dinsdag, juni 20, 2017

Jean Echenoz: Hardlopen

Hardlopen gaat over hardloper Emil Zátopek, bijgenaamd De Tsjechische Locomotief, en is de tweede in een korte reeks van drie biografische romans van Jean Echenoz. De eerste gaat over de Franse componist Maurice Ravel en heeft diens achternaam als titel, de laatste, Flitsen, gaat over de uitvinder Nikola Tesla. Na het lezen van de eerste van deze serie over de laatste jaren van Ravel in de Verenigde Staten, haakte ik af als volger van het werk van Echenoz. Ik vond dat boek te somber en het kon me maar niet boeien. Au piano, de dikke roman die er aan voorafging vond ik fantastisch en misschien had dat er mee te maken dat de opvolger alleen maar kon tegenvallen.

Pas met 14 dat ik moest lezen omdat ik bezig was met een theaterstuk over de Eerste Wereldoorlog haakte ik opnieuw aan als fan van Echenoz waarvan ik tot dan toe van Lac tot en met Ravel alle zeven achtereenvolgende romans had gelezen.

De carrière van Zátopek begint in de Tweede Wereldoorlog tijdens de bezetting van Tsjechië door de Duitsers. In eerste instantie heeft hij helemaal geen zin om hardloper te worden maar langzamerhand krijgt hij er steeds meer zin in en ontdekt hij dat hij bijna alle wedstrijden waaraan hij meedoet wint. Tot woede van de Duitsers die graag gezien hadden dat de Germaanse renners de beste zouden zijn. Na de oorlog wordt Zátopek een held van de communistische heilstaat, een voorbeeld. Dit hindert hem soms in zijn carrière omdat de leiders bang zijn dat hij tijdens een wedstrijd in het buitenland zal overlopen naar het westen.

Geraffineerd beschrijft Echenoz hoe de geheime dienst hem voortdurend in de gaten houdt, zijn interviews censureert of op essentiële punten anders weergeeft en hem woorden in de mond legt die hij nooit heeft uitgesproken. Ook een hoogtepunt is de pagina met beschrijvingen van diverse wijzen van hardlopen en de manier waarop de held van het verhaal loopt. Tegen alle regels in, alhoewel, dat moet gezegd, hij de uitvinder is van de eindsprint.

Nadeel van dit boek is dat de geschiedenis uiteindelijk toch teveel een 'en toen, en toen' verhaal blijft. Zoals verwacht bereikt de hoofdpersoon op een gegeven moment het hoogtepunt van zijn loopbaan waarna het alleen nog maar bergafwaarts kan gaan, zoals in de loopbaan van elke sportman of -vrouw. Wat Echenoz wel doet is sympathie opwekken voor de hardloper en tonen wat voor innemende man Zátopek was.

dinsdag, juni 13, 2017

Dave Eggers: A hologram for the king

Een man, Alan Clay, een consultant, wordt in A hologram for the king naar Saoedi Arabië gestuurd om een hologram te verkopen aan een koning. Hij is een mislukkeling en dit is zijn laatste kans. Ooit werkte hij voor een grote Amerikaanse fietsenfabriek die onder zijn leiding en als gevolg van de globalisering verplaatst werd naar China, hemzelf werkeloos achterlatend. Hij kan het collegegeld voor zijn dochter niet meer betalen en daarom moet er iets gebeuren. Maar de koning laat hem wachten en wachten. Hij raakt bevriend met een chauffeur, komt in contact met een dame van de Deense ambassade waar hij in een orgie terecht komt, en met een knappe vrouwelijke dokter die hem verlost van een vreemd gezwel in zijn nek.

Terwijl Clay dagen lang wacht in gezelschap van drie nerds met laptops, twee vrouwen en één man, in een grote witte tent in de woestijn, begint hij steeds opnieuw aan een brief aan zijn dochter om te vertellen dat hij haar niet meer kan onderhouden. Ook zijn er flashbacks naar thuis waar zijn buurman vlak voor zijn vertrek het meer is ingelopen en daar dood weer uit opgetakeld.

De figuur van Clay zou weggelopen kunnen zijn uit een roman van Arnon Grunberg zoals hij worstelt om iets van zijn leven te maken. De situatie, het verdwijnen van de industrie in de Verenigde Staten, de globalisering, is een van de veroorzakers van het succes van Donald Trump. De ouderwetse arbeiders zijn werkeloos geworden als gevolg van het verplaatsten van de productie naar lage-lonenlanden door consultants zoals Clay.

Ik was behoorlijk onder de indruk van What is the what het enige andere boek van Dave Eggers dat ik tot nu toe gelezen heb. Een heel bijzonder boek. Dat was een documentaire roman en ik was benieuwd naar een geheel zelfverzonnen boek van Eggers. Maar ook dit boek raakte een snaar, de steeds mislukkende pogingen van de vader een brief te schrijven aan zijn dochter, de met tederheid en humor beschreven mislukte seks met de vrouwen die hij ontmoet, en uiteindelijk het ontroerende van het verhaal van Alan Clay met wie je je verbindt en van wie je hoopt dat het hem toch lukt.

vrijdag, juni 09, 2017

Operomanija: Confessions

Confessions, a spatial opera in the dark is een bijzondere opera. Je moet hem geblinddoekt ervaren. Bij binnenkomst in de halfduistere ruimte in één van de Noletloodsen in Schiedam staan de stoelen rondom opgesteld rondom een stoel op een verhoging in het midden. Op elke stoel ligt een venetiaans masker waarvan met doek de gaten waardoor je zou moeten kijken zijn dichtgemaakt. Eén geselecteerde bezoeker neemt plaats op de middenste stoel, de zogenaamde pink chair, krijgt een doek omgeslagen en de rest zit rondom zonder iets te zien naar dat midden gericht.

Vervolgens worden alle zintuigen geprikkeld behalve het zicht. We horen muziek van alle kanten, elektronica, aria's, ik voel een jurk langs mijn been strijken, er wordt in mijn oor gefluisterd, ik krijg waterdruppels over me heen, ruik parfum. Een totaalervaring.

De inhoud van de voorstelling valt me jammergenoeg tegen. De zeven delen van de voorstelling gaan over de zeven hoofdzonden, iets wat me tijdens het luisteren niet is opgevallen. Toch het programma van te voren moeten bestuderen, iets wat ik meestal voor achteraf bewaar. In dit geval was het waarschijnlijk beter geweest die volgorde om te keren.

Maar hoewel de elektronische muziek mij niet zo kan bekoren, dat is een kwestie van smaak, is het een fantastisch concept. Een geweldige ervaring die ik niet graag had willen missen.

zondag, mei 28, 2017

Simenon: Maigret en de varkentjes zonder staart

De titel Maigret en de varkentjes zonder staart is enigszins misleidend. In het verhaal De varkentjes zonder staart komt Maigret niet voor. In slechts twee verhalen gaat het over Maigret en dat zijn nu juist niet de beste verhalen in deze bundel. Sowieso zijn de langere verhalen, vertelt in korte hoofdstukken, de beste. Eigenlijk lijkt de lengte van een novelle van tussen de 125 en 180 pagina's de ideale lengte voor Simenon. Het lijkt er op dat hij gewend was aan het vertellen van een verhaal binnen die beperkingen.

Het mooist en het spannendst vond ik het verhaal van Het kleine kleermakertje en de hoedenmaker. Vanaf het begin weet Kachoudas, een arme vluchteling uit een onbekend land, dat zijn overbuurman, de hoedenmaker, de seriemoordenaar is die de stad in zijn ban heeft. Maar hij durft de hoedenmaker niet te beschuldigen, die is veel machtiger dan hij en gaat om met de notabelen van de stad. Bovendien weet de hoedenmaker dat het kleermakertje het weet en dat deert de hoedenmaker niet eens. Een geweldig kat-en-muis-spel volgt.

De andere twee langere verhalen zijn het titelverhaal en Op straffe des doods. Beide zijn een staaltje van zwarte humor. In De varkentjes zonder staart is Germaine getrouwd met Marcel, een man die ze nauwelijks kent. Hij is journalist en als hij op een avond weggaat om een reportage te maken over een bokswedstrijd, keert hij 's nachts niet terug naar huis. Dan vindt ze in de zak van zijn jas een porseleinen varkentje zonder staart. Dankzij dat mysterieuze varkentje vindt Germaine uiteindelijk haar man terug.

