woensdag, juni 27, 2007

Laatste keer Kuifje

Dit wordt mijn allerlaatste bericht over de Kuifje-musical die op zondag 17 juni voor de laatste keer in Rotterdam te zien was. Een foto van vier van de tien professoren in gezelschap van Jelle Cleijmans, die Kuifje speelt. V.l.n.r. prof. Stokroos, prof. Horn, Kuifje, prof. Sanders en prof. Wulp.

EINDE

Kuifje's Corner

Als ik in de pauze van mijn een na laatste voorstelling van Kuifje door het prachtige panoramovenster van de artiestenfoyer naar buiten kijk, waar zich iedere keer opnieuw een prachtig uitzicht voor mijn ogen uitstrekt, zie ik voor het stoplicht een bestelbusje staan met daarop de woorden Kuifje's Corner. Helemaal uit Arnhem komt het busje en ongetwijfeld is de bestuurder, eigenaar van het snacketablissement, speciaal naar Rotterdam gekomen om ons te zien. Tussen de beide voorstellingen, voor mijn allerlaatste optreden, loop ik een rondje over de Wilhelminapier en jawel, op de parkeerplaats van het theater staat het blauwe busje met daarop in gele letters Kuifje's Corner op zijn bestuurder te wachten.

maandag, juni 25, 2007

Hable con ella

Het is jammer dat de mooiste films tijdens de nachtelijkste uren worden uitgezonden. Sinds onze videorecorder niet meer werkt kunnen we niet meer terugvallen op vastleggen en op een gunstiger tijdstip terugkijken. Als gevolg hiervan viel ik ergens aan het begin van Hable con ella half in slaap en miste een stukje en ik had de eerste vijf/tien minuten al gemist. Bij het zwartwitgedeelte waarin een van de twee hoofdpersonen een film naverteld wordt werd ik eindelijk weer klaar wakker. Over mijn slaap heen. En zag het laatste gedeelte van een prachtige film over twee mannen die elkaar leren kennen omdat van allebei een geliefde in coma is geraakt. De ene een danseres, de andere een stierenvechtster (ik wist niet dat ze bestonden, stierenvechtsters). Ze hebben elkaar ontmoet bij een voorstelling van Pina Bausch (dat gedeelte heb ik gemist) en vinden elkaar terug bij hun wederzijde geliefden. De ene is verpleger en is verliefd op de danseres, de ander is journalist en verliefd op de stierenvechtster die hij ontmoet als hij haar moet interviewen voor de krant El Pais. De verpleger raadt hem aan met haar te praten (hable con ella), dat doet hij zelf ook en hijzelf verzint er voor het gemak de antwoorden bij.

Ook erg mooi in de film is het optreden van Caetano Veloso, de Braziliaanse wereldster die tijdens een intiem optreden met een prachtige hoge stem het nummer Paloma zingt.

zondag, juni 24, 2007

Het Verleden

Het Verleden is een van de wonderlijkste en tegelijk meest indrukwekkende boeken die ik in de afgelopen tijd heb gelezen. Met ongeveer vijfhonderdenvijftig pagina's is het een behoorlijk omvangrijk boek. Het gaat over de liefde tussen Rimini en Sofia, die vanaf de middelbare school twaalf jaar lang een relatie hebben en dan besluiten, tamelijk rationeel, om uit elkaar te gaan. Rimini begint voortvarend aan een nieuw leven maar wordt achtervolgd door het verleden in de persoon van Sofia, die hem maar niet loslaat.

Eerst wordt hij verliefd op Vera, een uiterst jaloerse veel jongere vrouw, op de dag dat hij cocaine begint te gebruiken. Op het moment dat hij opnieuw verliefd wordt, op een collegavertaalster, Carmen, kruist Sofia opnieuw zijn pad, Vera krijgt een ongeluk en Rimini belandt in de armen van Carmen, bij wie hij een kind maakt. Tegelijk verliest Rimini zijn taalvermogen door een mysterieuze hersenaandoening. Als Sofia weer zijn pad kruist en er met zijn kind vandoorgaat, verliest Rimini alles. Door zijn vader wordt hij uit de put geholpen en krabbelt hij langzaam weer op om tennisleraar te worden. Hij krijgt een relatie met de veel oudere Nancy, een leerling, en ontdekt in haar toilet een schilderij van Jeremy Riltse, de schilder waarvoor Rimini vroeger samen met Sofia naar Londen is gereisd om daar een tentoonstelling te gaan zien. Dan volgen tachtig pagina's geschiedenis rondom de ontstaansgeschiedenis en de omzwervingen van het schilderij Het Valse Gat, van de fictieve homoseksuele schilder Jeremy Riltse, een karakter dat iets weg heeft van Francis Bacon.

