maandag, juli 23, 2007

Vertrek uit Parijs

Op het prikbord van de jeugdherberg hangt een briefje met de volgende tekst: “Mustafaera Inga. Elle doit laisser Thierry seul parce qu’il marrira pas.”
Op weg naar de metro zien we een hond die zich laat opwinden door de roodwitte borstels van een autowasserij. Eerst loopt hij er druk blaffend heen alsof het dier wil zeggen dat de borstels moeten ophouden met draaien. Zijn baas staat er bij en roept hem keer op keer terug. Dan stort het beest zich in de draaiende borstels. Door de kracht van de werveling wordt het teruggeworpen, drijfnat. Zijn baas vloekt. Wij lopen snel door uit angst dat de hond zijn vacht in onze buurt droogschudt en ons onder water zal spetteren. We duiken de metro in en vertrekken naar ons reisdoel: Belle-Ile-en-Mer.

Verdwaald in Parijs

Als we boven komen blijken we bij de Porte de Montreuil niet al te ver van de jeugdherberg verwijderd te zijn. Ik denk dat ik de weg weet, mijn vrouw staat nog op een stadsplattegrond te staren. We lopen de Boulevard Davout op. Op een gegeven moment willen de dames naar links, een zijweg in. Ik kijk nog snel op een plattegrond die op de hoek van de straat staat en denk dat we de Rue St Blaise inlopen. Op de hoek is een apotheek die St Blaise heet. Maar dat is niet zo. We lopen de Rue des Orteaux in. Een straat te vroeg. We lopen iets teveel in westelijke richting. Zelf had ik, voor de zekerheid, liever de Boulevard Davout vervolgd om bij de Rue Vitruve af te slaan waarin de jeugdherberg gevestigd is. Op een gegeven moment als de weg wel erg lang duurt krijgen we het gevoel verdwaald te zijn. We lopen onder een spoorbrug door die ons pad kruist en dat voelt niet in orde. Zoals gewoonlijk krijg ik de schuld. Ik verdwaal immers altijd. Dat komt omdat ik (reden 1) het liefst zonder kaart op pad ga en op mijn gevoel af ga, en (reden 2) omdat ik nooit dezelfde weg terug wil als van waar ik gekomen ben. Ook (reden 3) laat ik me nogal eens door de dames verleiden om van de door mij gekozen route af te wijken. De laatste reden (nummer 3) is mijns inziens de reden dat we nu de verkeerde kant oplopen.

Op de hoek van de Rue des Pyrenées is een politiebureau. Ik bel aan. De dienstdoende agent drukt op een knopje en de deur gaat voor ons open. Ik vraag de weg. Hij denkt even na. Op de kaart aan de muur wijst de agent aan waar we ons nu bevinden. Dan gaan we ruziënd op pad. Wiens schuld het is dat we verkeerd gelopen zijn. Mijn vrouw mokt en doet alsof we kilometers omgelopen hebben. Het is laat, tegen half twee, iedereen is vermoeid en de straten zijn donker, leeg en verlaten. Op een straathoek vlakbij de jeugdherberg is nog een gezellig café open. Ik heb trek om nog even iets te drinken, maar de rest is vermoeid en wil graag zo snel mogelijk naar bed. Ik neem nadat ik in de jeugdherberg naar het toilet ben geweest nog snel een kijkje in de disco en volg dan de dames naar boven naar onze kamer. De volgende morgen moeten we immers vroeg weer op. Dan vertrekken we van Station Montparnasse naar Quibéron vanwaar onze boot vertrekt.

Le Dernier Métro

Als we terug naar beneden willen blijkt voor de lift een gigantische rij te staan. Dus besluiten we naar beneden te lopen, naar de eerste verdieping. Nu gaan we lopend door de staalconstructie naar beneden. Niet iets voor iemand die hoogtevrees heeft, zoals mijn vrouw, maar het moet. Nu zijn we nog meer een met het gebouw, alsof we binnenin een machine staan met overal staal om ons heen. Langs smalle trappen dalen we af.

Ook op de eerste verdieping staat een lange rij. Minder lang dan op de tweede. De liftbediende is bijzonder streng en onvriendelijk. Streng moet hij zijn, hij moet er immers voor zorgen dat de lift niet te zwaar beladen is en met alle passagiers in de diepte stort. Onvriendelijk is niet nodig. Steeds opnieuw zien we de lift voorbij gaan, nu eens omhoog, dan weer naar beneden. Ondertussen begint onze tijd te dringen. Halen we de laatste metro naar de jeugdherberg?