In Op straffe des doods ontvangt Oscar Labro ansichtkaarten van een zekere Jules vanuit allerlei exotische oorden. Ethiopie, Dzjibouti, Port Said. De boodschap is telkens dat ze elkaar zullen terugzien, op straffe des doods. Langzamerhand komt de onbekende Jules dichterbij, soms met grote omwegen via Genua, Antwerpen. Ten slotte komt Jules bij Oscar aan, op het eilandje Porquerolles. Het blijkt dat Oscar jaren geleden in de moerassen van Oembole een boot heeft gestolen. Bij deze boot hing een bordje: "Verboden deze boot weg te kapen, op straffe des doods. JULES." En nu is Jules hier, gekomen om zijn straf uit te voeren, maar voordat hij dat doet teert hij wekenlang op de zak van Oscar, die rijk geworden is, in tegenstelling tot Jules.

Deze drie verhalen tonen het meesterschap van Simenon in het beschrijven van de levens en de gedachten van gewone mensen, hun drijfveren en hun remmingen. Vooral in de twee verhalen over Maigret, allebei de reconstructie van een misdaad, is dat helaas precies wat mist.

donderdag, mei 25, 2017

Arthur Polspoel: Het was toch een mooi leven

Dit boek kreeg ik van een vriendin naar aanleiding van het overlijden van mijn moeder in september. Ik had niet verwacht dat ik het uit zou lezen. Ik ben sowieso niet zo van de non-fictie boeken. Meestal begin ik enthousiast omdat een onderwerp me aanspreekt maar vaak kom ik niet tot de laatste pagina.

Dit is weliswaar een dun boekje maar het zet alle gedachten over rouw en rouwverwerking mooi op een rijtje. De essentie is dat iedereen op zijn of haar eigen manier rouwt. Er is niet een standaard manier.

Een goed voorbeeld daarvan las ik ooit in Lessen voor acteurs van Stanislavsky. Hij stelde dat slechte acteurs altijd gaan huilen als een dierbare is gestorven. Hij geeft het voorbeeld van een vrouw die na de dood van haar man het linnengoed begint op te vouwen en netjes een voor een in de kast legt. In de manier waarop ze dat doet toont ze haar verdriet, niet met tranen. Arthur Polspoel geeft in Het was toch een mooi leven op dezelfde manier in korte verhaaltjes tal van voorbeelden van rouw.

Ik vond het een fijn boek om te lezen want het toont aan dat je de rouw van een ander nooit helemaal kunt begrijpen, maar dat je je daarom ook niet schuldig hoeft te voelen. Niemand kan in de huid van een ander kruipen. Je kunt je best doen om een rouwende te begrijpen, te steunen, mee te leven, hetzelfde voelen kan niet en misschien is dat maar het beste. Uiteindelijk krijgt iedereen toch te maken met rouw, want geen enkele geliefde heeft het eeuwige leven.

Ook moeders niet. Gelukkig denk ik nog regelmatig aan haar, aan de dingen die ze zei, uitdrukkingen die ze gebruikte. Nu ze er niet meer is is ze niet meer een oude vrouw in een rolstoel, maar de essentie van haar persoonlijkheid geworden. Zoals ze haar hele leven is geweest. Een prachtige vrouw waar ik net als mijn vader onmiddellijk verliefd op had kunnen worden.

zondag, mei 14, 2017

Theater Utrecht: Hedda Gabler

Hedda Gabler van Henrik Ibsen is het eerste stuk dat ik regisseerde als eindexamen van mijn regieopleiding aan het Rotterdams Centrum voor Theater. Dertig jaar geleden, in 1987. Daarvoor had ik al drie versies gezien.

Het is één van de eerste stukken die ik me herinner als jong volwassene gezien te hebben in een echt theater. Het was in Enschede tijdens mijn studietijd eind zeventiger jaren in de Twentse Schouwburg en werd gespeeld door een repertoiregezelschap uit die tijd, ik weet niet meer welk. Ik kende het verhaal niet en was aan het einde verpletterd. Geïntrigeerd door het stuk zag ik in ongeveer in dezelfde tijd een eveneens indrukwekkende BBC-versie uit 1972 op mijn zwart/wit-televisie met Janet Suzman in de hoofdrol. (Op YouTube staat trouwens een filmversie met Ingrid Bergman als Hedda Gabler, ook in zwart/wit, die ik nog niet heb bekeken.)

Daarna zag ik begin jaren tachtig in Rotterdam in theater Lantaren/Venster de anarchistische versie van Jan Decorte met een dubbelrol voor Decorte zelf als Tesman en Lövborg en Sigrid Vinks als Hedda Gabler. Nadat ik het stuk zelf een keer onder handen had genomen zag ik in ieder geval nog de magistrale versie in de regie van Marcelle Meuleman met Catherine ten Bruggencate (mijn favoriet tot nu toe) en de Ro theater versie met Marieke van Leeuwen. Daarna reisde ik nog naar Den Haagvoor een kille punkversie van Suzanne Kennedy met Çigdem Teke bij het Nationale Toneel. Opgeteld zag ik het stuk dus meer dan acht keer en was deze Hedda Gabler van Theater Utrecht geregisseerd door Thibaud Delpeut de negende. Ditmaal met Karina Smulders in de titelrol.

Karina Smulders speelt Hedda als een verwend kreng dat haar zin wil hebben, I want it all and I want it now lijkt haar credo. Net als bij Suzanne Kennedy is het decor een grote legen en kille ruimte waar de personages ver van elkaar verwijderd blijven. Delpeut heeft meer nadruk dan gewoonlijk gegeven aan de seksuele insinuaties van rechter Brack, de huisvriend van Hedda en Jurgen, gespeeld door Peter Blok. Daarmee maakt hij dat seksuele explicieter dan zoals het oorspronkelijk door Ibsen impliciet beschreven is. Dat vind ik een klein minpuntje in een verder uitstekende Hedda Gabler.

maandag, mei 01, 2017

Arnon Grunberg: Moedervlekken

Afgelopen week las ik mijn zoveelste Arnon Grunberg uit. Moedervlekken, zijn nieuwste roman. Van Vestdijk werd altijd gezegd dat hij sneller schreef dan god kon lezen, maar ook Grunberg heeft daar een handje van. Ik hoef en wil niet alles van Arnon Grunberg lezen maar zijn romans probeer ik bij te houden. Tot nu toe heb ik die op één na, Het bestand, allemaal gelezen. Of eigenlijk twee, want Gstaad 95-98 dat hij schreef onder het pseudoniem Marek van der Jagt heb ik ook nog steeds niet gelezen.

Een lange inleiding voor dit stukje over Moedervlekken.

Kadoke is psychiater en werkt bij de crisisdienst voor suïcidepreventie. Zijn oude moeder heeft zorg nodig en die krijgt ze van twee Nepalese vrouwen die illegaal in het land zijn. Als één van de twee op een dag de deur opent slechts gekleed in een handdoek vergrijpt hij zich aan haar. Is het een verkrachting of is het liefde? Als gevolg hiervan moet Kadoke nu de verzorging zelf regelen. Hij doet dat op onconventionele wijze door een patiënte in huis te halen om voor zijn moeder te zorgen. Als grensoverschrijdende behandeling voor de patiënte, een jonge vrouw die aan zelfmutilatie doet. Zo helpt de vrouw hem en hij de vrouw. Alles uit liefde voor zijn moeder.

Recensies roemen het boek als 'krachttoer', 'intiem portret van de liefde tussen zoon en moeder' en inderdaad is dit een indrukwekkend verhaal dat alle kanten op slingert als een botsautootje of een karretje in een achtbaan op de kermis. Aan de ene kant volkomen absurd, aan de andere kant realistisch. Een geweldig boek dat ik iedereen kan aanraden om te lezen.

vrijdag, april 14, 2017

Niña Weijers: De consequenties

Het debuut van een mooie jonge blonde schrijfster, gelijk een bestseller, overal lovende recensies (nou ja, behalve dan de zure opmerking 'prietpraat' van Arjan Peters) en een omslag met een naakte vrouw er op. Dat is De consequenties van Niña Weijers. Ik moet zeggen dat ik er sceptisch aan begon.

Het is een ideeënroman over moderne kunst over een jonge kunstenares, met de wonderlijke naam Minnie Panis, die gelijk na haar opvallende afstudeerproject wordt benaderd door een agent. Haar kunst gaat over verdwijnen, over onthechten en dat heeft raakvlakken met haar persoonlijke geschiedenis. Het centrale verhaal in het heden van het boek (2012) gaat over haar ontmoeting en relatie met een fotograaf. Hij fotografeert haar terwijl ze slaapt en verkoopt de foto's voor veel geld aan de het Engelse modetijdschrift Vogue. Foto's waar ze wel en niet op aanwezig lijkt te zijn.