Ik ga niet het hele boek navertellen, maar het is een intrigerend geconstrueerd boek, waar ik eerlijk gezegd niet alles van begrijp en vooral het einde niet, dat ik zeker niet ga verklappen. Het is een boek waarover ik graag met andere lezers zou willen schrijven, misschien dat ik op die manier het boek beter zou kunnen begrijpen. Maar ook zonder het tot in zijn finesses te doorgronden vind ik het een prachtig boek.

Wat me soms bevreemd is de omslagen van boeken. Op de vijfde pagina van dit boek staat duidelijk dat de vrouwelijke hoofdpersoon lichtblond haar heeft dat weerkaatst in de spiegeling van een schilderij, de dame op het omslag heeft donker haar. Op het omslag van de Nederlandse vertaling van het boek Adelaars en Engelen waar ik enige tijd geleden over schreef stond ook al een donkerharige vrouw terwijl het over een blonde vrouw gaat. Eveneens in het eerste hoofdstuk te lezen en misschien zelfs wel op de eerste pagina. Zijn de ontwerpers te lui om even een kort stukje in het boek te lezen om te controleren hoe de hoofdpersonen er uit zien?

vrijdag, juni 22, 2007

Sex in de stad

"Wil jij sex in de stad met mij?" "Natuurlijk", antwoord ik de donkerharige vrouw met kattenogen die me deze vraag stelt. Ze is niet zo opwindend gekleed als op de foto hiernaast maar ziet er aantrekkelijk uit. Later als ik al lang ben vertrokken blijft deze vraag me bij hangen. Wat bedoelde ze? Of is het een zin uit een boekje met spannende openingszinnen. Ze komt me de een of andere wijze bekend voor en later weet ik haar thuis te brengen. Ik heb haar zien spelen in een voorstelling op het eenakterfestival. Ze speelde de moeder in het stuk Melba Toast en was genomineerd als beste actrice voor die rol.

Ik ben op het RVA-smaakmakersdiner, een bijeenkomst voor de verzamelde Rotterdamse amateurtheaterwereld. Met eten dat we zelf moeten klaarmaken, of in ieder geval de ingrdiënten in stukjes snijden, zitten we aan zes lange tafels, doen we een stoelendans en op deze manier ontmoet ik tijdens de avond diverse personen die ik nooit eerder heb ontmoet, maar allemaal aan amateurtheater doen. Het is een groot succes, dit discussiediner. Natuurlijk zijn er teveel afwezigen, maar de aanwezigen maken alles goed.

Veel later op dezelfde avond heb ik een grappige conversatie met een andere vrouw. Een grote vrouw met een geweldige boezem die spreekt met een pittig Fries accent. Ze draagt een koffie-met-melk-kleurig mantelpak en is in alles een opvallende verschijning. Ze leidt de zaaldiscussie en doet dat vrolijk, opgewekt en inventief en goed voorbereid. Ik moet haar vragen om in een stuk van me te spelen, schiet het door mijn hoofd. Ze is in alles theatraal. In haar inleiding heeft ze verteld dat ze ooit eens voor een film heeft liggen rollebollen met Jack Wouterse en het lijkt me dat deze vrouw daarin zeker niet het onderspit zou delven.

