieuw voorspatbord op haar fiets zodat ze weer ongestraft door plassen kan rijden. Ik doe boodschappen bij de supermarkt en maak een praatje met de buurvrouw. Haar even oude dochter schijnt ziek te zijn maar zag ik net daarvoor op straat op de fiets, lezend in een tijdschrift, een glossy damesblad met fluorroze letters. Deed me aan mezelf denken op die leeftijd. Ook altijd iets te lezen, zelfs op de fiets. Op een keer reed ik al lezend tegen een stilstaande auto aan. Boze bestuurder wilde weten wie ik was. Het enige wat ik had om me te legitimeren was een CJP. Hij schreef mijn naam op. Ik durfde het thuis niet te vertellen, bang voor de gevolgen. Nooit meer iets van gehoord.
Als ik uit de supermarkt kom spat er vlak voor mijn voeten een ballon gevuld met water uiteen. Die komt van boven dus ik ga op jacht. Ik heb de tijd. Op het terras aangekomen is er niemand te zien, maar als ik terugfiets zie ik juist een stel kinderen aan komen lopen met ballonnen gevuld met water. Ze gaan op de vlucht en ik volg ze tot aan de huisdeur. Ik glimlach. Ik keer me om en wacht nog even om de hoek van een muurtje. Om ze nog een keer te laten schrikken. Maar het duurt me te lang en ik fiets naar huis.
Ik heb een NRC.next gekocht en ga op het terras zitten lezen, maar ondertussen is het bewolkt geworden en wordt het me te koud. Als ik binnenzit vliegt een stuk hout tegen de serredeur. Ik kom buiten en er is als altijd niemand te zien. Waarom doen jongeren zoiets, ik vermoed tenminste dat het jongeren zijn. Hebben ze een hekel aan ons of aan de hele wereld? Ik denk aan de wijk Ondiep in Utrecht waar een 54-jarige man de straat opging en werd doodgeschoten door een agent. Ongeveer mijn leeftijd. Het begint met ballonnen, dan worden het stukken hout en dan worden het pistolen. Of toch niet? Meestal niet, gelukkig.

Kuifje

Terwijl Rotterdam vol hangt met posters van Kuifje en de Zonnetempel om de gelijknamige musical aan te kondigen, komt uit Hollywood het nieuws dat Steven Spielberg de filmrechten van Kuifje heeft gekocht. Het wat en hoe is nog niet bekend. Gaat hij tekenfilms maken zoals in de tekenfilm van Kuifje uit 1969? (Ook De Zonnetempel.) Zoals de naam van dit weblog al aangeeft ben ik een grote fan van Kuifje, niet voor niets is onze band vernoemd naar het album Het Gebroken Oor. Niet mijn lievelingsalbum trouwens. Hoog tijd om alle albums weer eens te herlezen om te zien welke dat wel is. Kuifje in Amerika is favoriet omdat het het allereerste album is dat ik ooit las. De Juwelen van Bianca Castafiore is ook al jaren een van mijn favorieten omdat er eigenlijk niets in gebeurt. Dat is eigenlijk geen avontuur van Kuifje, eerder een kamersymfonie rondom Kapitein Haddock. Maar wellicht toch De Sigaren van de Farao of De Blauwe Lotus of het eerste deel van De Zonnetempel, De Zeven Kristallen Bollen. Die naam wilde ik eigenlijk voor onze band Het Gebroken Oor, omdat we met zijn zessen zijn zou een naam met zeven er in spannende vraagtekens oproepen.

dinsdag, maart 13, 2007

Blokhoofd # 14

Dit weekend hebben we uitgebreid gewerkt aan ons stuk, Blokhoofd. Maar nog steeds is de locatie onzeker. Er zijn nu twee opties. De superkubus, onderdeel van het Blaakse Bos en vroeger het thuis van de Laserzone, en Cucosa, in de boogjes onder het station Hofplein. Allebei hebben hun voor- en nadelen. De superkubus is een plek die is opgenomen in het programma Sites and Stories van het architectuurjaar en is een bijzondere locatie waar nog maar weinig mensen geweest zijn. Dat maakt de mensen alleen al nieuwsgierig naar de locatie. Cucosa is als plek, als ruimte zeer geschikt, maar is bij veel mensen al bekend. Er is een galerie en a.s. donderdag houdt Motel Mozaïque er een presentatie. Zelf was ik er ook al eens eerder geweest bij een voorstelling.
Gelukkig is na het weekend het stuk zo goed als af. We hebben keihard gewerkt.