Minnie Panis is woedend. Ze roept de fotograaf op het matje en doet hem een voorstel. Hij zal haar drie maanden lang volgen en haar fotograferen, als een privédetective die iemand volgt, of een geheim agent. Aan het einde van de periode zal hij de foto's inleveren bij de notaris waar ze de afspraak contractueel hebben vastgelegd.

Op ongeveer een derde van het boek neemt de geschiedenis een bijzondere wending als Minnie een brief ontvangt met datumstempel 12 januari 2012 met het motto: Het enige wat de vis hoeft te doen, is zich verliezen in het water. Een nogal wazig verhaal over een behandeling die Minnie heeft ondergaan, met verwijzingen naar het einde van de twintigjarige cyclus in de Maya-kalender en het voorspelde einde van de wereld op 12 december 2012. Wat is er in het verleden van Minnie gebeurd?

Later gaan we terug naar 1984, het geboortejaar van Minnie en komen we meer te weten over wat er in 1991 is gebeurd. Al met al is het een fascinerend verhaal dat stukje bij beetje en heen en weer springend in de tijd wordt verteld met vele verwijzingen naar moderne beeldende kunst. Soms noemt ze de kunstenaar bij naam, soms moet je raden over wie het gaat.

In het verleden had Minnie een verhouding met een student die promotieonderzoek deed naar de verdwijning van kunstenaar en cultfiguur Bas Jan Ader. Op pagina 254 begint een lang verhaal in een afwijkend lettertype over de geschiedenis en achtergronden van Ader onder de titel All is falling. Is het een fragment uit het onderzoek van de student?

Ook Minnie Panis is een verdwijningskunstenaar. De eerste regel van het boek is "Op de dag dat Minnie Panis voor de derde keer uit haar eigen leven verdween stond de zon laag en de maan hoog aan de hemel." Ze realiseert zich vreemd genoeg wat het betekent om afwezig te zijn als ze plaatsneemt op de stoel tegenover Marina Abramović bij haar performance The Artist is Present in het MoMa. "Twee mensen staarden naar elkaar, maar alleen om zichzelf los te maken van de ander, van zichzelf, op te lossen in de tienduizend dingen."

Niña Weijers nam met dit debuut veel hooi op de vork maar ze slaagt met vlag en wimpel voor haar meesterproef.

donderdag, april 13, 2017

H.M. van den Brink: DIJK

Een vergelijking is de ondertitel van DIJK. Het is het verhaal van een vriendschap. De vriendschap tussen de schrijver en Karl Dijk. Twee mannen die in 1961 beginnen bij het ijkkantoor aan de Brouwersgracht te Amsterdam. Twee verschillende mannen die je met elkaar zou kunnen vergelijken. Dijk is streng en rechtlijnig, een man die geen fouten lijkt te kunnen maken. Hij komt over als een monnik in een cel die leeft voor het ijken. Ongehuwd, levend voor het werk. De schrijver is getrouwd met kinderen. Een twijfelaar, wat weet hij nou werkelijk?
Tijdens hun beider werkzame leven tussen 1961 en 2006 verandert de wereld. Gelijk in het begin merkt de schrijver op dat de tijd is geprivatiseerd, ieder heeft zijn eigen klok met zijn eigen tijd, er is niet meer een kerktoren in het centrum van de stad die de tijd voor iedereen aangeeft. Zo is ook het ijken geprivatiseerd, het bedrijf waar de beide mannen werken wordt geprivatiseerd, het wegen van de plakjes worst bij de slager verdwijnt en de plakjes worst worden verpakt en gewogen aangeleverd bij de supermarkt. In Parijs ligt nog steeds onder een grote stolp de standaardkilo maar die legt geen gewicht meer in de schaal.

H.M. van den Brink schetst een mooi, nostalgisch en haarfijn beeld van de wereld aan het begin van de jaren zestig en hoe die langzamerhand is verdwenen. Ook de compositie van het boek is bijzonder. Het verhaal begint als de schrijver 's nachts rond elf uur in zijn woonkamer zit en plotseling Dijk midden in de kamer ziet staan in een drijfnatte jas. Dat is de aanleiding om zijn herinneringen aan Dijk en aan de dienst op te gaan schrijven. Hij weet niet waar te beginnen en begint dan aan twee kanten, bij het afscheid van Dijk en bij hun aantreden bij de dienst in 1961. Hij is de schrijver van de afscheidsspeech voor Dijk die de directeur uitspreekt. De afscheidsspeech waarbij de toegesprokene niet komt opdagen. 

Zo weeft de schrijver een web van verschillende verhalen. De begintijd op de dienst, het mislukte afscheid, de geschiedenis van de twee mannen die de lengte van de standaardmeter moeten ontdekken door de afstand van de noordpool tot de evenaar te meten, de afscheidsspeech die de directeur ondanks alles voorleest, het onderzoek in de archieven naar het verleden van Dijk ter voorbereiding op die afscheidsspeech, het verhaal van de schrijver zelf, de dramatische gebeurtenis die hij meemaakt tijdens de eerste drie jaar van zijn carriere in het plaatsje Sint Maartenszee, en dan is er nog het heden waarin de schrijver meent Dijk te hebben teruggezien, midden in zijn kamer, in een natte regenjas. Een hallucinatie?

Een knap geconstrueerd boek, een spannend verhaal dat aan het einde het mysterie intact laat. Wie of wat was Karl Dijk werkelijk?

dinsdag, april 11, 2017

Herman Koch: Makkelijk leven

Eigenlijk is het boekenweekgeschenk dat Herman Koch schreef een uitgestelde grap. Zwarte humor weliswaar, maar één lang uitgesponnen grap. Aan het begin schrijft Tom, de verteller, dat hij rijk is geworden met het schrijven van een zelfhulpboek, Makkelijk leven. Dezelfde titel als het geschenk dat wij in de hand hebben. De elf tips die in zijn zelfhulpboek staan passen makkelijk op één A4-tje. Als schrijver zou je de lezers gemakkelijk zo'n A4-tje met tips kunnen geven maar om er een boek van te maken moet je het aankleden met uitleg en voorbeelden. Om er op die manier 300 pagina's van te maken en er wat aan te verdienen. Tom belooft ons op de laatste pagina alle tips te geven, gratis en voor niets, als extraatje.

Precies zo is het met dit boek. De grap kan gemakkelijk in elf regels worden verteld. Maar wordt aangekleed met uitleg, reflecties en voorbeelden. Tijdens een verjaardagsfeestje van Julia staat opeens een van hun schoondochters voor de deur. Hanna, de schoondochter die getrouwd is met Tom's lievelingszoon. De andere zoon is geemigreerd en buiten beeld geraakt. Aan Hanna hebben Tom en Julia op zijn zachtst gezegd een hekel. Maar Tom is over de schreef gegaan, en heeft dit vaker gedaan. Wat moet de vader doen? Ingrijpen of de zaken op zijn beloop laten? Dat is de intrigerende premisse waarmee het boek na een korte inleiding van start gaat.

Een grappig boek, een beetje een niemandalletje. Lees je een dagje met ons mee? vraagt de boekenlegger met daarop een foto van Herman Koch als conducteur. Dat is een goede omschrijving van dit boek dat ik op 1 april, de dag van de grap, tussen Groningen en Amersfoort uitlas: treinlectuur.

donderdag, april 06, 2017

Toneelschuur: Ivanov

Eén van de vroege stukken van Tsjechov, Ivanov, geregisseerd door een jong en veelbelovend regisseuse, Nina Spijkers. Het brengt herinneringen bij me boven aan De Kersentuin, geregisseerd als een dolgedraaide machine door Frans Strijards, jaren geleden. De scène waarin Ivanov (Roeland Fernhout) en zijn vrouw Anna (Wendell Jaspers) op muziek van Nirvana (Come as you are) de geschiedenis van hun huwelijk spelen als een wilde pantomime is werkelijk fantastisch. Deze Tsjechov heeft dezelfde vaart en humor.