"Ik wil dat je een hoofdrol bij me speelt," stel ik haar voor aan het einde van de avond. "In jouw leven?" is haar antwoord. "Nee, dat niet, ik heb al drie vrouwen die een hoofdrol in mijn leven spelen," zeg ik. "Ik kan jou er nog wel bij hebben, hoor!" En ze omarmt me stevig. Even ben ik bang dat ze me zo onder de arm neemt en me mee naar huis neemt. "Ik woon wel in Harlingen," voegt ze er aan toe. "Dan kunnen we elkaar toch een keer per jaar ontmoeten," stel ik voor. Maar ze glimlacht even naar me en neemt afscheid van de organisator van de avond en verdwijnt in de nacht.

donderdag, juni 21, 2007

maandag, juni 18, 2007

Afscheid van Kuifje

Gisteren was de laatste voorstelling van Kuifje. Het is afgelopen. Zelf speelde ik nog in de voorstellingen van zaterdag. De voorstelling van vrijdagavond ging niet door. Brug kapot. De brug is een van de belangrijkste onderdelen van de voorstelling en wordt in gigantisch veel scènes gebruikt. Dus vrijdagavond ben ik onverwacht vrij. Als ik naar buiten loop, de artiestenuitgang uit, zie ik een vader met aan zijn hand een hevig huilend kind. Wat een teleurstelling als je er tijden naar toe hebt geleefd om naar Kuifje te gaan en het gaat niet door.
Tijdens de laatste voorstellingen heeft plotseling iedereen een fotocamera bij zich om toch nog iets vast te leggen van de maand Kuifje. Ik neem nog snel een foto van Kietje in het kostuum waarin ze het medium Jamila speelt, mijn favoriete scène (foto). Mijn laatste voorstelling is niet anders dan de andere. Het is vreemd om een laatste voorstelling te spelen terwijl dat voor de anderen om je heen niet geldt.
Dan is er nog de afterparty na de laatste voorstelling op zondagavond. Er wordt veel gedanst door de leden van het ensemble, de meeste acteurs blijven niet lang, op Miranda van Kralingen na, die nog wel een tijd lang op de dansvloer te zien is. Van Jan Pieter krijg ik een cd van de voorstelling. Even twijfel ik of ik hem moet aannemen, ik denk niet dat ik er ooit nog naar zal luisteren, maar ik weet dat mijn dochter hem erg leuk zal vinden en zeker zal draaien.

De professoren dansen vrolijk mee maar ik wil het niet al te laat maken, de volgende dag is het weer vroeg dag. Ik neem afscheid van mijn verpleegster Ellen die me bijna niet herkent zonder snor en zonder kostuum. Maar als ze weet wie ik ben krijg ik drie dikke zoenen van haar.
Ik zoek An, de productieleidster maar ik kan haar nergens vinden. Dan maar zonder afscheid van haar te nemen naar buiten. Ik loop de artiestenuitgang uit en dan zie ik haar. Op de fiets, op weg naar de parkeerplaats waar iemand op haar staat te wachten. Ze vraagt me of ik in Oostende nog kom kijken. Ik antwoord haar dat ik nog steeds niet van musicals houd en denk van niet. Maar ik heb wel erg genoten van de maand Kuifje-musical. Ik zoen haar en neem afscheid en fiets ook de nacht in.

zaterdag, juni 16, 2007

Cor

Als ik mijn Gazelle aan het fietsenrek vastmaak, komt op hetzelfde moment een andere man aan de andere kant van het rek zijn Gazelle losmaken. Voordat hij dat doet laat hij twee flessen witte wijn, zojuist aangeschaft bij de Plus aan de overkant, in zijn fietstassen glijden. "Dat ga ik ook doen," zeg ik, "als ik zometeeen thuis ben een wit wijntje drinken." De man verstaat me niet echt goed want voor ik het weet ben ik in een gesprek verwikkeld met Cor die, zo blijkt, huismeester is van de Erasmusstaete, een groot gebouw voor dure mensen (zijn woorden). Hij speelde vroeger in De Esch toen het nog een wild terrein was, verlaten door het waterleidingbedrijf en nog niet gereedgemaakt voor bewoning. "Mijn jeugd ligt hier," vertelt hij mij. Het is een aardige en hartelijke man, we nemen afscheid en hij stapt op zijn antieke Gazelle, gekregen van iemand die er niets meer mee deed, en ik loop de Plus binnen om een pakje vanillesuiker te kopen.

vrijdag, juni 15, 2007

Feesthoedje

De vrouw die de tram binnenstapt draagt een feesthoedje. Kleur roze, materiaal vilt. Het uiterlijk bedoelt een verjaardagstaart weer te geven. De vilten kaarsjes hangen er wat verlept bij, maar de vrouw kijkt ondanks het late uur vrolijk lachend rond. Zij is overduidelijk de jarige. Haar zoon en dochter, de zoon lijkt sprekend op haar, de dochter zou ook een schoondochter kunnen zijn, zijn even vrolijk. De bijbehorende man ziet er een beetje bedroefd uit, dat heeft wellicht te maken met de vorm van grijze snor, maar zijn ogen staren daarbij enigszins droevig voor zich uit. Dat is zijn vaste uitdrukking want ik ken de man. Hij is onze achterbuurman.