Als we eindelijk beneden zijn lopen we met de stroom mee naar metrostation Bir Hakeim. Een opvallende naam. Wie of wat is Bir Hakeim? De naam van een persoon, de plaats waar een veldslag gestreden is, zoals Waterloo? (Het blijkt een veldslag te zijn, in Libie in 1942, van het vreemdelingenlegioen tegen maarschalk Rommel, onder leiding van generaal Koenig.) Vanaf dit station moeten we twee keer overstappen om thuis te komen. Het is rond half een. Mijn vrouw stelt voor de tweede overstap niet te doen en de tweede lijn te volgen tot het eindpunt. Halverwege onze reis in de tweede metro wordt er iets omgeroepen. Het klinkt alsof de trein niet naar het eindpunt zal rijden maar ergens voor het eindpunt zal stoppen. Als het maar niet op station Nation is, want dan zijn we heel ver van huis.

Het treinstel stopt. We zijn niet op het eindpunt. Iedereen stapt uit, een handjevol mensen. Schoonmakers zijn al druk bezig het station schoon te maken. We kunnen nog maar via een uitgang het station verlaten.

Eiffeltoren

Op het plein voor en onder de Eiffeltoren verkopen grote negers lichtgevende miniaturen van de bekendste touristenattractie van Parijs. Of is dat ondertussen Disneyland Parijs? Alle vier maken we een grote hoeveelheid foto's van de verlichte toren, het symbool van de lichtstad. Dan moeten we besluiten of we er op gaan. Het is ondertussen al half elf 's avonds. Mijn vrouw overtuigt me door te zeggen dat we hier maar één keer zijn en het nú moeten doen. Het is nu of nooit. Erop of eronder. Dat is waar. De reden dat het in Rotterdam heel lang geduurd heeft voordat ik de Euromast heb beklommen was dat het altijd nog kon.

We kunnen tot de tweede verdieping. Hoger mag op dit late tijdstip niet meer, kan niet meer. In een klein liftje staan we samengepakt. Het lijkt op de liften waarmee je in Lissabon de steile hellingen op en neer kunt, het mechaniek lijkt op dat van een karretje in de achtbaan waarmee je omhoog wordt getakeld. Ons bezoek blijkt het geld dubbel en dwars waard. Dwars door de constructie van Eiffel gaan we omhoog. Duizenden, misschien wel een miljoen klinknagels houden de constructie bij elkaar. Spots verlichten de prachtige staalconstructie en zorgen voor een sprookjesachtig schouwspel van licht en schaduw. We komen aan op de tweede verdieping en vandaar bekijken we nachtelijk Parijs. Niet alles is herkenbaar en zichtbaar in de nacht vanaf deze hoogte. Het Place de la Concorde is zichtbaar en een hoge flat die later de Tour Montparnasse blijkt te zijn.

Straatnamen

Als we uit de metro komen vraag ik voordat we de trap op gaan nog even snel aan een dame achter een loket hoe laat "Le Dernier Métro" gaat. Dat is om vijf over één. Boven vinden we op de eerste de beste straathoek een restaurant, de Cote d'Azur. We nemen plaats aan een tafeltje voor vier. Fietsers, scooters, motoren en auto's, alles komt voorbij en racen langs ons heen. Het eten is lekker voor een eenvoudig eetcafé, de prijs is mondain. Rond de zestig euro voor vier personen voor een hoofdgerecht inclusief een drankje, een dag later eten we voor vijftien euro minder op Belle-Ile-en-Mer een stuk chiquer en lekkerder. Maar dat geeft niet, dit is Parijs!

Dan gaan we verder de stad in en verbazen ons over alles om ons heen. De Opéra, de Place de Madeleine, de modehuizen van Gucci, Chanel, Prada en Paul Smith. De laatste hoort als Brit niet echt thuis in Parijs maar trekt me wat inrichting betreft het meest aan.
We lopen naar de Place de la Concorde en eindelijk zie ik de straten die ik ken uit de vele Franse romans die ik heb gelezen, vooral die van Patrick Modiano staan vol met straatnamen in Parijs. We komen langs het Olympia waar Edith Piaf en Jacques Brel triomfen vierden en waar deze week Sly and the Family Stone optreedt. Bij de Place de la Concorde gaan we weer ondergronds om te zien wat je gezien moet hebben: de Eiffeltoren!