In NRC Handelsblad lees ik in de column van Frits Abrahams hoe een countryzangeres waar zijn dochter van houdt en over schrijft, Courtney Mary Andrews, hem doet denken aan Emmylou Harris. Wanneer je ouder wordt lijkt het wel alsof je alles al eens gezien of gehoord hebt. Maar dat is desondanks niet erg. Want met Nina Spijkers is een talent geboren en het is fijn dat er een groep is die het stokje van Discordia overneemt. De Theatertroep waar ik kortgeleden over schreef.

Ivanov is een zwartkijker en brengt met zijn melancholie het hoofd op hol van een jong meisje terwijl zijn vrouw ziek thuis zit en weldra zal sterven. Hij heeft fikse schulden en een mogelijke uitweg daaruit is om na de dood van zijn vrouw met het jonge en vermogende meisje te trouwen. Een donker en zwart verhaal dat Tsjechov volgens de overlevering in tien dagen neerpende tussen zijn werkzaamheden als arts door.

Om zo'n verhaal met geestigheid, vaart en humor te brengen is wel wat nodig. Er is een nieuwe bewerking van het stuk, er is moderne grunge-rock van Nirvana en er is een decor van zich spiegelende hokjes als in een tekening van Escher. De bijfiguren zijn karikaturen maar alles draait met name om Ivanov, om zijn vrouw en de jonge Sasja. Roeland Fernhout heeft een Nick Cave-achtige duisternis om zich heen, Wendell Jaspers is juist heel nuchter en Nimuë Walraven is mooi dweepziek.

Ik ben nieuwsgierig naar de volgende regie van Nina Spijkers, ze schijnt al een aantal opvallende stukken te hebben geregisseerd.

dinsdag, april 04, 2017

Pechdag

  1. Gevallen met de fiets

    Als ik het paadje van de universiteit naar het fietspad langs de Burgemeester Oudlaan afrijdt komt mijn voorwiel in aanraking met de trottoirband rechts van mij. Ik wankel even, doe een poging bij te sturen maar smak desondanks tegen het asfalt. Mijn hoofd slaat met de rechterwang tegen het trottoir, mijn linkerhand slaat tegen het asfalt. Als ik opkrabbel en wijdbeens op het trottoir zit zie ik grote schrammen op de muis van mijn duim. Een man komt aangelopen vanuit een bestelbusje. Hij vraagt me of het goed met me gaat. Ik sta op. Ja, ik heb niks ernstigs, zeg ik. Hij wijst op het bloed aan mijn kin en raadt me aan op mijn hoofd te letten. Hij wijst daarbij met zijn hand naar zijn eigen voorhoofd. Dat zal ik doen, zeg ik, ik ga eerst een stukje lopen. Ik loop langzaam naar de stoplichten van de kruising met de Abraham van Rijckevorselweg. Mijn linkerhand doet nog het meeste pijn en mijn vingers zijn stram. Ik beweeg ze heen en weer om het leven er in te houden.
  2. Gevallen kroon

    Thuis maak ik een tosti en terwijl de twee op elkaar geplakte boterhammen met ham en kaas in de koekenpan liggen te bakken, eet ik een korstje van de kaas. Plotseling voel ik een steentje in mijn mond. Denk ik. Ik probeer de steen te vinden in de kaas die ik uitspuug op mijn hand maar zie niets. Even later voel ik met mijn tong iets scherps aan mijn linkerkies boven. Er is een stuk van mijn kroon afgebroken. Ik zoek op het bord en zie dat er inderdaad een stukje porselein ligt. Een beetje geel, met een donker randje. Een afgebroken stukje van de kroon.
  3. Derailleur gebroken

    Ik bel de tandarts en maak een afspraak voor de volgende ochtend. De nacht zal ik wel doorkomen. Na dit geval van the postman always rings twice heb ik niet zo'n zin meer om naar de stad en naar de bloedbank te fietsen. Ik heb al genoeg bloed gezien en verloren. Ik besluit naar de Lusthofstraat te fietsen om daar brood te gaan kopen. Ik fiets het achterpad uit, sla linksaf om het holletje omhoog te fietsen naar de Drinkwaterweg, schakel terug naar een lagere versnelling en hoor ineens SPROINK! Mijn derailleur is afgebroken en hangt in de spaken van mijn achterwiel. Ik stap af, haal de derailleur los uit het achterwiel en loop met de fiets terug. Vandaag is mijn pechdag. Ik heb zin om in bed te gaan liggen. Maar dat laatste doe ik natuurlijk niet. Ik loop naar de supermarkt, beschenen door een stralende zon, genietend van de bloesemende bomen want de zomer komt er aan. Ik koop daar brood en loop terug naar huis om mijn belevenissen op te schrijven.

zondag, maart 26, 2017

Theatertroep vs Discordia: Plot vs collage

Binnen een week zie ik op een zaterdag en een woensdag twee Shakespeare-stukken, Driekoningenavond (Twelfth night) en Zoals het u bevalt (As you like it). Twee gelijksoortige komedies gespeeld door twee gelijksoortige groepen. De Theatertroep is een groep jonge theatermakers die werkt in dezelfde stijl als groepen zoals 't Barre Land, De Roovers, Stan en Discordia. Een speelstijl vooral gericht op de tekst en op het toneelspelen en minder op het verhaal. Toch zijn beide voorstellingen compleet verschillend. De Theatertroep speelt hun stuk met een groot aantal spelers, elf in totaal waardoor alle rollen zijn bezet. Verder spelen de mannen vrouwen en de vrouwen mannen, met uitzondering van Malvolio, die mannenrol wordt ook door een man gespeeld.

Discordia bestaat de laatste jaren uit drie vrouwen, Annette Kouwenhoven, Miranda Prein, Maureen Teeuwen, en regisseur Jan Joris Lamers. Omdat ze slechts met zijn vieren zijn en alle rollen moeten spelen, wisselen ze regelmatig van geslacht en wordt dezelfde rol niet altijd door dezelfde acteur gespeeld. Daarbij komt nog dat in dit geval de scenes niet in de juiste volgorde worden opgevoerd. Een vrij abstracte vorm van Shakespeare spelen, Shakespeare voor gevorderden. Of zoals Peter Greenaway ooit beweerde: als je verhalen wilt dan ben je veroordeeld steeds dezelfde verhalen voorgeschoteld te krijgen. In zekere zin is dat waar. Het verhaal van Driekoningenavond heeft weinig om het lijf. Wat de voorstelling van de Theatertroep de moeite waard maakt zijn het spel, het spelplezier van de spelers, en de fantastische teksten van Shakespeare. Daar komt dan ook nog het decor van de Wilhelminapier bij want de voorstelling wordt gespeeld in de bovenzaal van Kantine Walhalla, met de gordijnen open waardoor je door de grote ruiten naar buiten kijkt.

Twee bijzondere avonden.


vrijdag, maart 17, 2017

Martin Bril: Een plek onder de zon

Meestal staat hierboven een foto van het de voorkant van de omslag van het boek waarover mijn stukje gaat. Ditmaal is dat de achterkant. De beschrijving van de inhoud van Martin Bril's Een plek onder de zon op de achterkant is zo helder en zo goed dat ik er weinig aan toe kan voegen. (Klik op de foto voor een vergroting.) Er waren echter twee dingen die mij opvielen.

Martin Bril hield van Amerikaanse muziek en niet van The Beatles. Terwijl Elvis Presley en Bob Dylan regelmatig in zijn stukjes opduiken, komen The Beatles slechts één keer voor. Met het nummer Penny Lane in een stukje (Satisfaction) waar in hij het volgende opmerkt: "Je denkt: er komt een dag dat heel de rijke geschiedenis van de popmuziek, miljoenen liedjes, uit een handvol gouwe ouwen bestaat." Waarna Bril denkt aan Elliott Smith, een Beatle-fan in hart en nieren die de hand aan zichzelf sloeg. "Een groot voorbeeld kun je beter niet volgen."

Ten tweede verlangt Martin Bril regelmatig naar huis. Een eigen huis, een plek onder de zon is niet voor niets de titel. Vaak is het tijd om naar huis te gaan, daar wacht mevrouw Bril met het avondeten. "Zo gaan de dingen. Lord, I feel like going home. Iets anders kan een man, uiteindelijk, niet over zijn lippen krijgen."

Tenslotte is Martin Bril overduidelijk van dezelfde generatie als ik, met twee dochters die van dezelfde muziek hielden als waar mijn dochters van hielden toen ze nog thuis woonden. Underneath your clothes, The Ketchup Song, Watskeburt, liedjes die ook in huize Spoel-Brinkman voorbij kwamen. Dan is er de onnavolgbare stijl, regels die je wil citeren, voorlezen, voordragen. Martin Bril wordt nog steeds gemist.