Hij zit er een beetje verloren bij, alsof hij geen onderdeel is van het verjaardagspartijtje. Een halte voor het eindpunt wordt afscheid genomen van de ouders van de jarige die er overduidelijk wel bij horen. Bij het eindpunt moet iedereen uitstappen. De man pakt de arm van zijn jarige vrouw en geeft haar voorzichtig een kus op de mond. "Gefeliciteerd," hoor ik hem zeggen. Het gebaar vertederd en verwondert me. Het is ongeveer twaalf uur. Is de vrouw nu pas jarig? Of geeft hij haar een laatste kus voordat de verjaardag voorbij is?

Met mijn gitaar aan de hand loop ik een klein stukje achter hen aan. Dan sla ik rechtsaf en loop naar huis. De volgende dag zie ik de man in korte broek en op de fiets zijn tuinhek binnengaan. Ik groet. Hij mij niet. Doet-ie bijna nooit. Het lijkt me een verlegen man. In zichzelf gekeerd. Alsof hij nooit ergens bij hoort.

woensdag, juni 13, 2007

Ziekenzaal

Maar daarmee is het laatste woord over wie-is-wie in het professorenlandschap van Kuifje en de Zeven Kristallen Bollen nog niet gesproken. Want er is ook nog een afbeelding van de ziekenzaal waar alle professoren worden verpleegd. "Zeven patiënten vlakbij de dood, niemand die hen redt" zingen de zeven verpleegsters. Wij liggen dan op een lange rij in de volgorde Bergamot, Horn, Stokroos, Heining, Kwartier, Sanders en Wulp.
Maar wie ligt in welk bed op het plaatje dat Hergé zelf tekende? Vooraan links ligt Kwartier, vooraan rechts liggen Horn (eerste bed) en Bergamot. Daarachter wordt het onduidelijker. Een blonde cameraman is er niet bij, niemand is blond. De man in het derde bed aan de linkerkant lijkt nog het meest op de Sanders uit de Zonnetempel en de man in het midden lijkt nog het meest op Wulp. De twee mannen rechtsachter zijn helaas onherkenbaar. Slechts één ding is duidelijk: ze liggen niet in hetzelfde bed als waarin ze wakker worden. Wat is er intussen gebeurd? Ze liggen op het plaatje juist zo stevig vastgebonden aan hun bed. Beter dan wij vastgebonden liggen in ons bed op veertien meter hoogte in de toneeltoren van het Nieuwe Luxor.

Sanders

In de filmversie heeft Sanders, de leider van de expeditie, een duidelijk gezicht: dit gezicht. Toch is dat een ander gezicht dan hij op de foto van de expeditie heeft (zie mijn eerdere bericht). Daar leunt hij met een geheel andere snor (die van professor Stokroos) trots op de mummie van Raskar-Kapak. In de musicalversie daarentegen lijkt het alsof Bergamot de leider is van de expeditie. Hij loopt voorop, voert het hoogste woord en draait het hoofd van het beeldje om. Maar ondanks dat hij ook in het oorspronkelijke album de belangrijkste rol speelt omdat hij de laatste is die inslaapt, is hij dat niet. De expeditie heet de Sanders-Hardmuth-expeditie naar zijn leider.

Wie is wie in de strip?

In de strip is moeilijker te achterhalen hoe de professoren er uit zien. Professor Wulp, Kwartier, Horn en Bergamot worden aan het begin van De Zeven Kristallen bollen duidelijk in actie afgebeeld. Sanders, Stokroos en cameraman Heining zijn al in een lethargische slaap gevallen voordat Kuifje aan zijn onderzoek begint. Zij komen pas aan het einde van het verhaal in beeld. Heining is duidelijk blond, Stokroos is kaal (dus niet als in de filmversie en in de musicalversie). Op bovenstaande plaatjes alle zeven in de volgorde: Bergamot (baard), Kwartier (snor en sik), Wulp (snor), Sanders (snor), Heining (blond), Stokroos (kaal) en Horn (baard).