Alle Menschen werden Brüder

We zijn sinds zaterdag op het eiland en het mooie weer maakt nog geen aanstalten om haar kunsten te vertonen. Onze reis startte vrijdagmiddag in de Thalys naar Parijs. Tegen de avond kwamen we daar aan en gingen we op zoek naar de jeugdherberg d'Artagnan. Irritaties onderling in de metro over de weg die we moeten nemen en over de uit mijn rugzak naar links uitstekende ukelele. Maar zonder kleerscheuren vinden we onze slaapplaats voor één nacht in de Rue Vitruvie, ergens in het westen van het centrum van Parijs. De jeugdherberg is echt grootstedelijk en als gevolg daarvan niet echt schoon. Maar hij ligt aan een rustige straat. Nadat we ons hebben geïnstalleerd gaan we de straat op. Ditmaal op zoek naar een restaurant. Vlakbij op de Place Edith Piaf zijn diverse kleine restaurants, in alle talen, maar geen enkele taal is naar de zin van de dames. Dus duiken we de metro in en laten ons ondergronds vervoeren naar de Rue 4 Septembre.

Foto: naast de deur van de jeugdherberg hangt een rijtje muzieknoten. "Alle Menschen werden Brüder" zegt Julia onmiddellijk.

Echtpaar

Het oude echtpaar kijkt uit over de haven van Le Palais, Belle-Ile-en-Mer. De zon is zojuist doorgebroken. Voor hun voeten ligt een dode krab, een afgerukte schaar op twintig centimeter afstand van zijn ontzielde lichaam. Vliegen doen zich tegoed aan zijn vlees.

Dit is de eerste aflevering van een serie over mijn belevenissen op Belle-Ile-en-Mer, een klein eiland voor de kust van Bretagne.

donderdag, juli 19, 2007

Special topics in calamity physics

Dit boek van Marisha Pessl ontdekte ik op bijzondere wijze. Via een podcast van Penguin was in veertien afleveringen een gedeelte van dit boek als audioboek te beluisteren. Ik had nog niets geluisterd maar daardoor was de titel in mijn hoofd blijven hangen. Ik vond het in de bibliotheek en leende het. Verder was er de prachtige website waar ik al eerder over schreef. Ik begon te lezen en verbaasde me over de vele citaten, de pedante stijl van het boek dat verteld werd door een meisje van zestien in de laatste klas van de middelbare school in Stockton. Tegelijk luisterde ik naar de podcast. Maar omdat die bepaalde gedeelten oversloeg was ik op een gegeven op twee verschillende plaatsen in het boek. Bij het einde van deel veertien van de podcast dacht ik dat er in het boek nog een soort ontknoping zou volgen, maar dat is niet zo. Dat is het bijzondere van dit boek. De lievelingsfilm van Gareth van Meer, de superheldvader van de hoofdpersoon Blue van Meer, en van de lerares filmkunde, de dode Hannah Schneider om wie het boek draait, is L'avventura van Antonioni. Net als in die film is er geen ontknoping. Het einde is totaal open. Aan het begin van het boek is er een literatuurlijst, aan het einde van het boek is er een vragenlijst waarmee de lezer zelf de antwoorden op de vragen in het boek kan invullen als hij dat wil.

Het boek begint met de vraag of Hannah Schneider zelfmoord heeft gepleegd, aan het einde weet je niet veel meer dan in het begin. Ook speelt het boek met complottheorieën zoals die rond de moord op Kennedy en rond de dood van Marilyn Monroe.

Iets over het verhaal. Blue van Meer komt op de middelbare school in Stockton terecht en wordt met tegenzin en opgenomen in een elitair clubje van vijf scholieren, twee meisjes en een jongen, de Bluebloods. Dat is gevormd rondom Hannah Schneider en zij is degene die hen pusht haar in het groepje op te nemen. Daarin lijkt het boek op The Secret History waarmee het in de persberichten en reclame wordt vergeleken, maar verder gaat de vergelijking behoorlijk mank. Als het schooljaar op driekwart is en de voorjaarsvakantie aanbreekt, neemt Hannah de zes leerlingen mee op een kampeertrektocht in de Smoky Mountains. Daar treft Blue haar hangend aan een boomtak aan. Eerder is op een feestje van Hannah al een man verdronken en alle ingrediënten voor een thriller lijken aanwezig. Blue droomt er van om als amateurdetective alle plotlijnen te ontrafelen, maar staat aan het einde van het boek met lege handen. Zoals de hoofdrolspelers van L'avventura de verdwenen vrouw op het eiland niet terugvinden, het zoeken opgeven en zich richten op elkaar, zo richt Blue zich op haar toekomst aan de universiteit. Alleen, of toch niet?