maandag, maart 12, 2007

Tussen de rails

In het blad Rails dat vroeger Tussen de rails heette staat een rubriek waarin mensen contact proberen te leggen met andere mensen die ze in de trein hebben gezien, Hartkloppingen. Een soort van contactadvertenties eigenlijk waarin mensen op zoek gaan naar degene met wie ze eerder oogcontact hebben gehad. De blik heeft iets losgemaakt bij de ontvanger dat herbeleefd moet worden, misschien de belofte is van meer. Te verlegen om de ander aan te spreken laat de ene kijker de andere gaan en krijgt vervolgens spijt.

Ik zit in de trein van Bergen op Zoom naar Rotterdam en flirt ongegeneerd tussen twee stoelen door met een vrouw die recht tegenover me zit. Zij flirt even ongegeneerd terug naar mij. We kijken elkaar aan, glimlachen naar elkaar en wisselen geen woord. Ze heeft roodgeverfd haar en doet me denken aan Annabella, de zangeres van Bowwowwow. Ik werp soms even een blik in mijn boek, Lettres à Madeleine, een brievenboek over een liefde die ontstaat in een trein, maar ben te moe om te lezen, zeker in het Frans, heb geen zin om naar muziek te luisteren en vul mijn reistijd met flirten. Zij kijkt van tijd tot tijd in haar boekennummer van HP/De Tijd en wisselt enkele woorden met de twee vrouwen tegenover haar die ik niet kan zien, ze zitten in de stoelen waarvan ik alleen de rugleuning zie. In Dordrecht verlaat ze de trein om naar huis te fietsen, tenminste dat is wat ze zegt tegen haar twee reisgenotes die in de trein achterblijven. Op het perron zwaait ze nog even en verdwijnt in de nacht. Haar reisgenotes blijven net als ik tot in Rotterdam zitten en stappen gelijk met mij uit.

In tegenstelling tot diegenen die een advertentie in Rails zetten, is het voor mij zo afgelopen. Ik heb genoten en dat was dat. Ik stap in Rotterdam op de tram naar huis, op weg naar vrouw en kinderen. Mijn avontuurtje is afgelopen.

donderdag, maart 08, 2007

Verstrooid

Een man wordt een dag ouder en begint dingen te vergeten. Mijn moeder vond me op mijn tiende al een verstrooide professor maar de aftakeling neemt hand over hand toe.

Ik was bij de eerste bijeenkomst van de English Theatre Group die ik heb opgericht. Omdat er een aantal personen niet was komen opdagen ging ik nadat ze begonnen waren op mijn kantoor kijken of er nog afmeldingen waren in mijn emailbox. Op het moment dat ik weg wilde gaan miste ik de headset, behorend bij mijn mobiele telefoon. Ik ging terug naar de ruimte waar de theatergroep nog bezig was. Ik was er bijna zeker van dat ik de headset en het keycord in de zakken van mijn leren jekker had gestopt bij aanvang van de bijeenkomst. Maar de headset was nergens te vinden ondanks de inspanningen van alle deelnemers om me te helpen zoeken. Ik liep naar mijn fiets in de fietsenstalling, buiten was het alweer begonnen te regenen. Ik haalde mijn regenpak uit mijn tas en miste nu opeens mijn script. De tekst van Blankenberge, het stuk dat ik met KRT aan het repeteren ben en waar ik naar toe moest. Waar was de tekst? Terug naar de zeventiende verdieping. Op het bureau van mijn collega lag het script. Wat deed dat daar? Was er iemand binnen geweest in mijn kantoor tijdens de korte periode dat ik even naar het toilet was die in mijn zakken en in mijn tas had gesnuffeld? Ik kon me met geen mogelijkheid herinneren waarom ik het script uit mijn tas had gehaald. Ik belde één van de spelers om te vertellen dat ik later kwam en sprong alsnog op de fiets. Zonder headset en zonder muziek. Bij de toneelgroep aangekomen deed ik mijn verhaal, ervan overtuigd dat er toch een schurk in mijn kantoor geweest moest zijn.