Wie is wie?

In de filmversie is duidelijk hoe iedere professor er uitziet. Ik heb het idee dat de kostuumontwerper van de Kuifje-musical deze verdeling heeft aangehouden. Toch zien we er niet hetzelfde uit als op dit plaatje. Professor Sanders, de leider van de expeditie, loopt in de voorstelling bijna achteraan en heeft de gezichtsbeharing als op bovenstaande illustratie, maar het kostuum van professor Wulp aan. Zelf draag ik als professor Stokroos een korte broek, maar zoals in de illustratie te zien is heeft geen van de professoren een korte broek aan.

dinsdag, juni 12, 2007

Afscheid

We nemen afscheid van een collega. Traditie is tegenwoordig dat we dan met de Watertaxi vertrekken naar de locatie voor de lunch. De vorige was in Hotel New York, ditmaal gaan we naar het Wereldmuseum voor een Surinaamse lunch. Onze nu ex-collega is Hindoestaan, komt oorspronkelijk uit Suriname en zijn nieuwe werkplek bevindt zich in het gebouw van het museum. Met onze speeches, cadeaus en lied weten we onze collega tot tranen toe te ontroeren.

Het Wereldmuseum zelf is voor een groot gedeelte kaal en leeg. Verschillende tentoonstellingen zijn al afgebroken en niet vervangen, de Hindi-tentoonstelling hangt over de Tibet-tentoonstelling heen en schijnt hier en daar nog door de doeken heen die de wanden bedekken. Ik bewonder de godin van de muziek met een sitar op haar schoot. De toegang naar de blauwe zalen waar de tentoonstelling Allemaal Rotterdammers te zien was, wordt versperd door een grote houten balk versierd met roodwit band. Alleen de Schatkamers met schatten uit de collectie zijn, naast de Hindi-tentoonstelling, nog toegankelijk. Prachtig houtsnijwerk uit diverse werelddelen, maskers, prauwen, friezen en totempalen. Daar bekijk ik tot slot nog even snel de beeldjes uit Peru (het land van Kuifje en de Zonnetempel) in een klein zaaltje op de bovenste verdieping voor we vertrekken. Dan zoef ik met de ouderwetse lift met dikke grijze stalen deur naar beneden naar de uitgang.

maandag, juni 11, 2007

Onder professoren

Het einde van de serie voorstellingen van Kuifje, de musical nadert. Het valt me op hoe vrolijk de professionele spelers achter de schermen nog steeds zijn. Er worden grapjes gemaakt, er wordt gedanst en gezongen. Het ziet er uit of iedereen ook na de hele reeks voorstellingen, er nog steeds veel plezier in heeft. Het merendeel van de cast is jong, de grote sterren zijn ouder. Tijdens de voorstelling van zondagmiddag hoor ik Henk Poort voor het eerst een tweetal slip-of-the-tongues maken, daarvoor viel me op hoe tekstvast en toonvast hij voortdurend is. Elke keer speelt hij met dezelfde intentie, dezelfde kracht en toch precies identiek aan de vorige keer. Maar ditmaal dus voor het eerst niet.

Maar ook onder de professoren zit de stemming er nog steeds goed in. Er worden minder moppen getapt dan ik had verwacht (waarom eigenlijk?), maar er wordt veel gelachen en er worden wel grappen gemaakt. Nachthemden zijn plotseling verdwenen, er wordt gespot met de eigenschappen van elkaar, er wordt voor de gek gehouden. Al met al is er een leuke sfeer. Het moeilijkste van onze rol is tijdig van het toneel te verdwijnen als Henk Poort het lied "No sè" inzet. Om voor ons onbegrijpelijke redenen moeten wij op dat moment het toneel verlaten. We staan dan met zijn vijven achter de marktkramen op de markt van Peru, tezamen met een vrolijke Amsterdammer die achter het toneel ook een rol vervult als inspiciënt. Iedere keer is er wel een professor die vergeet op het juiste moment af te gaan. Tot grote hilariteit van de anderen en van de Amsterdammer met de paardenstaart. Met wenken en zwaaien worden dan pogingen ondernomen de verstrooide professor tot andere gedachten te brengen.