Tour de France

Het is weer zover! Het dramatisch hoogtepunt het sportjaar is weer bezig. Zondag zagen we de kopman van T-Mobile huilend afstappen en een Raborenner (Rasmussen) in één rit zowel de gele als de bolletjestrui pakken en daarmee zijn ploeg naar de top van het ploegenklassement omhoogstoten. En de Duitse tv stopt met uitzenden omdat bij een T-Mobilerenner doping is geconstateerd.

Dames en heren van de Duitse tv: alle renners gebruiken doping, alleen proberen ze het zo te doen dat het niet geconstateerd wordt. Zonder middelen is een gigantische rit over drie weken, over bergen, van meer dan honderdvijftig kilometer per dag, niet vol te houden. Ook dat is een sport, hoe verberg ik zo handig mogelijk dat ik doping gebruik? Een andere sport is een zoektocht naar middelen die wel helpen maar nog niet op de dopinglijst voorkomen. Met andere woorden: hoe blijf ik de dopingcontrole voor?

Kortom: smullen bij de radio!

dinsdag, juli 17, 2007

Verslaafd

Het lijkt wel of ik verslaafd ben aan de Spaanse film. Op mijn verjaardag vorig jaar kreeg ik een box met vier Spaanse films waarvan ik er nu twee heb bekeken en waarover ik heb geschreven in mijn blog (Lucia y el sexo en Atame!). In de bioscoop zag ik binnen korte tijd twee Spaanse films (Volver en azuloscurocasinegro) en MTV zendt momenteel een serie films uit van Bigas Luna, waarvan ik er nu twee heb gezien (Jamon! Jamon! en Las edades de Lulú). Tenslotte zag ik nog onlangs in de nachtfilm van onze publieke omroep de film Hable con ella.
Gisteravond dus Las edades de Lulú. Een heftig seksueel drama rondom een meisje dat door een oudere man, Pablo, een vriend van haar broer, wordt ingewijd in de wereld van de seks. Hij vertrekt naar Amerika voor zijn studie en komt terug als professor. De verwachting is dat hij haar dan niet meer zal zien staan, maar het gaat anders. Hij trouwt met haar en ze hebben een heftige seksuele relatie met elkaar. Dat gaat van kwaad tot erger, totdat Pablo te ver gaat en Lulú er vandoor gaat. Transseksuelen, incest, homo's, SM, alles komt aan de orde. Ik vind het een aangrijpende film met een beetje een wonderlijk dramatisch einde.

zondag, juli 15, 2007

azuloscurocasinegro

In de film azuloscurocasinegro (blauwgrijsbijnazwart) draait het om twee broers. De één (Jorge) zorgt al zeven jaar voor zijn vader die doodziek is en verzorging nodig heeft, de ander (Antonio) zit in de bak. Antonio treft daar een meisje (Paula), wordt verliefd op haar en zij wil een kind van hem zodat ze naar de kraamafdeling van de gevangenis kan om te ontkomen aan de andere (vrouwelijke) gevangenen die haar voortdurend mishandelen. Helaas is de broer van wie ze dat kind wil onvruchtbaar. De oplossing lijkt simpel. Zijn broer Jorge moet haar zwanger maken. Die stribbelt tegen, is al jarenlang verliefd op het buurmeisje (Natalia), maar dat leidt door zijn eigen weerbarstigheid steeds tot niets. Zij wil wel, maar hij aarzelt. Als hij dan uiteindelijk met Paula naar bed is geweest lukt het hem wel. Maar dan heeft hij een nieuw probleem. Hij wordt verliefd op de vrouw van zijn broer en zij op hem.
azuloscurocasinegro is een zeer sympathieke relatiekomedie/drama. Het vrij simpele verhaal wordt op een mooie manier verteld, er doorheen gesneden wordt het komische verhaal van zijn beste vriend Sean die twijfelt over zijn geaardheid. Heel zielig is het buurmeisje Natalia, dat verschrikkelijk haar best doet maar keer op keer wordt teleurgesteld door Jorge.
Bekijk hier de trailer in Quicktime (hoge resolutie)

zaterdag, juli 14, 2007

Interessant

De luidruchtige vrouw probeert me vanaf haar zitplaats met gebarentaal duidelijk te maken dat ze wil weten wat voor boek ik lees. Dat lukt niet helemaal. Ik sta op en loop naar haar toe. Ik neem plaats schuin tegenover haar, naast haar vriendin aan de overkant van het metrorijtuig. Al enige tijd heb ik hen met een half oog gadegeslagen en, omdat er nogal op luide toon wordt gesproken, meegeluisterd met hun conversatie. Dat heeft ze ongetwijfeld opgemerkt, vandaar dat ze me nu wenkt. Ze waren in gesprek met twee Polen die naast en tegenover hen zitten. Het woord Pools heb ik opgevangen. De ene heeft een echte Karpatenkop, de andere ziet er moderner uit, met rossig haar, en zou evengoed uit Engeland afkomstig kunnen wezen. De Polen zijn onderweg naar het Centraal Station, net als ik, waar ze de trein naar Venlo moeten nemen om daar op de trein naar Polen te stappen. Ze hebben sporttassen bij zich.