De volgende ochtend zit ik met mijn vrouw aan de ontbijttafel en herhaal het verhaal. Ik vertel haar dat ik mijn spullen volgens mij in mijn zakken heb gedaan en maak het gebaar van handen in mijn zakken steken. Ik draag hetzelfde vest als de avond ervoor. Op het moment dat ik de handeling demonstreer en mijn handen in mijn zakken steek voel ik zowel headset als keycord.

woensdag, maart 07, 2007

Blokhoofd # 13

NARISK speelt BLOKHOOFD
18 - 22 april 2007
op een geheime locatie

De eerstvolgende voorstelling van toneelgroep NARISK!

BLOKHOOFD gaat over een groep stadsgenoten die tijdens een terroristische aanval onderduikt, en gedurende 14 dagen op elkaars lip zit. Stel je voor...

Met 40 man op 35 vierkante meter. De enige vorm van luxe bestaat uit twee pallets over datum zijnde blikjes Euroshopper-bier --- en zes biologische groente-pakketten.
Een zwangere vrouw.
Een regelpot.
Een opgefokte ex-Joegoslaaf.
Een Bagwan-adept.
Een huppelkut.
Al snel valt de schil van beschaving van deze weinig benijdenswaardige figuren af.
Waanzin, wanhoop, honger, sadisme en hypocrisie strijden om voorrang.

De strijd is begonnen.
De strijd om de functie van... BLOKHOOFD


Gefundenes fressen voor liefhebbers van treurbuis-toppers als Gouden Kooi, Temptation Island en Boer zoekt Vrouw.

Mondialisering en angst
Het actuele thema waar we op aansluiten, is de angst voor globalisering. Of eigenlijk: de angst voor, reacties op, en mogelijke gevolgen van globalisering. Kijk naar het journaal of lees de krant, en het lijkt of de Westerse wereld volledig geregeerd wordt door angst voor een veranderende wereldorde. Religieuze fanatici, smeltende ijskappen, almachtige multinationals, botsende beschavingen, uitstervende diersoorten, falende politici…: de nieuwsberichten zijn weinig geruststellend. Kleine zekerheden lijken het enige waar de mens op terug kan vallen. Men wendt zich af van zaken waar men de regie over verloren is, en wijdt zich in kleine kring aan het zich wentelen in kleine zekerheden: een eigen hyves-profiel, het gezin, een idool, het werk, de feestdagen, een soap-serie, het geloof, of een huisdier. Kortom: In dit tijdsgewricht van grote mondiale veranderingen, neigen mensen ertoe in hun schulp te kruipen.

Presentatie en illusie
De schuilkelder is in onze improvaties een laboratorium voor machtsverhoudingen. Het frappante is, en dat sluit ook weer aan bij de actualiteit, dat we dergelijke laboratoria eigenlijk heel goed kennen, maar dan van tv. In de vorm van reallife soaps (Big Brother, de Gouden Kooi, Boer zoekt vrouw, Temptation Island, etc.) wordt ons elke dag voorgeschoteld hoe mensen zich gedragen tijdens een gedwongen samenzijn. Mede door dit soort programma's zijn mensen in onze samenleving zich steeds meer bewust van hun presentatie. Een interessante vraag is echter, hoe natuurlijk deze situaties daadwerkelijk zijn. Met andere woorden: Hoe gedragen mensen zich als hun leven er echt van af hangt? Stel je voor dat je daadwerkelijk betrokken raakt bij een terroristische aanslag of een chemische ramp, waar blijf je dan met je ouder- en nieuwerwetse burgermans-bezigheden? Wat gebeurt er in zo'n geval met het maatschappelijk leven? Zal de beschaving als een zeepbel uit elkaar spatten, met massa-hysterie tot gevolg? Of komen mensen dan ineens tot hun positieven, en zal er een nieuw soort solidariteit ontstaan? Of zullen er dan toch mensen zijn die stug blijven vasthouden aan hun kleine princiepjes? Hoe dik is de schil van de beschaving?
Deze hypothetische maar toch actuele kwestie is de diepere filosofische laag die aan het te ontwikkelen stuk ten grondslag ligt.