Illustratie: Magritte-achtig omslag van Onder Professoren van W.F. Hermans

zaterdag, juni 09, 2007

Hollandse nieuwe

"Het is vandaag Vlaggetjesdag," zeg ik tegen mijn dochters. De Oudste had het al op de radio gehoord. "Dus moeten jullie verplicht een haring eten." voeg ik er aan toe. "Ik lust geen haring," zegt de Jongste. "Toch moet het," zegt de Oudste, die zelf bijna geen vis lust, hier een daar een lekkerbekje of een portie kibbeling gaat er wel in. Ik heb op de markt vier haringen gekocht, voor ieder van ons één. Bij een Turkse viskraam. Ziet er uit als een normale Hollandse viskraam, met bij de Hollandse nieuwe de Nederlandse vlag en niet de Turkse. Maar het personeel achter de kraam, vijf man sterk, is volledig Turks. Een rondborstige jongedame, goed in het vlees, fileert handig de haringen. Met een oude Turk met een keppeltje op die voor de kraam staat wordt rap Turks gesproken, maar even makkelijk wordt er op het Turks over en heen en weer geschakeld.

Volgens de berichten zijn de Hollandse Nieuwe net als ieder jaar nog lekkerder, lekker vet, hebben een goede beet. Als dat zo doorgaat moet er toch een moment zijn dat het niet meer lekkerder kan? En in hoeverre is de Hollandse Nieuwe niet helemaal een fabeltje sinds de vissen op zee onmiddellijk worden ingevroren.

De jongedames bij mij thuis doen sportief hun best. De Jongste komt tot viervijfde voor ze de haring weglegt, de Oudste komt tot de helft en heeft nog het meeste last van de miniscule graatjes. Mijn vrouw heeft er eentje helemaal opgegeten. Ik geef de jongedames een complimentje voor hun sportiviteit en vertel hun dat ze volgens chefkok Yolanda van der Jagt ieder jaar opnieuw moeten proberen omdat je smaak verandert. Als je het nooit probeert leer je het nooit.

donderdag, juni 07, 2007

Oude bok

Een viertal oude zwarte mannen staat op het plein voor de bibliotheek van Bospolder/Tussendijken. We moeten een foto maken en kiezen uit acht titels. We zijn op pad tijdens het jaarlijkse bureau-uitje. L. kiest als titel "Een oude bok lust ook nog wel een blaadje groen" en stelt voor om op de foto te gaan met de oude mannen die binnen zitten te klaverjassen. Maar die moeten dan eerst nog naar buiten gelokt worden. Dus om met de vier oude zwarte mannen op de foto te gaan is een stuk makkelijker. Zo gezegd, zo gedaan. We leggen de situatie uit. Dat we op een puzzeltocht zijn, geleidt door een GPS-ontvanger moet we onze weg zoeken door de wijk op zoek naar de plaats waar we te eten krijgen. Of ze met ons op de foto willen. L. belooft de oudste man een zoen als hij het doet. Hij glundert. Hij wil wel. We verzamelen de mannen om ons heen, tussen ons in en de foto wordt gemaakt. L. deelt de beloofde zoenen uit. We kunnen verder.

Onderweg moeten we ook nog eens ons best doen om het spelletje met daarop het logo van ons bedrijf, zo gunstig mogelijk te verhandelen voor een Marokkaans voorwerp via ruilhandel. Dat gaat ons goed af. De eerste ruil is ronduit slecht, we ruilen het voor een dirham, een Marokkaanse munt die ongeveer een dubbeltje waard is. Maar het meisje in de bakkerswinkel is ons gunstiger gezind, ze geeft ons een stuk Marokkaans gebak voor niets. Daarmee doen we een goede ruil bij de Marokkaanse kapper. Hij geeft ons een prachtige parfum- of oliefles en een pakje scheermesjes in ruil voor de dirham en het stuk gebak. Zo komen we er wel.