Zoals je onlangs nog kon zien in De Wereld Draait Door waar Bart Chabot twee verhalen van Martin Bril voorlas naar aanleiding van de verkiezingen en het thema "nederlandse identiteit", dat onverwacht een thema was. Van mij mag Bart Chabot een televisieprogramma krijgen zoals dat van Simon Carmiggelt vroeger. Waarin hij 's avonds voor het slapen gaan iedere avond een verhaaltje van Martin Bril voorleest.

woensdag, maart 15, 2017

Bob den Uyl: Onuitroeibare misverstanden

Ondanks het feit dat Bob den Uyl alleen per trein en/of per fiets reisde is er een prijs voor het beste nederlandstalige reisboek naar hem vernoemd. Terecht. Want de reisverhalen van Bob den Uyl behoren tot de beste ooit geschreven in de nederlandse literatuur. Zelfs als er bijna niets gebeurt is het bij Bob den Uyl spannend, verrassend en vaak absurd.

Door zijn nieuwsgierigheid belandt hij op de vreemdste plekken zoals in het schrijfmachinemuseum in Bayreuth in het lange verhaal Neurenbergse protocollen. Daar, in het instituut voor stenografie in de Berneckerstrasse, wordt hij door een dik meisje met een bril gebracht naar een kleine collectie van slechts enkele schrijfmachines. Wat hem in woede doet ontsteken waarna hij zijn beklag gaat doen bij de plaatselijke VVV wat vervolgens natuurlijk niets anders oplevert dan onbegrip van de plaatselijke beambte.

Onuitroeibare misverstanden is een selectie uit het grote aantal korte verhalen dat Bob den Uyl schreef en geeft een mooie dwarsdoorsnede van zijn werk. Het eerste tamelijk realistische verhaal vertelt van een dagje naar het strand van de verteller en zijn vriendin met wie hij het eigenlijk uit wil maken. Maar hij weet niet hoe en hoewel het hem uiteindelijk lukt gaat het dan weer precies op een manier dat hij het zelf niet wilde.

De opkomst en ondergang van de zwarte trui is daarentegen een volkomen absurdistisch verhaal zonder enige dialoog over de opkomst en ondergang van een nachtelijke wielerkoers. Een verhaal dat volkomen uit de hand loopt en steeds fantastischer wordt, ontaardend in de verdwijning en schijnbegrafenis van de Belgische koningin Fabiola.

Het laatste verhaal in de bundel, De duur van de wereld, is eveneens een absurdistische vertelling, maar het opvallende aan dat verhaal is juist dat, hoewel de meeste verhalen in de eerste persoon worden verteld, dit verhaal in de derde persoon wordt verteld. Daarin wordt de achtervolgingswaan van de hoofdpersoon, ("Alex Vreugdenberg, een vrijgezel van vierendertig jaar", "iemand met een intense afkeer van avontuur") langzamerhand werkelijkheid.

Nederland is een klein land, geen plaats voor The Great American Novel. Misschien is het korte verhaal daarom zo groot. Naar mijn mening hebben we een uitzonderlijke groep geweldige korte-verhalenschrijvers. Belcampo, Biesheuvel, Bordewijk, Bril, Campert, Van Hassel, Hotz, Nescio, Snijders en natuurlijk Bob den Uyl.

donderdag, maart 09, 2017

Senf Theaterpartners: De vader

"Het decor is ouderwets" zeg ik voor aanvang van het stuk tegen mijn oudste dochter. "Traditioneel," corrigeert ze mij. Ik ben met mijn dochter naar dit stuk gegaan omdat het over een dementerende vader gaat en zij op de geheugenpoli van een ziekenhuis stage heeft gelopen als psychologiestudent. Zelf vertoon ik gelukkig nog geen verschijnselen van dementie en ook Hans Croiset die de hoofdrol vertolkt samen met Johanna ter Steege als zijn dochter lijkt geen moeite te hebben zijn teksten te onthouden.

Traditioneel is de vormgeving in zekere zin maar het decor, een huiskamer die langzamerhand steeds leger wordt, is uitermate functioneel.

De vader van Florian Zeller is een succesvol frans theaterstuk dat ook in Londen triomfen vierde. Het gaat zoals gezegd over een dementerende vader die verzorgt wordt door zijn dochter Anne. Die heeft het niet makkelijk met hem. Zij is niet zijn lievelingsdochter, die komt niet meer, is misschien verongelukt? Het is schrijnend om te zien hoe de vader zijn dochter recht in het gezicht zegt dat ze niet zijn lieveling is.

Het is mooi hoe het stuk toont hoe de vader steeds minder herkent van zijn omgeving en hoe zijn angsten worden weergegeven. Zo zien we eerst Hans Croiset samen met Johanna ter Steege vader en dochter spelen en in een volgende scène wordt de dochter plotseling door een andere actrice gespeeld (Rianne Gerritsen), en is ze ineens niet meer getrouwd. Ook is niet duidelijk van wie het huis is waar gespeeld wordt tot in de laatste scène de hele kamer leeg is op een ziekenhuisbed na wanneer de vader in een verzorgingshuis is belandt en de dochter met haar man verhuisd is van Parijs naar Londen.

Menige bezoeker pinkte aan het einde een traan weg, waarschijnlijk vanwege de herkenbaarheid van de situatie. Mijn eigen vader heeft ze gelukkig allemaal nog goed op een rijtje en vaak sta ik verbaasd van zijn kennis en eruditie op 91-jarige leeftijd. Een situatie als in De vader wens ik niemand toe.

De vader is nog tot 8 december 2017 te zien op diverse plaatsen in Nederland. Bekijk de speellijst hier.

zondag, februari 26, 2017

Rieks Swarte: Potters Beesten


Potters beesten is een vijfentwintig jaar oude voorstelling van Rieks Swarte die hernomen is. Volgens de berichten met dezelfde bezetting als vijfentwintig jaar geleden maar als wij de voorstelling zien blijkt Servaes Nelissen niet van de partij te zijn, die nog wel op de flyer en de poster te zien is. Is hij ziek? Wilde hij niet meer meedoen? Het wordt niet uitgelegd. Zijn rol wordt in de zaal Rotheater gespeeld door... Ja, door wie eigenlijk? Het staat niet op de site van Rieks Swarte, niet op de site van Servaes Nelissen (daar staat de voorstelling gewoon op zijn speellijst), niet op de site van productiebureau Via Rudolphi en niet op de site van het Rotheater waar de voorstelling wordt gespeeld. Waarom niet? Het komt me wonderlijk voor. Ik begrijp er niets van.

Dat neemt niet weg dat Potters beesten een heerlijke ongecompliceerde en humoristische voorstelling is en blijft. Poppentheater voor jong en oud. Vijf verhalen van Beatrix Potter worden als een soort Engelse panto gespeeld. Onder leiding van de oude meester Rieks Swarte die als spreekstalmeester optreedt maken de vier mannen en de technicus aan de zijlijn een heerlijk avondje schmieren van. Op basis van de beroemde verhalen van Beatrix Potter die vooral bekend is van Peter Rabbit of Pieter Konijn. Voor wie het werk van Rieks Swarte niet kent, dat gebeurt met veel poppen, bordkartonnen decors en vet aangezet toneelspel. Op deze manier schept hij een fantasierijke en wonderlijke wereld waarin de dieren met elkaar kunnen praten zonder hun dierlijke eigenschappen te verliezen.

Ik was er niet bij vijfentwintig jaar geleden maar nu kunnen we gelukkig alsnog met de hele familie genieten.

zondag, februari 19, 2017

In memoriam Dick Bruna

Ik ben van 1955 net als nijntje. Maar de eerste boeken van Dick Bruna die wij lazen waren De Appel en Kleine Koning. Vrolijk gekleurde prentenboeken die wij zoals alle kleine kinderen voorgelezen kregen, lazen en steeds herlazen. Toen nog rechthoekig, pas later ging Dick Bruna over op het vierkante formaat.


We werden groter en gingen langzamerhand grote-mensenboeken lezen. Zwarte Beertjes. Daar begon pas de echte liefde voor het werk van Dick Bruna. James Bond, The Saint, OSS 117, Havank en natuurlijk Maigret en de romans van Simenon. Allemaal gestoken in prachtige omslagen, kleine kunstwerkjes van de schepper van nijntje. Als vader van nijntje werd hij wereldberoemd, maar nijntje pluis is mij te lief en te zoet.