Ik overhandig de luidruchtige vrouw mijn boek. Ze vindt het interessant te weten wat ik lees. Ze leest de achterflap. Ze heeft moeite met het woord malversaties dat ik haar moet uitleggen. Slecht behandelen, zeg ik. Ze vraagt me of ik altijd dit soort boeken lees. Zelf leest ze vooral boeken van dat echtpaar. French, probeert ze. Nikki French, verduidelijkt ze zichzelf. Ze vertelt me een boek na over een stel kinderen dat opgesloten zit op zolder, incest met elkaar heeft en weet te ontsnappen. Eén van haar lievelingswoorden is interessant. Dat vind ik interessant, weet je, te weten komen wat anderen bezighoudt, wat hen drijft. Ze is groot en stevig en haar gigantische borsten worden bijna uit haar blouse geduwd door een pushup-beha. Ze draagt een zwarte blouse met allerlei touwtjes en een donkere spijkerbroek die strak rond haar dikke benen zit. Ook hier veel touwtjes, bandjes en knoopjes.

De vrouw naast me is van hetzelfde formaat, heeft iets vriendelijker en net zo zwart opgemaakt ogen, maar is gekleed in een rose bloemetjesblouse die me enigszins aan een babydoll doet denken. Ze leest niet, vertelt ze. Daar heeft ze geen geduld voor. De twee vrouwen zijn vergezeld door een kleiner vrouwtje met punk-haar dat recht omhoog staat. In eerste instantie heb ik niet door dat de drie vrouwen bij elkaar horen maar door het gesprek wordt me duidelijk dat ze met zijn drieën uit gaan, naar het Stadhuisplein. Het lijkt me dat de luidruchtige vrouw die alles interessant vindt niet naar huis zal gaan zonder interessante man die ze daar zonder moeite zal vinden.

Ze stappen uit. De Polen vragen me op het eindpunt of dit het Centraal Station is. Dit is het Centraal Station. Ik stap uit en vervolg mijn weg. Op weg naar een volgende interessante ontmoeting.

vrijdag, juli 13, 2007

Feest

Als ik thuiskom zit de kamer vol meisjes. Een grote kring rondom de televisie. Ze kijken naar een film. Het grote licht staat ongezellig aan. Iedereen zit doodstil. Is dit het idee van een feest? Ik had eerder veel gegiechel verwacht,muziek, dansen. In de keuken is het een grote puinhoop. De resten van een maaltijd met veel personen. Nu lijkt de feestvreugde een beetje over. De film is ook eerder spannend dan gezellig. Een komedie zou de stemming er in kunnen brengen. Nu staart iedereen apathisch naar het scherm. Ik lig op bed en typ dit bericht. Gestoord word ik in ieder geval niet en ik hoef ook niet bang te zijn dat de politie ineens voor de deur staat vanwege burengerucht. Maar het is niet mijn idee van een feest. Misschien is het echte feest al voorbij. Volgens mijn oudste dochter die het feest geeft samen met het achterbuurmeisje(dat ik bij aankomst nog even snel een sluier omzag doen) gaat het feest door tot het bittere eind. Als dit het einde is lijkt het nogal bitter.

Even later komt mijn oudste dochter bij me op bed liggen. Ze vertelt dat ze moe is. Heeft de hele dag gewerkt om het feest een succes te maken tot vier uur ‘s middags toen de eerste gasten binnenkwamen. Maar in tegenstelling tot wat mijn indruk was is het feest niet ongezellig. Iedereen heeft genoten van het eten en tot tien uur toen het donker werd hebben ze in de tuin spelletjes gedaan. Even later hoor ik de eerste gasten vertrekken. Dan komt mijn dochter opnieuw naar boven. Of ik naar beneden kom om naar de cadeautjes te kijken.