woensdag, juni 06, 2007

Hoofd

Hoofd van het rotheater, geregisseerd door het alomgeprezen opkomend talent Jetse Batelaan is een bijzondere voorstelling. Vier personen zijn bezoekers in een ziekenhuis, de vijfde persoon is een verpleegkundige. De bedden in het ziekenhuis zijn leeg, de patiënten liggen als een zware last in de vorm van poppen op de ruggen van de bezoekers. De dialogen zijn kaal en karig. "Hoe gaat het met de patiënt?" "De toestand is stabiel." "Heeft hij vandaag gedronken?" "Vanochtend." en veel meer wordt er niet gezegd. Ik moet afwisselend aan de mimevoorstellingen van Carroussel denken die ik lang geleden in de zeventiger jaren zag (door de dingen die gezegd worden zonder woorden) en aan Samuel Beckett (door de kaalslag, het uitgebeende van de taal). Alhoewel de laatste minder met cliché's en meer met herhaling werkte. De voorstelling is kort, ca. een uur, maar dat is voldoende om te zeggen wat hij te zeggen heeft. Voor zover dat in woorden te vatten is. Je moet het zien om het te geloven.

maandag, juni 04, 2007

Bloed

Ik lig te spartelen in mijn bed als professor Stokroos als ik plotseling een hevige pijn voel in mijn voet. Er wordt een spijker in gestoken lijkt het wel. Op mijn cue blijf ik liggen in mijn lethargische slaap maar ik voel een stekende pijn in de bal van mijn rechtervoet. Maar ik durf niet te bewegen, niet te gaan kijken wat er met mijn voet aan de hand is. Mijn verpleegster kan niet gaan kijken, niet uit haar rol vallen.

Voor de voorstelling heb ik zitten bakkeleien met de man die professor Horn speelt en die in zijn nachthemd veel weg heeft van de gekke geleerde uit Kuifje en de Geheimzinnige Ster (illustratie). Ik vond dat we van bed moesten ruilen nadat ik een keer gespeeld had met de andere figurant die dezelfde rol speelt. Volgens mij ligt professor Stokroos in bed drie en niet in bed twee. Dat betekende helaas wel dat ik mijn 'eigen' zuster Dorine moest inruilen voor zuster Ellen (Beiden spreken het woord "dood" op dezelfde geweldige manier uit, op zijn Vlaams met een langerekte "oh" in plaats van een "oo"). Word ik nu gestraft voor deze wissel? Als ik opsta zie ik dat mijn voet bloedt. Achter het bordje dat aan het voeteneinde van ons bed is bevestigd steekt een schroef een centimeter uit. De schroef heeft een scherpe punt die de wond heeft veroorzaakt. Ik vertel het de technici die onze bedden vastzetten aan de brug. Ze reageren geschrokken en beloven mij het zo spoedig mogelijk in orde te brengen. In de kleedkamer krijg ik een pleister van een andere professor (prof. Bergamot) en dan gaat het wel weer.

zaterdag, juni 02, 2007

Birte

Als ik deeg kneed voor een pizza moet ik altijd even aan Birte denken. Ik kwam haar keuken binnen en ze was druk in de weer met iets wat ik helemaal niet kende. Zij was de eerste vrouw die ik kende die zelf pizzadeeg kneedde en eigenhandig een pizza maakte. Ze vroeg me haar te helpen en ik vond het allemaal nogal veel gedoe voor een simpele pizza. Een pizza die kocht je in het Italiaans restaurant. De diepvriespizza en de bezorgpizza bestonden nog niet. Deeg kneden, laten rijzen, nog een keer kneden en nog een keer laten rijzen. Veel werk. Ik houd van koken en deed dat toen ook al, maar dit vond ik een stap te ver. Nu denk ik daar anders over en maak ik ook het liefst zelf het deeg voor mijn pizza's.