Hierbij ter nagedachtenis aan een groot grafisch artiest één van mijn lievelingsomslagen, geïnspireerd door het werk van Fernand Léger: Maigret en de geschaduwde schoolmeester.

woensdag, februari 08, 2017

Lizzy Timmers groep: De terugkeerturk

De eerste keer dat ik Yonina Spijker zag spelen is inmiddels jaren geleden, ik denk rond 2002 toen ik bij Studium Generale Delft werkte. Daar kwam Jonghollandia een voorstelling spelen, Pixels. Zes jonge theatermakers onder de hoede van Theatergroep Hollandia. Jonghollandia werd al snel Wunderbaum, maar zonder Yonina Spijker want haar grote talent werd snel ontdekt en ze vertrok.

Ik bleef Wunderbaum volgen maar verloor Yonina Spijker uit het oog, alhoewel ik haar op dat moment zonder enige twijfel het grootste talent van Jonghollandia vond. Bijna tien jaar later, in 2011, zag ik haar terug, samen met Lizzy Timmers in de voorstelling Kaap Kat, spelend voor een handvol mensen in een buurthuis op het Afrikaanderplein in Rotterdam-Zuid.

Nu speelt ze een groot aantal personages in de nieuwe voorstelling De Terugkeerturk van de eveneens nieuwe Lizzy Timmers Groep. Te beginnen bij Maaike, een onderzoekster die onderzoek heeft gedaan naar waarom zoveel goed opgeleide jonge Turken 'terug' gaan naar hun land, Turkije, een land waar ze niet zijn geboren. Zoals De Volkskrant schrijft is dat het goede nieuws. Dat Yonina Spijker alle personages speelt. Want nog steeds is ze een fantastisch actrice. Dat was ze in 2002, in 2011 en is ze nog steeds.

Ze speelt niet alleen de serieuze onderzoekster, maar ook een Marokkaanse puber, een filmmaakster die van haar omgeving tegen haar wil in terug moet gaan naar haar roots, een jonge vrouw die is teruggekeerd naar Turkije. Het levert een fragmentarische en collagevoorstelling op die vooral door het indrukwekkende acteerwerk overeind blijft.

Naast Yonina Spijker staan er nog twee muzikanten op het podium die de solovoorstelling begeleiden en soms even inbreken. Ze maken mooie muziek maar voegen mijns inziens niet veel toe. Op één moment na. Eén van de twee muzikanten is zelf een Turk en er is even een korte maar ongemakkelijke confrontatie tussen de Nederlandse onderzoekster en haar onderwerp.

Een voorstelling die ergens over gaat van een nieuwe theatergroep die een belofte voor de toekomst inhoudt.

dinsdag, februari 07, 2017

Kleine gezelschappen: 3 tips in de strijd tegen de Bovenbazen

"Het is ongelijk verdeeld in de wereld. Sommige lieden hebben niets en andere hebben alles." * Aan de ene kant zijn er de kleine gezelschappen, podia en cultuurcentra die moeten sappelen om geld bij elkaar te krijgen, meestal zonder succes. Zelfs als de kwaliteit positief wordt beoordeeld dan nog krijgen ze het geld niet omdat er teveel aanvragers zijn. Aan de andere kant zijn daar de grote en succesvolle instellingen, ooit ook klein begonnen zoals bijvoorbeeld het IFFR, die al het geld naar zich toe trekken zoals in De Bovenbazen van Marten Toonder waarin Heer Bommel omdat hij één dubbeltje van Tom Poes aanneemt over de grens gaat waardoor zijn vermogen alleen nog maar groeit.

Zo lezen we in Duizenden urensubsidie aanvragen (van Gretha Parma in NRC Handelsblad) over Korzo, een kunstenplatform dat kleine dansgezelschappen de mogelijkheid biedt experimentele dansvoorstellingen te produceren met als doel talentontwikkeling. Ondanks dat de kwaliteit door de commissie als hoog wordt beoordeeld valt het platform buiten de boot omdat er teveel aanvragen zijn.

Tom Poes en de Bovenbazen, door Marten Toonder

In Wim Pijbes gaat kunst in Rotterdam steunen met geld van miljardairsfamilie (eveneens van Gretha Parma in datzelfde NRC Handelsblad) wordt melding gemaakt van een nieuw fonds, geleid door Wim Pijbes, dat geld verdeeld van de miljardairsfamilie Van der Vorm. Zij gaan niet over tien- maar over honderdduizenden euro’s. De eerste instelling waaraan zij geld gaven is IFFR, het International Film Festival Rotterdam. Een festival waar ooit door de gemeente Rotterdam op werd neergekeken (vertonen alleen maar films uit Takka-Tukaland) maar dat ondertussen is uitgegroeid tot een prestigieus festival.

Hoe kunnen de kleine opkomende groepen in dit klimaat overleven en concurreren, waar zowel rijk als particulieren steeds meer inzetten op grote prestigieuze groepen. Iedere grote stad wil of is bezig met het vormen van een groot stadsgezelschap zoals Toneelgroep Amsterdam (TgA). Ieder musea wil grote blockbustertentoonstellingen. En hoe zit het met de kunstopleidingen? Worden er niet veel te veel kunstenaars opgeleid waarvoor geen werk (meer) is of zal zijn?

Wat te doen? Mijn aanbevelingen zijn:
  • Probeer geld te krijgen uit andere (subsidie)bronnen, sociaal geld bijvoorbeeld 
  • Ga een verbinding aan met een van de grotere gezelschappen (zoals Wunderbaum heeft gedaan) 
  • Doe aan crowdfunding en spreek je fans aan die trouwer zijn dan de subsidiegevers 
Echt goede kunst wordt vroeg of laat ontdekt, soms te vroeg maar vaak te laat.


* Eerste regel van Tom Poes en de Bovenbazen


Over mij: Fedde van der Spoel
Sinds 2004 schrijf ik regelmatig over theater en literatuur op mijn weblog Het Gebroken Oor.
Ik regisseer amateurtheaterproducties en werk op de Erasmus Universiteit Rotterdam als online communications advisor en programme manager.

Bereik mij op Twitter: @feddespoel or LinkedIn: feddevanderspoel

Dit blog is geschreven als onderdeel van de cursus Social Media Marketing van de NorthWestern University op Coursera.

maandag, februari 06, 2017

Maarten 't Hart: Dienstreizen van een thuisblijver

Dit is het grappigste boek dat ik in tijden heb gelezen. Ik herinnerde mij Een vlucht regenwulpen, het enige boek van Maarten 't Hart dat ik ooit gelezen had, als een serieus boek over een enigszins zwaarmoedig jongetje en zijn jeugd in een zwaar christelijk dorp. De filmversie met Jeroen Krabbe was een stuk lichter van toon.

Dienstreizen van een thuisblijver gaat over de reizen die Maarten 't Hart als schrijver verplicht moet maken in opdracht van (soms buitenlandse) uitgevers. Hij doet zijn best om daar onder uit te komen want hij is zoals hij zelf zegt een stubenhocker, iemand die het liefst thuis zit om te schrijven. Door zijn regelmatige bezoeken aan de studio van het radioprogramma De Nieuwsshow op zaterdagochtend weet ik dat Maarten 't Hart een ochtendmens is. Iemand die niet graag 's avonds optreedt om prijzen in ontvangst te nemen of uit te reiken (één verhaal gaat over zijn jurylidmaatschap voor de Libris-literatuurprijs). Maar ook in eigen huis wordt hij belaagd, door toeristen, door fans (met name uit Duitsland), een fotograaf, en door uitgevers.

Tot deze laatste soort behoren de dames Raabe en Vitale die tezamen het Duitse Arche Verlag leiden. Onder hun hoede wordt 't Hart meegetroond naar Duitsland om daar de Duitse vertaling van Het woeden der gehele wereld te promoten. Frau Raabe is een forse vrouw met roodharig krulhaar, gehuld in allerlei lappen, omslagdoeken en sjaals die onafgebroken door blijft praten en haar schrijvers 'pflegt', een woord dat Maarten in het woordenboek opzoekt en behalve verplegen ook verzorgen, koesteren en vertroetelen betekent. Dat vertroetelen lukt best aardig maar naar de inkomsten van zijn bestsellers in Duitsland moeten de schrijver en zijn uitgever helaas fluiten. 