Over NARISK
NARISK is een kleine vereniging voor amateurtoneel, die in 2001 is opgericht door een aantal jongeren die elkaar kenden van studententoneelvereniging RISK. Na geruime tijd te hebben samengespeeld waren ze de studentenvereniging ontgroeid en besloten ze met z’n vieren onder de naam NARISK verder te gaan. De hechte groep bestaat inmiddels uit 5 personen. NARISK heeft als doelstelling speeldrift van de spelers te conbineren met een artistieke en sociaal-culturele uitdaging, uitmondend in regelmatige projectpresentaties aan een breed publiek.

Meer info:
010-4675283
narisk@planet.nl
http://narisk.hyves.nl/

maandag, maart 05, 2007

Adelaars en engelen

Max is een topjurist als Jessie zelfmoord pleegt door zichzelf door het hoofd te schieten. Hij barricadeert de kamer in zijn huis waar de zelfmoord is geschied en trekt zich terug in zichzelf en in zijn cokeverslaving. 's Nachts belt hij naar een radiozender om zijn verhaal te doen en de presentatrice van het programma komt bij hem op bezoek om zijn complete verhaal op te nemen. Samen met haar keert hij vanuit Leipzig terug naar Wenen waar de hele geschiedenis begon.
Adelaars en engelen is het verhaal van een hypnotiserende zoektocht naar de waarheid achter de zelfmoord van Jessie. Soms rauw en realistisch, op andere momenten psychedlisch en symbolistisch. Drugssmokkel, de Balkanoorlog en moord spelen op de achtergrond een belangrijke rol. Max houdt zich met coke op de been en vaak is niet duidelijk of wat hij vertelt werkelijkheid is of hallucinatie. Erg knap is de afwisseling tussen het verhaal van Max in de verleden tijd en de gebeurtenissen in het heden.
Met dit boek vestigde de jonge Duitse schrijfster in één keer haar naam. Het is een spannend boek dat voor het overgrote deel leest als een trein. Bij de overgang van Leipzig, waar het eerste deel speelt, naar Wenen, waar het tweede deel zich afspeelt, zat mijns inziens een dip, maar dat doet niets af aan het boek. Ook de uiteindelijke 'ontknoping' vond ik niet al te spectaculair en lichtelijk vergezocht, maar al met al een literaire thriller van hoge kwaliteit.

zondag, maart 04, 2007

Holland Dada

Bij het binnentreden van Museum Boymans vraag ik aan één van de twee vrouwen achter de balie waar de tentoonstelling van Kurt Schwitters te zien is. Schwitters is één van mijn helden uit de kunstwereld. Uitvinder van de collage, schrijver van geweldige ultrakorte toneelstukken waarvan ik er zelf twee heb geënsceneerd en dichter van prachtige gedichten zoals Unbekannte Frau. Als de vrouw achter de balie mij heeft uitgelegd waar we zijn moeten voegt ze er aan toe dat als we snel zijn we de Ursonate kunnen zien. De Ursonate! Een magisch woord. Een volkomen onbegrijpelijk klankdicht van Schwitters waarvan ik op de radio wel eens fragmenten heb gehoord. Er is een Nederlandse acteur die de Ursonate uit zijn hoofd kent en er mee optreedt. Ik trek mijn vrouw mee en we rennen door het museum op weg naar de tentoonstelling van Schwitters. Andere prachtige kunstwerken rennen we voorbij, ik zie in het voorbijgaan een René Daniëls, op weg naar de plek waar de Ursonate zal worden uitgevoerd.
Het wordt niet de Ursonate, maar wel de acteur die ik ooit fragmenten heb horen voordragen. Achter een bureautje, verdiept in talrijke papieren, zit Jaap Blonk zijn gedachten te ordenen. Bijna alle bankjes zijn al bezet, maar we kunnen nog een plaatsje vinden. Verder is het zaaltje nog leeg. Dan begint het.
Met heel zijn lichaam, met alle registers van zijn stem, draagt Jaap Blonk een aantal gedichten voor. Draagt voor? Nee, hij is een echte performer, hij wordt wat hij spreekt. Geen taal, geen verstaanbare woorden, maar met enkel klanken opent hij een nieuwe wereld. Lucebert, Schwitters, Van Ostayen, Artaud, de teksten op een groot aantal zakjes voor maandverband. Alles wat hij met zijn stem aanraakt verandert in goud.
Eén van de hoogtepunten van de Museumnacht, dit optreden van Jaap Blonk op de Kurt Schwitters-tentoonstelling in Museum Boymans.

zaterdag, maart 03, 2007

Fedde Let op!