Tijdens het opruimen van de laatste resten feest hoor ik dat het een geslaagd partijtje was. Ik ben blij dat ik me er niet mee heb bemoeid. Nu hebben ze het helemaal zelf gedaan en kunnen ze trots zijn. Trots op een geslaagd feest. Zoals ik trots ben op mijn dochters. Dat ze dat zelf kunnen organiseren.

donderdag, juli 12, 2007

Boos

De Trompettist is boos. Het is acht uur en er is behalve mij, de Zanger, geen ander bandlid te bekennen. 's Ochtends heeft de Drummer ons gesommeerd om om acht uur aanwezig te zijn, want er gaat worden opgenomen, door zijn zoon. Om zeven uur zouden hij en zijn zoon opbouwen, om acht uur wordt de band verwacht. Om half acht word ik door hem gebeld op het moment dat ik bij het Centraal Station uit de tram stap om de trein te nemen naar de repetitieruimte. Of ik iets van de Bassist heb gehoord. Nee, ik heb niets van de Bassist gehoord. Maar ik acht de kans groot dat die zijn mail 's ochtends niet heeft gelezen en dus van niets weet. Maar als hij me belt ga ik er van uit dat hij met zijn zoon bezig is alles in de repetitieruimte op te bouwen. Niet dus. Als we aankomen is er niemand. De boze Trompettist gooit een munt van vijftig eurocent in de bierautomaat. Terwijl hij een kop koffie wil. Omdat hij uit ervaring weet dat die er niet meer uitkomt vraagt hij mij een ander muntstuk van vijftig cent te leen. Zodat hij alvast een bier uit de automaat kan halen om daarna alsnog een koffie te tappen uit de andere automaat. Daarvoor moet hij eerst wisselen. Als hij koffie heeft bel ik de Drummer. Die is nog thuis aan het inladen. Maar je moet hier zijn, vertel ik hem. Hij komt er aan. Wat moeten wij dan doen? vraag ik hem. Repeteren, is zijn antwoord. Met wie, is mijn wedervraag.

De Trompettist wil de Drummer op zijn bek slaan en vertelt me een verhaal over een band die niet kwam opdagen toen hij nog studeerde. Ten eerste was de band te laat. Ze speelden een set van een half uur en verdwenen naar de stad om coke te halen. Om twaalf uur 's nachts keerden ze terug. Terwijl het feest om negen uur begon. Toen heeft de Trompettist de zanger op zijn bek geslagen. Waarna alsnog gespeeld werd, maar de lol was er af.

Met de Trompettist loop ik naar de repetitieruimte. Daar kijkt hij in zijn trompetkoffer. Zijn muziek zit er niet in. Hij wilde die van de week bijwerken, heeft de muziek er uit gehaald en niet teruggestopt. Nu heeft hij er helemaal genoeg van. Ik drink mijn koffie op en ga, dreigt hij. Hij voert zijn dreigement uit. Voordat de Toetsenman binnenkomt is hij verdwenen. Vlak daarna arriveert eindelijk de Drummer. Nu is de vraag of we nog moeten opnemen of niet. Ik vind van wel, de Toetsenman vindt van niet. De zoon had een probleem met de driver van de computer. Daarom moest een nieuwe gezocht worden en zijn ze veel te laat. Een telefoontje was op zijn plaats geweest.

Dan arriveert als één na laatste de Gitarist. Net als de Toetsenman was hij in een file terechtgekomen ten gevolge van een ongeluk met een vrachtauto. Als laatste komt op zijn normale tijd om vijf voor negen de Bassist binnen. Hij had de email pas na de avondmaaltijd gelezen toen het te laat was om nog actie te ondernemen. Les: nooit op dezelfde dag een mail sturen en verwachten dat iedereen die leest. Vooropgesteld dat de mail überhaupt aankomt. Nadat iedereen weet wat er gebeurd is en waarom de Trompettist er niet (meer) is, nemen we drie nummers op: Georgia, Manhattan en Verboden Liefde.

woensdag, juli 11, 2007

Kijkwijzer


Ik maak een kijkwijzer voor mijn voorstelling Duizend Bommen en Granaten.
Ik gebruik bijna alle symbolen.
Alleen het symbool voor Angst gebruik ik niet.
Want de voorstelling is allesbehalve eng.
Voor de rest komt alles voor wat niet mag.
Of waartegen gewaarschuwd moet worden

Slapstick

Ik heb nu definitief vier mannen (Richard, Dick, Aad en Pim) en één vrouw (Magda) om het stuk Duizend bommen en granaten te spelen. Tijdens deze derde repetitie ontwikkelt het zich langzaam tot een slapstick voorstelling. Er is veel tekst maar die is niet het belangrijkste. Alles draait om muzikaliteit en daarmee ook om timing. Ik denk dat vooral dat laatste nog heel wat werk gaat vergen. Het zetten en de ideeën komen vanzelf, de afwerking is het moeilijkst. Maar ik denk dat wat ik in mijn hoofd heb er uit gaat komen als we goed ons best doen.
Deze week wil ik nog een lied voor de voorstelling schrijven.

