dinsdag, maart 18, 2014

Tommy Wieringa: Een mooie jonge vrouw


Ik was halverwege Joe Speedboat toen mijn zuster overleed. Elke keer als ik haar bezocht in het verpleeghuis las ik een stukje voor. Tot pagina 100. Nadat ze was overleden ging ik niet verder met lezen. Niet om reden van piëteit maar ik had gewoom geen zin meer. Ik vond het een aardig boek maar was desondanks niet benieuwd naar de afloop.

Ondertussen las ik nog wel een stapeltje essays van Wieringa, De dynamica van de begeerte, dat hij als gastschrijver van de TU Delft schreef. In zekere zin gaat het boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw over hetzelfde onderwerp als die essays, begeerte. Een oudere man begeert een jongere vrouw, verlangt naar haar en het lukt hem ook nog haar te versieren, met haar te trouwen en een kind te krijgen. Dat laatste kost hem de meeste moeite en levert hem tenslotte het minste op.

Het boekenweekgeschenk is ongeveer zo dik als de helft van Joe Speedboat. Maar gelukkig was dat niet de reden dat ik dit boekje wel uitlas. Het is een spannend verhaal over liefde en een uiteenvallend huwelijk. Veel lovende woorden zijn er al over geschreven in de recensies die ik las.

Het is de droom van veel mannen, een veel jongere vrouw waarbij ze zich jonger voelen. Mijn droom is het niet maar ik kan me het verlangen goed voorstellen en Tommy Wieringa maakt het in dit verhaal bijzonder aannemelijk. Maar ook de schaduwkanten komen aan bod. Iedere jongere man is een potentiële kaper op de kust. Ruth, de jongere vrouw van Edward, krijgt in het café van wildvreemde mannen drankjes aangeboden. Ze is gewild, een vrouw om mee te pronken. Hij is veel ouder, moet aan de leesbril zoals zijn aanstaande schoonvader hem drie jaar eerder voorspelt. Zo loopt wat voor Edward als een natte droom begint uit op een nachtmerrie.

Ga ik nu toch dat andere boek van Wieringa uitlezen? Ik weet het niet.

maandag, maart 10, 2014

Jakop Ahlbom: BUG

Een vrouw, Agnes (Tamar van den Dop), houdt zich schuil in een motel voor haar ex-man die zojuist is ontslagen uit de gevangenis. Ze ontvangt voortdurend telefoontjes van iemand die niets zegt en ze vermoedt dat het haar ex Jerry is. De sfeer is onmiddellijk die van een film noir, van een film van David Lynch, van Cape Fear. Opgesloten in haar motelkamer verdooft de vrouw zichzelf met wodka en coke. Via een lesbische vriendin ontmoet ze Peter (Bram Coopmans). Zijn eerste timide uitgesproken zin is "Ik ben geen seriemoordenaar". Maar wat is Pete dan wel? Hij trekt bij haar in en langzamerhand ontwikkelt zich de waanzinnige plot. Nadat hij een nacht bij haar heeft geslapen krijgt hij jeuk.

Jakop Ahlbom staat bekend om zijn bijzondere vormgeving en theatereffecten en ook hier zijn die prachtig. Het begint al als op de muren wordt geprojecteerd, beelden van de grote stad en van een klein jongetje. Het jongetje is het verdwenen kind van Agnes en Jerry. Tijdens de slaap van de hoofdfiguren staat op een tafel ineens een bromtol te draaien. Handen komen uit het bed omhoog waarin het liefdespaar ligt te slapen. De functie van dit laatste beeld blijft onduidelijk. 

Maar voor het overgrote deel is dit stuk BUG, teksttheater en de grote hoeveelheid tekst haalt jammergenoeg de vaart uit de voorstelling. Er is een prachtige monoloog van Tamar van den Dop wanneer de waanzin die ze van Peter heeft overgenomen steeds krachtiger ook op haar begint in te werken. Daarna wordt de plot steeds onwaarschijnlijker.

Actueel is het, dat wel, we worden allemaal afgeluisterd, complottheorieën, maar in het geval van Peter gaat het ronduit om paranoia. Helaas wordt daardoor het in aanvang spannende verhaal steeds lachwekkender en blijft het niet tot het einde boeien. Ik ging aanvankelijk om Tamar van den Dop eindelijk eens live te zien, maar ze had een beter stuk verdient om in te schitteren.

zondag, maart 02, 2014

Simenon: De meisjes van Concarneau

"De meisjes van Concarneau zijn de drie zusters Guérec die sinds de dood van hun ouders een kleine rederij en een winkel beheren en gedrieën hun volwassen broer Jules van het slechte pad af en onder de duim houden." Tot zover de tekst op de achteromslag van deze Zwarte Beertjes pocket. Na een bezoek aan de vergadering van de redersvergadering rijdt Jules voor het eerst alleen 's avonds naar huis van Quimper naar Concarneau. Hij is gespannen want na zijn bezoek aan de vergadering is hij met een meisje meegegaan. Hij wil niet dat zijn zusters daar achter komen. Door een onoplettendheid rijdt hij een kind aan, een jongetje, de helft van een tweeling. Zonder iets te zeggen rijdt hij door. Gaat eerst nog terug naar om ergens iets te drinken en zichzelf van een alibi te voorzien. Maar de schuld blijft op hem drukken en hij gedraagt zich vreemd. Iets wat hij voor zijn zusters niet verborgen kan houden. Met name Céline houdt hem nauwgezet in de gaten.

Dit boek speelt eens niet in Parijs, de stad van Maigret, maar in Bretagne in een klein vissersdorp waar iedereen elkaar nauwlettend in de gaten houdt. Dat weet Simenon mooi weer te geven, de beklemmende greep die de hoofdpersonen op elkaar hebben. Jules wil daar graag aan ontkomen, maar hoe hij ook worstelt, hij kan niet aan zijn lot ontkomen. Zelfs na een uitbarsting van woede waarbij hij zich op zijn meest dominante zus werpt, haar zelfs slaat, lukt het hem niet aan haar greep te ontkomen. Zoals twee echtgenoten in een al jarenlang liefdeloos huwelijk zijn ze tot elkaar veroordeeld. De poging van Jules een eigen leven te gaan leiden leidt uiteindelijk tot niets. De beklemming en de twijfels van Jules, de eigenlijke hoofdpersoon van dit boek, worden door Simenon, meester van de psychologische roman, zoals altijd intens weergegeven.

Omslag: Dick Bruna