Twee verhalen vallen uit de toon. Het ene gaat over een verplicht bezoek aan het ziekenhuis naar aanleiding van een beenbreuk, het andere over zijn betrokkenheid bij de zaak Lucia de B. Dit zijn niet echt dienstreizen te noemen.

Naast een zeer amusant boek wijst Maarten 't Hart die een zeer belezen mens is, mij ook op een groot aantal schrijvers waarvan ik denk dat ik die ooit nog moet lezen. Net als ik houdt hij van klassiekers en hij noemt een groot aantal helden. Trollope, Dickens, Fontane, Cheever, Vestdijk, hij heeft zowat alles gelezen, dat kan natuurlijk als je een stubenhocker bent met je neus in de boeken.

Twee personen uit het boek moet ik tenslotte nog noemen. Ze zijn aandoenlijk en stelen je hart. Het zijn de Hongaarse vertaler Béla Szondi en zijn vrouw Margit met wie Maarten jarenlang contact onderhoudt. Ze staan glanzend en ontroerend tegenover de vele kwelduivels die de arme thuisblijver op zijn dienstreizen belagen.

donderdag, januari 26, 2017

Vera Helleman: Moeiteloos jeZelf zijn

Schrijven over een boek dat je niet gelezen hebt, eigenlijk mag het niet. Toch doe ik het dit keer, met een reden. Dit is het derde boek dat ik kreeg naar aanleiding van de facebook-kettingbrief waarover ik eerder schreef. Van de andere vijf boeken had ik er twee al gelezen (In de mist van het schimmenrijk van W.F. Hermans en Anna Karenina van Leo Tolstoi, vooral die laatste is een echte aanrader), heb ik nu twee gelezen waarover ik hier geschreven heb (Arlidge en Simenon), en eentje waarover ik nog ga schrijven.

Dit boek kwam uit Leiden, heet Moeiteloos jeZelf zijn, en werd me opgestuurd door ene Leonie met de boodschap: "Veel leesplezier en fijne dagen Fedde!" Na twee boeken zonder enig bericht en aanbeveling was dit het eerste boek waar in ieder geval een briefje bij zat. Een zelfhulpboek, ook een genre dat ik nooit lees, maar wie weet. Ik begon te lezen in de inleiding. Die begint als volgt:

Valt het je weleens op hoe ongelukkig mensen eigenlijk zijn? Hoe weinig er gelachen wordt en we ons werkelijk verbonden voelen met elkaar? We rennen van hot naar her om onze veiligheid en zekerheid te waarborgen. Houden onsZelf verborgen om niet gekwetst te worden. Leven een leven dat we helemaal niet leuk vinden. We slikken antidepressiva alsof het snoep is, want we voelen ons afgescheiden van alles en iedereen, afgescheiden van onsZelf en daarmee eenzaam en ongelukkig. Die werkelijke gelukzaligheid waarnaar we allemaal zoeken hebben we tot op de dag van vandaag niet gevonden. Zolang je nog bezig bent met zoeken naar meer, naar beter, naar anders, heb je het kennelijk nog niet gevonden. Je hebt nog geen innerlijke vrede gevonden.

Hier stopte ik met lezen. Ik kan me voorstellen dat veel mensen zich in deze beschrijving herkennen. Maar ik niet. Ik leef geen leven dat ik niet leuk vind. Ik slik geen antidepressiva. Ik voel me niet eenzaam en ongelukkig. En als ik op zoek ben naar iets nieuws dan is dat niet omdat ik hèt nog niet gevonden heb maar uit nieuwsgierigheid. Na deze eerste alinea wist ik het al. Dit boek is niet voor mij.

Ik lijk meer op de auteur Vera Helleman die vanaf de achterflap vrolijk de wereld inkijkt (zie bovenstaande foto). Ik besloot dit boek over te slaan en over te gaan naar het volgende. Dienstreizen van een thuisblijver, een bijzonder vrolijk boek van Maarten 't Hart. Daarover binnenkort verslag.

zondag, januari 22, 2017

Kalpana Arts: A Palo Seco & Rebels' Cross

Ik had er nog nooit van gehoord maar toch is dit al de zesde Flamenco Biënnale. Dat betekent dat de Flamenco Biënnale al twaalf jaar bestaat en onopgemerkt aan mij voorbij is gegaan. Maar één keer moet de eerste keer zijn en bij toeval komen we terecht bij een voorstelling in dit festival. Eigenlijk wilden we naar Race van Het Nationale Toneel. Slecht kijken in de agenda van de schouwburg maakte dat ik dacht dat die voorstelling alleen op vrijdag te zien was. Wij gingen op zaterdag naar de schouwburg en dus naar A Palo Seco & Rebels' Cross. Een double bill. Twee voorstellingen voor de prijs van één.

Helaas heb ik van te voren iets teveel gegeten en moet ik vechten tegen de slaap tijdens het tweede deel van de solovoorstelling van Sara Cano (A palo seco). Maar het eerste gedeelte in de flamencojurk (zie foto) vind ik geweldig en nog steeds twijfel ik of het tweede gedeelte (in een eenvoudig zwart kostuum) niet te langdradig was (zoals de recensent in NRC Handelsblad meldt). Het eerste deel is een fascinerende mix van flamenco met butoh-dans. Spaans en Japans in een intrigerende symbiose.

Na de pauze is mijn vermoeidheid gelukkig compleet weg en wordt Rebels' Cross gedanst. Gemaakt door de Indiaas-Nederlandse choreografe Kalpana Raghuraman. Een andere mix van dansstijlen, katak en flamenco, gedanst door drie dansers, twee vrouwen en een man (Sara Cano, Sooraj Subramaniam en Kamala Devam). Tijdens deze dansvoorstelling dwalen mijn gedachten af naar de enige dansvoorstelling waarin ik zelf gespeeld heb en waaraan ik goede herinneringen heb (Quarto Mondo). Hoe spannend het was om samen met twee danseressen en een zangeres te dansen en te spelen komt tijdens het kijken onverwachts terug. Ik geniet van de energie van de dansers en ik meen te zien dat het spelplezier er vanaf spat, terwijl dit toch de wereldpremière is en er zeker een spanning zal zijn van 'hoe zal het publiek het vinden?'

Voor Café Floor staat D. te roken. Hij is wèl naar Race van Het Nationale Toneel geweest en ziet er niet gelukkig uit. Hij vond er niets aan. Slecht gespeeld, geen duidelijk standpunt ingenomen door de regie. Vrolijk stappen wij op de fiets, de nacht in, op weg naar huis. Wij hebben een fijne avond achter de rug met lekker eten en een mooie voorstelling. Over twee jaar maar weer eens naar de Flamenco Biënnale.

zondag, januari 15, 2017

Georgica (Labor improbus)



Met mijn band Het Gebroken Oor deed ik mee met de wedstrijd Art Rocks. We kwamen niet in de finale en speelden dus niet in het museum bij het door ons gekozen schilderij. Onlangs was ik in het Drents Museum en stond ik oog in oog met het bewuste schilderij van Jan Wiegers. A capella zong ik ons lied alsnog daar ter plekke. Joke Weis maakte het filmpje.

De tekst van het lied Georgica (Labor Improbus) is van Ida M. Gerhardt. De finale van Art Rocks vindt komende dinsdag 17 januari plaats in Paradiso te Amsterdam. Het schilderij van Jan Wiegers heet Drents winterlandschap.

vrijdag, januari 13, 2017

3 manieren om het subsidiesysteem te omzeilen

Theatre managers: 3 ways to circumvent the subsidy system

In my view you, the Dutch theatre managers, are highly dependent on a subsidy system that is largely based on randomness, which became once again very clear when the subsidy for theatre group De Appel in The Hague suddenly stopped and also by the withdrawal of a large portion of the grant for Youth Theatre Hofplein in Rotterdam.

Of course you can rely on committees consisting of experts who review the applications, and they do this without doubt with the best intentions, but at the same time we all have to deal with a limited budget which is determined by politics and not by us.

For instance read Marc Chavannes' of De Correspondent article "Mag dit nationaal erfgoed blijven bestaan?" who writes a kind of urgent letter to the politicians summoning them to retain the national heritage this theatre group De Appel is for the Netherlands.

De Appel attracts full houses, for already 45 years, and indeed it has sometimes made some poor performances, but it is still full of life, only the tide is against them because municipalities now like to spend their money on large city groups.