Ik fiets op zondagavond na een etentje met de artistiek leider van Rotjong naar huis langs de Maasboulevard. In mijn ooghoek zie ik links van me langs de weg de tekst "Fedde Let op". Het regent, het is donker en we fietsen snel door. Ik vraag me af of ik goed heb gelezen wat er staat. Maar zaterdagochtend fiets ik terug van de markt en zie nogmaals hetzelfde. Ik stap af en maak foto. Ik denk na. Wat betekent deze mededeling op het verkeersbord. Links staat een fiets, rechts een brommer, er onder twee pijlen. Aan de linkerkant, onder de fiets een pijl naar rechts. Rechts onder de brommer een pijl naar links. Om aan te geven dat fietsers en brommers van beide kanten kunnen komen. Maar wat betekent de tekst? Waar moet Fedde (ik) op letten? Op aanstormende brommers van rechts? Of moet hij (ik) naar links kijken om iets te zien wat hij (ik) als hij (ik) niet goed oplet ga(at) missen? En wat is dat dan wat niet gemist mag worden? Behalve het bord zelf zie ik niets opmerkelijks. Links van me is het Havenziekenhuis, rechts van me de Maas. Het bord bevindt links van de weg op een vrij ongevaarlijke driesprong waar een weg van rechts op het fietspad uitkomt. Op dit fietspad kan in beide richtingen gereden worden, wat ik ook altijd doe als ik heen en weer naar de markt ga. Ik fiets peinzend door. "Lees maar, er staat niet wat er staat."

vrijdag, maart 02, 2007

Elektrische Nachtmerrie

Philip K. Dick
Coparck
The Year of the Robots
Do Androids Dream of Electric Sheep
Blade Runner
Ridley Scott
Rutger Hauer
De Elektrische Nachtmerrie

Het elektrische schaap van Rick Decard, getraind jager op kunstmensen in een haast uitgestorven wereld, vormt voor hem een moordende obsessie...

In Italië

Voor de tweede maal komt onze familie voor in de advertentie van Fiets-Fun uit Peize. Volgens de begeleidende tekst bevinden wij ons op deze foto in Denemarken. In werkelijkheid waren we twee jaar geleden in Italië, op een hoogvlakte boven het Como-meer bij het plaatsje Nesso. V.l.n.r.: Julia, ikzelf in gifgroen overhemd en Denise.

donderdag, maart 01, 2007

Maeterlinck

Klik op het plaatje voor een grotere en scherpere versieIk schreef een paar dagen geleden een paar woorden over Maurice Maeterlinck. Daarbij merkte ik op dat zijn werk al bijna vergeten is, ondanks het feit dat hij in 1911 de Nobelprijs voor literatuur ontving. Maar door Daniel Trust werd ik gewezen op een nieuwe productie bij NTGent over de vergeten auteur. Onder regie van de Zwitserse regisseur Christoph Marthaler wordt daar gewerkt aan een theaterstuk over Maeterlinck. Op de website Wie is Maurice kan iedereen zijn fascinatie met Maeterlinck opschrijven.
Zelf kan ik me vaag herinneren dat ik lang geleden een opvoering heb gezien van Pelléas et Melisande in de schouwburg van Rotterdam, volgens mij bij Fact. Een trage en langdurige opvoering herinner ik me. Ook heb ik ooit eens De Blauwe Vogel gelezen, een theaterstuk dat me niet echt aansprak. Ik was geïnteresseerd in de stukken van Maeterlinck omdat de symbolistische stukken van Ibsen die de laatste aan het einde van zijn leven schreef me aanspraken. Verder was Maeterlinck in zijn tijd een beroemdheid. Zijn werk werd gespeeld tot in Moskou toe door het wereldberoemde Moskous Kunst Theater (MAT). In het boek The pictorial history of the Russian theatre vind ik een aantal schetsen van Viktor Meyerhold voor de stukken De dood van Tintagel en Zuster Béatrice.
Ik ben benieuwd of NTGent een opleving van de belangstelling voor Maeterlinck weet te bewerkstelligen. Eerlijk gezegd betwijfel ik dat. Zijn werk is eerder curieus dan van deze tijd. Maar ik kan me vergissen!