Het was eind jaren zeventig en ik had een kortstondige relatie met haar. Een overgangsrelatie zou je het kunnen noemen. Tussen twee liefdes in had ik denk ik een week of drie verkering met haar. Haar voorgangster was mijn Enige Echte Ex die nu vreemd genoeg dood is. Haar opvolgster mijn vrouw. Er is weinig wat me aan haar herinnert. Ik heb geen foto's waar we samen opstaan. Ze is een echte schim uit het verleden. Ze had een aanstekelijke lach die nog ergens op een cassettebandje staat van een optreden van de band waarin ik toen speelde, tijdens een optreden bij haar thuis, op haar verjaardag, op 5 april. Ik denk dat het 1979 was. Ik was 23 en zij waarschijnlijk iets jonger, maar ook dat weet ik niet meer. Het optreden werd beëindigd door de politie die door een boze buurman of buurvrouw was gewaarschuwd.

Een van de laatste keren dat ik haar zag was in een cafe in Enschede. Ik was in het gezelschap van zowel mijn Enige Echte Ex als mijn latere vrouw. De blik in haar ogen deed me vermoeden dat zij dacht dat ik was teruggekeerd naar mijn Ex. Daarna zag ik haar nog een keer. Op een opening van een tentoonstelling in Amsterdam waar zij ondertussen naar toe was verhuisd. Met een klein kind. Ik geloof niet dat we elkaar toen nog echt gesproken hebben. Dat was het laatste wat ik van haar zag.

De enige tastbare herinnering aan haar is een ets waarop ze mij heeft geportretteerd. De manier waarop doet me aan haar denken. De kattenogen lijken op haar ogen, de spitse vorm van het gezicht ook. Eigenlijk een portret van ons samen. Een portret van mij en zelfportret ineen. En niet tastbaar maar toch telkens weer sterk is de gedachte aan haar als ik het deeg voor een pizza kneed.

vrijdag, juni 01, 2007

Extra pagina

Op de website The Unknown Tintin vind ik een onbekende pagina in het Engels van Kuifje en de Zonnetempel (Prisoners of the Sun). Gepubliceerd in Kuifje's weekblad maar niet in het uiteindelijke album terechtgekomen. Dus ook niet te zien in de musical.

Onvoltooid

Na de voorstelling moet iedereen bijeen komen in de artiestenfoyer voor een belangrijke mededeling. We kleden ons om en speculeren over de mededeling. Worden alle verdere voorstellingen afgelast? Of wordt ons vandaag al meegedeeld dat de speelperiode niet wordt verlengd? Oorspronkelijk zou de beslissing over verlenging plaatsvinden op tweede Pinksterdag, maar die beslissing was uitgesteld tot vrijdag 1 juni. Het klinkt als de mededelingen die wij op de Erasmus Universiteit krijgen over de reorganisatie. Vaag en onheilspellend.
In de artiestenfoyer is iedereen verzameld. Voor het eerst zie ik alle spelers bij elkaar zonder pruiken en kostuums. Vooral het echte haar van de spelers is voor mij verrassend. Meestal gaat het tussen de scènes door verscholen onder een haarnetje waardoor ik van de spelers wel de gezichten ken maar niet hun normale kapsel.

Dan vertelt Ann ons enigszins geëmotioneerd dat de voorstelling niet verlengd zal worden. Ze bedankt iedereen voor de inzet, maar dat heeft niet geholpen. De verkoop van de kaartjes valt tegen en het heeft geen zin om de optionele twee weken aan de speelperiode toe te voegen. Voor mezelf vind ik het niet erg, voor de professionele spelers lijkt het me een teleurstelling en waarschijnlijk een financiële tegenslag. Zij zullen die twee weken tussen Rotterdam en Oostende niet betaald worden en moeten zoals Ann het op zijn Belgisch noemt gaan stempelen.

Na Ann neemt de directeur van het theater het woord. Hij vertelt min of meer hetzelfde verhaal met enkele toevoegingen. Volgens hem is het één van de mooiste voorstellingen die het afgelopen jaar in zijn theater hebben gestaan, maar om de één of andere reden loopt het niet, ondanks veel gratis publiciteit en prachtige recensies. Zelfs een Bobbie-verkiezing in de show van Paul de Leeuw heeft niet mogen baten. Anderhalf miljoen kijkers maar geen run op de kaarten achteraf.

Na zijn rede is er een applaus. Waarvoor eigenlijk? Er is geen reden tot vreugde.

(Wordt vervolgd)

Illustratie: Zo blijft de voorstellingenreeks onvoltooid net als het laatste onvoltooide album van Hergé: Kuifje en de Alpha-kunst