zaterdag, juli 07, 2007

Auditie

Om vijf voor half zes staat een huilende dochter in de kamer. In mijn ooghoek heb ik iemand zien aankomen en ik ging er van uit dat het mijn jongste dochter is. Mijn oudste dochter moet om half zes auditie doen. Voor de talentenklas van de muziekschool. Piano. Dus die kon het niet zijn maar is het wel. Tijd vergeten. Samen gingen ze een cadeautje kopen voor een vriendin die van de week jarig was en vanavond haar feestje geeft. Nu is ze te laat. Ik sla een arm om haar heen en zeg dat ik zal bellen met een smoes. Dat ze gewoon rustig moet fietsen en geen haast maken. Kalmeren. Ik bel de muziekschool. Eerst het verkeerde nummer. Wordt niet opgenomen. Dan het juiste nummer. Een man die niet al te snugger klinkt aan de telefoon neemt op. Ik vertel hem dat mijn dochter iets later is. In slaap gevallen vanwege het feestje van haar moeder de dag tevoren. Of hij wil doorgeven dat ze er aan komt. "Ze zijn al bezig," zegt hij. Dat weet ik, daar bel ik niet voor. Maar meer kan ik niet doen. Ik hang op. Hoop dat het goed gaat.

Een kwartier of twintig minuten later staat ze opnieuw te huilen in de kamer. Verkeerde map meegenomen! Opnieuw troost ik haar. Ze wet nu in ieder geval dat ze als laatste is en dat er nog tijd genoeg is. Ik vertel haar dat ze het beste haar nummers nog maar een keer door kan nemen, thuis, en dan rustig terugfietsen. Ze frist zichzelf op in de douche boven en doet dan wat ik haar voorgesteld heb.

Tegen achten komt ze thuis. Het is goed gegaan. Dezelfde avond nog krijgt ze de uitslag. Om negen uur worden er opgebeld. De muziekzschool. Ze is toegelaten! Feest!

vrijdag, juli 06, 2007

In de keuken

Mijn vrouw is jarig en ik sta in de keuken. Ik heb haar verbannen naar de huiskamer en naar de gasten en gezegd dat ik alles zal regelen. Ik word ondersteund door haar twee zussen en mijn twee dochters en het kost me niet veel moeite om alles onder controle te houden. Mijn jongste heeft twee taarten gebakken, de oudste heeft een taart in de stad gekocht en is onderweg behoorlijk natgeregend. Er komt zonder uitnodigingen verstuurd te hebben of mensen te hebben opgebeld, aardig wat volk aan. De familie van de oudste zus uit Groningen, vier in totaal, de familie van de jongere zus (maar ouder dan mijn vrouw, zij is zelf de jongste van drie zussen), vijf in totaal, haar vader, mijn ouders, dat is de familie. Onze Marokkaanse ex-buurvrouw en tweede moeder van onze kinderen komt, een vriendin die zonder haar gezin komt, het buurmeisje en haar ouders komen, het Irakes buurmeisje neemt haar broertje en moeder mee en dan zijn we er zelf ook nog. In totaal vierentwintig mensen die van eten en drinken voorzien moeten worden.

's Ochtends staat het espressoapparaat niet stil en kost het veel tijd om alle melk op te stomen want niemand wil espresso, iedereen kiest capuccino. Dan komt de borrel, vervolgens de broodjes, dan de thee en tenslotte het avondeten dat de dag tevoren al is voorbereid.

Ik heb pangafilets klaargemaakt met een Thaise groene curry (illustratie), maar die is nogal scherp uitgevallen en ik ben bang dat de kinderen dat niet lusten, dus voor hen is saté met bijbehorende saus. De vis heb ik twee keer onder koud water afgespoeld om het al te pittige effect te verwijderen en daarna heb ik een nieuwe mierzoete tomatensaus met gember gemaakt. Daardoor lijkt het gerecht niet meer op de illustratie uit het kookboek. Maar het werkt en iedereen vindt het erg lekker. Ook bak ik garnalen, leg de saté onder de grill en laat de jongere zus een salade klaarmaken. De oudste dochter dekt de tafel. Met het eten zijn we met vijftien personen. Maar er is genoeg, alleen een dessert ben ik vergeten. Dat wordt opgelost met een stukje Denise-taart, een roze aardbeienkwarktaart die vooral bij de kinderen goed in de smaak valt, alhoewel bij mezelf de notentaart die ze ook heeft gemaakt favoriet is.