De Appel strikes back, source: De Theaterkrant

Youth Theatre Hofplein did not take it (Jeugdtheater laat onderzoek doen naar subsidieverlaging, by Marjolein Kooyman in AD) and appointed an independent committee (the committee Terpstra) which in its report challenged the assertion of the municipality that Youth Theatre Hofplein can continue to do the same they always did, with less money, half a million less, and that, moreover, the municipality made some procedural errors.

The municipality laid the report aside and the subsidy was fixed just like the Rotterdam Council for Arts and Culture already had established.

It is clear once again that the amounts available for us artists (and this applies not only to the theatre) are continuously and structurally too low and under pressure, and that this is not likely to change in the coming year if the PVV will become the largest party in the Netherlands, on the contrary I would say.

Therefore, even the sweetest and most kind and benevolent committees will always have to cut on our budget in places where it hurts the most, so:

  • Find new ways: Go hustling, the labour market changes, the subsidy market too, try seeking new connections, places to play your pieces, independent of public funds. 
  • Go on the offensive: It is true that he tactics of Youth Theatre Hofplein did not produce the desired result but it deserves more recommendation than to sit in a corner moping.
  • Think international: Ivo van Hove is the leader of the largest subsidized company in the Netherlands, but he also makes commercial performances in the United States. 
So don't sit and wait until your subsidy gets cut or diminished, but do what all actors do: act.


About me: Fedde van der Spoel
Since 2004 I write on a regular basis about theatre and literature in my weblog Het Gebroken Oor.
I am a theatre director of amateur theatre productions and work at Erasmus University Rotterdam as online communications advisor and programme manager.

Contact me on Twitter: @feddespoel or LinkedIn: feddevanderspoel

This blog was written as part of the course Social Media Marketing by NorthWestern University on Coursera.

Nederlandstalige samenvatting:
Voor mijn MOOC Social Media Marketing op Coursera schreef ik als opdracht dit Engelstalige blog over het subsidiesysteem in Nederland naar aanleiding van het stopzetten van de subsidie aan De Appel.

zaterdag, januari 07, 2017

Georges Simenon: Maigret en het spook

Een politieman wordt neergeschoten op straat. Zijn bijnaam is inspecteur Nurks of De Pechvogel, zijn echte naam is Lognon. De laatste woorden die hij uitbrengt voordat hij naar het ziekenhuis wordt vervoerd zijn "een spook". Maigret leidt het onderzoek dat leidt naar een Hollander, een kunstverzamelaar, die woont in het huis tegenover de plaats van het misdrijf. Zijn mooie jonge vrouw loopt 's avonds laat op de bovenverdieping rond in een wit gewaad en zou voor een spook gehouden kunnen worden.

Mevrouw Maigret wordt op een bijzondere manier bij het onderzoek betrokken om voor mevrouw Lognon te zorgen, die als een ingebeelde zieke de hele dag in bed ligt. Om mevrouw Maigret verslag te laten doen van wat er zich bij mevrouw Lognon heeft afgespeeld nodigt Maigret haar uit voor een lunch bij restaurant Manière.

"Ze wachten zwijgend tot de hors-d'oeuvres en de wijn uit de Loirestreek op tafel stonden. De beslagen ruit gaf de sfeer iets intiems." (...) "Ze konden niet nalaten te glimlachen, want ze genoten allebei van de intimiteit in een sfeer die zo heel anders was dan die op de Boulevard Richard-Lenoir. Vooral mevrouw Maigret was opgewonden, haar ogen schitterden meer dan anders en naarmate ze sprak, verschenen blosjes op haar wangen.
Wanneer ze thuis aten, was het vooral haar man die sprak, want zij had niets interessants te vertellen. Maar ditmaal was ze zich bewust hem van dienst te zijn."

Dit soort inkijkjes in de verhouding tussen meneer en mevrouw Maigret geven Maigret en het spook iets bijzonders. Ik vind de plot van deze Maigret nogal ingewikkeld en die plot heeft veel uitweiding nodig om die te ontrafelen, een aantal belangrijke personages blijft schimmig, en daarom vind ik deze Maigret iets minder dan de meeste.

Dit boek is het tweede dat ik ontving naar aanleiding van de facebook-kettingbrief. Ik schreef in mijn vorige bericht dat ik drie boeken had ontvangen, maar ondertussen zijn het er vijf geworden.

Omslag: Dick Bruna

dinsdag, januari 03, 2017

M.J. Arlidge: Klikspaan

Dit is niet het soort boek dat ik vaak lees. Een thriller. Klikspaan van M.J. Arlidge. Ik kreeg dit boek toegestuurd naar aanleiding van een modern soort kettingbrief op Facebook: "Boekenliefhebbers gezocht!Ik zoek deelnemers voor een sociaal experiment." Je moest een boek opsturen en het bericht opnieuw posten om zelf ook boeken te ontvangen. Ik ontving er drie waarvan dit de eerste was. Twee boeken kreeg ik zonder een enkel woord, het derde ging vergezeld van een briefje van de afzender. Over de andere boeken later meer. Zelf stuurde ik Morels uitvinding van Adolfo Bioy Cassares naar ene Hanna in Utrecht met een uitgebreider briefje over waarom ik dat boek de moeite van het lezen waard vindt.

Over het boek Klikspaan van M.J. Arlidge kan ik kort zijn. Het is een behoorlijk spannend boek waarin rechercheur Helen Grace op zoek is naar een pyromaan die in enkele nachten achter elkaar bijna tegelijkertijd meer dan zes branden weet te stichten waarbij onschuldige burgers omkomen. In korte hoofdstukjes volgt het boek de leden van haar team, de pyromaan en lezen we stukjes uit het geheime blog dat de dader schrijft onder het pseudoniem eerstepersoonenkelvoud. Omdat de hoofdstukken kort zijn, met veel wit aan de bovenkant van de pagina als het hoofdstuk begint, en veel wit onderaan de pagina als het hoofdstuk eindigt, race je door het verhaal heen. Het boek oogt daardoor een stuk dikker dan het in werkelijkheid is. Een echte pageturner is het, maar de schrijfstijl is erbarmelijk en ook de psychologie van de personages is van dik hout zaagt men planken. Emotioneel gezien zijn de personages cliche's. De rechercheur, de moeder, de alcoholiste, de pestkop, de puber. Rechercheur Helen Grace heeft weliswaar een spannend geheim dubbelleven als masochiste, maar echt uitgewerkt wordt ook dat niet.

Ik ga gewoon weer terug naar Simenon en inspecteur Maigret, en dat was toevallig het tweede boek dat ik toegestuurd kreeg, Maigret en het spook. Dat had ik al in mijn bezit als onderdeel van mijn verzameling, maar dat ga ik nu lezen. Daarna meer over het derde boek, dat ik besloten heb niet te lezen, ik vertel nu nog niet waarom.

maandag, januari 02, 2017

The Paperbag Queen

The Paperbag Queen is een theatervoorstelling waarin Jacqueline van de Geer koningin is van een denkbeeldig land waarvan wij, het publiek, de onderdanen zijn.

Vanachter een grote snor , met een colbertje aan, opent ze de voorstelling als spreekstalmeester om vervolgens met de rug naar het publiek te transformeren tot de paperbag queen, in een groene jurk met een papieren zak op haar hoofd. Iedereen in het publiek, op twee mensen na, heeft aan het begin van de voorstelling een papieren zak gekregen waarmee we de koningin kunnen toewuiven. Voor de twee personen zonder zak wacht een speciale behandeling, zij zijn de vluchteling en de illegaal. Gelukkig is het koninkrijk van de paperbag queen ruimhartig in haar toelatingsbeleid.

In een aantal korte en soms interactieve scènes en door het vertellen van verhalen wijdt ze ons in de wereld van haar koninkrijk. We mogen vertellen wat we romantisch vinden, we mogen even genieten van rust en verbondenheid met elkaar in een kring.

The Paperbag Queen houdt het midden tussen een performance en een theatervoorstelling en zou het ook goed doen in de setting van een festival, waar de mensen er altijd voor in zijn om iets samen te doen. In Toko 51 waar ik de voorstelling zag, had het iets charmant knulligs, een kerstboom brak in drie stukken, soms ging er iets mis met het geluid, maar dat mocht de pret niet drukken. Het publiek onderwierp zich gemakkelijk aan de koningin van de papieren zak.

Gelukkig Nieuwjaar

Beste lezers van dit weblog, voordat ik verder ga met bloggen:

Gelukkig Nieuwjaar!

Fedde van der Spoel

De illustratie is een nooit gebruikte schets uit december 2008 voor een nieuwjaarskaart voor 2009.