Al met al een geslaagde verjaardag en omdat je een vrouw niet naar haar leeftijd mag vragen zeg ik niet hoe oud ze geworden is.

woensdag, juli 04, 2007

Duizend bommen en granaten

Duizend bommen en granaten is het thema van het volgende Eenakterfestival van de Rotterdamse Vereniging voor Amateurtheater (RVA). Voor dit festival werk ik met het Klein Rotterdams Toneel (KRT, voorheen Katholiek Rotterdams Toneel, maar het gelovige is er ondertussen af) aan een voorstelling met dezelfde titel geschreven door Hergé. Toevallig werd deze tot nu toe enig bekende theatertekst van zijn hand in diens honderdste geboortejaar in Brussel ontdekt door Kuifje-vorser Namu Soudal. Wij hebben de eer dit stuk voor het eerst als wereldpremière op te voeren. Op zondag 18 november aanstaande in 't Kapelletje te Rotterdam.

Ik begin de repetitie met een tweetal oefeningen uit het boek Vuur, water, lucht, aarde van Helmert Woudenberg. Over een tweetal patiënten, een therapeute en een geneesheer. Het conflict gaat over een poging tot aanranding van de ene patiënt door de andere. Het is een moeilijke oefening maar ik maak de spelers duidelijk dat het gaat om een oefening. Het is slechts een begin en het hoeft niet perfect te zijn. De volgende oefening is de oefening met een scène in vier rondes tussen de geneesheer en de therapeute. Die is iets makkelijker, maar ook niet echt gemakkelijk.

Dan beginnen we daadwerkelijk aan het stuk. Hierover wil ik liever niet al te veel kwijt om niet al te veel te verklappen. Maar het wordt spannend.

zondag, juli 01, 2007

Special Topics in Calamity Physics

Sommige boeken hebben een eigen website. Het boek dat ik momenteel aan het lezen ben heeft zo'n eigen site. Die is prachtig. Of het boek dat ook is weet ik nog niet, ik ben nog aan het lezen. Maar hier een link naar de Nederlandstalige site van Calamiteitenleer voor gevorderden zoals het boek in de vertaling heet. Een soortgelijke site is er ook in het Engels voor wie liever het origineel bekijkt. Die is ook net iets mooier en geavanceerder. Later meer over de inhoud van het boek.

Inland Empire

Het heeft even geduurd voordat het me lukte deze film te zien, maar nu heb ik hem eindelijk gezien in de laatste week dat hij in Rotterdam draait, de laatste film van David Lynch: Inland Empire. In de recensies wordt de film vergeleken met de meest extreme Lynch-films zoals Eraserhead en Lost Highway. Inderdaad hoort de film in dat rijtje thuis. Het is één van de meest onbegrijpelijke films in het oeuvre van David Lynch. Niet erg als je er van houdt, vervelend als je graag een verhaal met een kop en een staart verlangt. Eén vriendin die ik belde om met me mee te gaan was al geweest en in de pauze weggelopen, de vriend met wie ik hem wilde gaan zien zei dat-ie 'm niet echt goed vond maar dat het wel een film was die je moest zien. Ik ben erg enthousiast. Deze film is eerder een bewegend schilderij dan een verhaal verteld in beelden. Een droom van een film. Maar in die droom van een film wordt bovendien schitterend geacteerd door hoofdrolspeelster Laura Dern die alle kanten van het hoofdpersonage Nikki Grace op een veelzijdige manier weergeeft. Vooral in de Kafkaeske scènes waarin ze haar verhaal vertelt aan een bolle man met ronde brilleglazen die ergens in een kamertje zit aan de top van een trappenhuis, acteert ze geweldig.
Op de achtergrond manipuleert Lynch onze verwachtingen omtrent wat er staat te gebeuren. De echtgenoot van Nikki Grace die haar tegenspeler bedreigt als hij eventueel overspel met haar zal plegen, het thema van de film die ze aan het opnemen zijn, de vrouw die bij de politie haar verhaal doet over de angst dat ze onder hypnose iemand met een schroevedraaier zal vermoorden, de waarzeggende Poolse buurvrouw. Hiermee wekt Lynch verwachtingen die soms wel soms niet worden ingelost. Wat is echt en wat niet? Het blijft aldoor onduidelijk waardoor je zelf het verhaal kunt invullen zoals je wilt. Dat is precies wat Lynch van ons wil, hij schetst het kader, de kijker vult in. Wie meer wil, loopt weg.